ECLI:NL:RBAMS:2025:8842

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
776751
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WwftArt. 5 lid 3 WwftArt. 35 ABVArt. 2 lid 2 ABVArt. 3 ABV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot heropening bankrelatie wegens onvolledig klantenonderzoek

Veade c.s. vordert in kort geding dat ABN AMRO wordt verplicht nieuwe bankrelaties aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als voorheen. De bank had echter een langdurig klantenonderzoek uitgevoerd op grond van de Wwft, waarbij onvoldoende duidelijkheid werd verkregen over de herkomst van de financiering van de koopprijs, de besteding van grote overboekingen, de rol van een betrokken bestuurder en transacties met gerelateerde entiteiten.

ABN AMRO beëindigde daarom de bankrelaties per 1 oktober 2025, gesteund op haar verplichtingen uit de Wwft en de Algemene Bankvoorwaarden. Veade c.s. stelt dat zij voldoende informatie heeft verstrekt, maar de rechtbank oordeelt dat de bank onvoldoende inzicht kreeg, met name over de herkomst van de gelden waarmee de transactie werd gefinancierd.

De rechtbank stelt vast dat de bank haar onderzoek niet kon afronden en daarom verplicht was de relatie te beëindigen. De overige punten van onderzoek behoeven geen beoordeling meer. De vorderingen van Veade c.s. worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke tegenvordering van ABN AMRO behoeft geen beoordeling.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Veade c.s. af en bevestigt de beëindiging van de bankrelaties door ABN AMRO wegens niet afgerond klantenonderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/776751 / KG ZA 25-813 MdV/KH
Vonnis in kort geding van 18 november 2025
in de zaak van

1.VEADE GROUP B.V.,

te Amersfoort,
2.
VEADE B.V.,
te Amersfoort,
3.
VEADE DETACHERING B.V.,
te Amersfoort,
eisende partijen in conventie bij conceptdagvaarding,
verwerende partijen in voorwaardelijke reconventie,
hierna samen te noemen: Veade c.s. en ieder apart Veade Group, Veade en Veade Detachering,
advocaat: mr. L.E.I.K. Jaminon,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: ABN AMRO of de bank,
advocaten: mr. B.W. Wijnstekers en mr. T.A. van Polanen.

1.De procedure

1.1.
Op de zitting van 4 november 2025 heeft Veade c.s. de vorderingen in de conceptdagvaarding toegelicht. ABN AMRO heeft, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord, verweer gevoerd en een voorwaardelijke eis in reconventie (tegenvordering) ingesteld. Veade c.s. heeft de voorwaardelijke tegenvordering bestreden. Beide partijen hebben producties en pleitaantekeningen in het geding gebracht. Vonnis is bepaald op vandaag.
1.2.
Ter zitting waren aanwezig:
- aan de zijde van Veade c.s.: [naam 1] (indirect bestuurder en aandeelhouder) met mr. Jaminon,
- aan de zijde van ABN AMRO: [naam 2] (exit officer) met mr. Wijnstekers en mr. Van Polanen.

2.De feiten

2.1.
Op 15 augustus 2022 nam [naam 1] via Elo Beheer B.V. de aandelen in het kapitaal van de rechtsvoorganger van Veade Group en haar werkmaatschappijen Veade en Veade Detachering over voor een bedrag van € 4.350.000,00 (hierna: de transactie). De heer [naam 1] is (indirect) enig bestuurder en aandeelhouder van Veade c.s.
2.2.
Veade Group is de holdingmaatschappij. Veade is een 100% dochteronderneming van Veade Group. Veade verleent op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning huishoudelijke ondersteuning en ambulante begeleiding. Veade Detachering is een 100% dochteronderneming van Veade. De ruim 300 personeelsleden van Veade Detachering worden (uitsluitend) gedetacheerd aan Veade.
2.3.
Veade c.s. bankiert bij ABN AMRO. Op de bancaire relaties zijn de Algemene Bankvoorwaarden (hierna: ABV) van toepassing.
2.4.
Van juli 2023 tot juli 2025 heeft ABN AMRO klantenonderzoek naar Veade c.s. verricht op grond van artikel 3 van Pro de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). De bank heeft onder meer vragen gesteld over de:
  • i) herkomst van de financiering van de koopprijs voor de transactie;
  • ii) vijf overboekingen zonder omschrijving van Veade aan Veade Detachering tussen 6 september 2022 en 6 december 2022 van in totaal € 2.350.000,00;
  • iii) vermoedelijke betrokkenheid van [naam 3] , de broer van [naam 1] , die naast [naam 1] ook bestuurder was van Veade Group van 15 augustus 2022 tot 26 april 2023 en van Veade van 23 augustus 2022 tot 15 maart 2023;
  • iv) overboekingen van Veade Detachering aan Khaim Service B.V. tussen 10 maart 2023 en 12 juli 2023 van in totaal € 71.903,79 en aan Khaimaa Services B.V. vanaf 2024 (hierna: de Khaim-entiteiten).
2.5.
Na een eerdere opzegging in 2024, die niet definitief was doorgezet, heeft ABN AMRO bij brieven van 31 juli 2025 de bankrelaties met Veade c.s. per 1 oktober 2025 beëindigd op grond van artikel 5 lid 3 Wwft Pro en artikel 35 van Pro de ABV. In de brieven is per entiteit van Veade c.s. toegelicht dat (een deel van) de vier hiervoor genoemde onderdelen aanleiding hebben gegeven tot beëindiging. Veade c.s. is daarnaast geregistreerd op de interne Client Acceptance and Anti Money Laundering-lijst (hierna: CAAML-lijst) voor een periode van vijf jaar. De daartegen gemaakte bezwaren door Veade c.s. hebben niet tot een andere conclusie geleid.
2.6.
De bankrelaties zijn op 1 oktober 2025 daadwerkelijk beëindigd. Veade c.s. heeft intussen een bankrekening bij Bunq B.V. (hierna: Bunq) geopend.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
Veade c.s. vordert, na vermindering van haar eis ter zitting, om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. ABN AMRO te gebieden binnen 7 (zeven) dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis nieuwe overeenkomsten met Veade c.s. aan te gaan in de vorm en onder de voorwaarden waarop deze bestonden ten tijde van de beëindiging,
II. ABN AMRO te verbieden om de gegevens van Veade c.s. op te nemen in het interne verwijzingsregister, althans ABN AMRO te verbieden om vast te leggen dat sprake is van onacceptabele integriteitsrisico’s,
III. ABN AMRO te veroordelen in de (werkelijke) proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Veade c.s. legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zij is van mening dat zij alles heeft toegelicht wat zij kon toelichten. De bank heeft niet duidelijk gemaakt welke informatie zij nog meer nodig had om voldoende comfort te krijgen op de benoemde onderdelen onder 2.4. De bank maakt ook niet duidelijk op welke grondslag zij de bankrelaties heeft beëindigd. Veade c.s. zal elders geen bankrekening kunnen openen, omdat zij door ABN AMRO wordt aangemerkt als een onaanvaardbaar risico en ook andere banken een onderzoek zullen uitvoeren. Daarbij speelt ook mee dat Veade c.s., althans de daaraan gelieerde natuurlijke en rechtspersonen, in het verleden bij andere banken geweigerd zijn. De bankrekening bij Bunq is slechts een noodvoorziening, maar niet geschikt voor langdurig gebruik.
3.3.
ABN AMRO voert verweer. De bank heeft op de vier uitgevraagde onderdelen (zie 2.4) onvoldoende comfort gekregen. Bij onderdeel (i) heeft de bank de herkomst van de financiering van de koopprijs voor de transactie van € 4.350.000,00 niet kunnen vaststellen, omdat Veade c.s. geen documentatie heeft verstrekt waar die herkomst uit blijkt. Bij onderdeel (ii) heeft de bank niet kunnen vaststellen of de betaling van € 2.350.000,00 van Veade aan Veade Detachering daadwerkelijk aan salariskosten is besteed, omdat Veade c.s. geen primaire bewijsstukken zoals loonstroken, loonaangiften of betalingsbewijzen aan de Belastingdienst heeft aangeleverd. Op onderdeel (iii) heeft de bank onvoldoende inzicht verkregen in de rol en betrokkenheid van [naam 3] , omdat Veade c.s. geen concrete onderbouwing heeft gegeven voor zijn kortstondige bestuurdersrol en geen verklaring heeft gegeven over de negatieve mediaberichtgeving over [naam 3] . Op onderdeel (iv) heeft de bank het doel en de aard van de transacties van Veade Detachering aan de Khaim-entiteiten van € 71.903,79 niet kunnen vaststellen, omdat Veade c.s. geen gespecificeerde documentatie heeft aangeleverd waaruit blijkt welke zorg door Khaim-personeel werd geleverd en omdat een discrepantie bestond tussen de geregistreerde activiteiten van de Khaim-entiteiten en de gestelde zorgverlening. Dit alles maakt dat de bank niet aan haar verplichtingen onder artikel 3 lid 2 sub Pro a, b, c, d en f Wwft kan voldoen en dat zij verplicht (artikel 5 lid 3 Wwft Pro) dan wel bevoegd (artikel 35 ABV Pro) was om tot opzegging over te gaan.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
In reconventie
3.5.
ABN AMRO vordert om, indien vordering I in conventie tot het aangaan van nieuwe rekeningovereenkomsten wordt toegewezen, daaraan in het kort de volgende voorwaarden te verbinden: (i) Veade c.s. dient binnen vier weken na dit vonnis een bodemprocedure tegen ABN AMRO te starten, en (ii) ABN AMRO kan het klantenonderzoek naar Veade c.s. naar behoren afronden en Veade c.s. verstrekt aan de bank alle gegevens waartoe de bank op grond van de Wwft verplicht is om deze op te vragen en te verifiëren.
3.6.
Veade c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vanwege de samenhang van de vorderingen worden deze gezamenlijk beoordeeld.
4.2.
Banken hebben op grond van de Wwft een verantwoordelijkheid bij het signaleren van zogenoemde financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Zij moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem voor oneigenlijke doelen wordt gebruikt (en dus misbruikt). Daartoe moeten zij onderzoek doen naar hun cliënten en de verzamelde informatie up-to-date houden. Als een bank haar klantenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant beëindigen (artikel 5 lid 3 Wwft Pro). De bank kan dan immers het risico van misbruik van de door haar aangeboden producten en diensten niet overzien. Het is voor de beëindiging van de relatie niet noodzakelijk dat er concrete bewijzen zijn dat de klant betrokken is bij criminele activiteiten.
4.3.
Banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het klantenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en informatie van de klant zelf. De klant is verplicht de bank te voorzien van de nodige informatie over – onder meer – zijn activiteiten en de wijze waarop hij aan het geld is gekomen dat hij bij de bank onderbrengt (artikelen 2 lid 2, 3 en 7 van de ABV).
4.4.
Aan die verplichting heeft Veade c.s., in ieder geval ten aanzien van de herkomst van de financiering van de koopprijs van € 4.350.000,00 voor de transactie (onderdeel (i) onder 2.4), niet voldaan.
4.5.
Op 15 augustus 2022 nam [naam 1] via Elo Beheer B.V. de aandelen van Veade Group en haar werkmaatschappijen (Veade en Veade Detachering) over voor een koopprijs € 4.350.000,00. Deze overname werd door Elo Beheer B.V. gefinancierd met leningen van in totaal € 3.017.500,00, bij Elo Invest B.V. (voor € 625.000,00), Medicare Group B.V. (voor € 435.000,00), Stichting Good4Life (voor € 1.522.500,00) en Stichting Avicenne (voor € 435.000,00). Elo Beheer B.V. ging vervolgens op haar beurt leningen aan bij Veade c.s., waardoor de gelden van deze leningen over de bankrekeningen van Veade c.s. liepen. Het resterende bedrag van de koopprijs € 1.332.500,00 betrof volgens [naam 1] een rekening-courantvordering die door Elo Beheer B.V. als schuld werd overgenomen, waarmee de koopprijs dus verrekend is.
4.6.
De bank heeft hierover vragen gesteld omdat het voor haar opvallend was dat [naam 1] geen eigen gelden heeft ingelegd om de koopprijs te voldoen en omdat in Het Parool negatieve berichtgeving was over [naam 3] , die bij alle vier de geldverstrekkers betrokken was als (voormalig) UBO en/of bestuurder en waarvan een deel ook wordt genoemd in de berichtgeving. De berichtgeving zag volgens de bank op signalen van niet geleverde zorg (spookzorg), verscherpt toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, onvolledige en niet transparante administratie, mogelijk misbruik van zorgsubsidies en een bestuurder die herhaaldelijk kort als bestuurder aansluit om vervolgens te verdwijnen voordat de entiteit onder verscherpt toezicht komt. Diezelfde [naam 3] was ook kortstondig bestuurder van Veade Group en van Veade.
4.7.
De bank heeft verschillende malen verzocht om toelichting op de herkomst van de gelden waarmee de aankoopfinanciering door de leninggevers was verstrekt aan [naam 1] . Ook wilde de bank weten waarom er geld is geleend om het aankoopbedrag te voldoen. De enige documentatie die de bank in dit kader heeft ontvangen zijn leningsovereenkomsten en pandakten. Pas twee jaar later en na afronding van het klantenonderzoek, op 18 september 2025, volgt ook een verklaring van de notaris waarin staat dat onderzoek naar de herkomst van de gelden heeft plaatsgevonden en dat dit niet aan de transactie in de weg heeft gestaan.
4.8.
Veade c.s. is van mening dat zij alles heeft toegelicht wat zij kon toelichten en dat voor ABN AMRO duidelijk moet zijn dat zij gelden heeft geleend van derden om de transactie te kunnen financieren. De verklaring van de notaris, die naar aanleiding van eigen onderzoek al heeft beoordeeld dat er geen risico bestaat in het kader van de Wwft, in combinatie met de verstrekte leningsovereenkomsten en pandakten, moet voldoende zijn voor de bank. [naam 1] heeft, ook ter zitting, toegelicht dat het voor hem niet mogelijk is om (nader) inzicht te verstrekken in de herkomst van de gelden, mede omdat een deel van de leninggevers alweer niet meer bestaat.
4.9.
De voorzieningenrechter volgt de bank in haar conclusie dat zij, gelet op de (beperkte) informatie die zij ontvangen heeft ten aanzien van onderdeel (i), haar klantenonderzoek niet heeft kunnen afronden en daarom verplicht was om tot beëindiging van de relaties over te gaan. Dit heeft zij ook voldoende toegelicht in de beëindigingsbrieven. Zij heeft, ondanks herhaalde verzoeken over een periode van twee jaar, geen inzicht kunnen krijgen in de herkomst van de als lening verstrekte gelden. Daarvoor zijn de leningsovereenkomsten en pandakten onvoldoende. Die dienen immers alleen maar als bewijs dat de gelden zijn geleend, maar zeggen niets over de herkomst van de gelden. Ook is de verklaring van de notaris onvoldoende. Die ontslaat de bank niet van haar eigen onderzoeksplicht; de bank kan niet uitsluitend vertrouwen op het onderzoek van derden. Overigens werd die verklaring ook pas na afronding van het onderzoek overgelegd. Dat de bank niet duidelijk is geweest in welke informatie zij nog meer nodig had in dit verband, is niet gebleken. Ook is niet erg aannemelijk dat [naam 1] de benodigde informatie niet meer zou kunnen verkrijgen omdat een deel van de leninggevers niet meer zou bestaan, nu [naam 3] zijn broer is.
4.10.
Nu ten aanzien van onderdeel (i) al blijkt dat de bank haar onderzoek niet heeft kunnen afronden waardoor zij verplicht was tot beëindiging over te gaan, nu niet kan worden uitgesloten dat sprake is van witwassen waardoor de bank een integriteitsrisico loopt, kunnen reeds daarom de vorderingen van Veade c.s. niet worden toegewezen. Beoordeling van onderdelen (ii) tot en met (iv) onder 2.4 kan achterwege blijven, nu die niet leiden tot een ander oordeel. Ook het gevorderde verbod tot opneming van de gegevens in de CAAML-lijst/het interne verwijzingsregister is niet toewijsbaar.
4.11.
Veade c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ABN AMRO worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.999,00
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.13.
ABN AMRO heeft een tegenvordering ingesteld onder de voorwaarde dat vordering I in conventie tot het aangaan van nieuwe rekeningovereenkomsten wordt toegewezen. Gelet op wat hiervoor is geoordeeld, is deze voorwaarde niet in vervulling gegaan en daarom hoeft de voorwaardelijke tegenvordering niet te worden beoordeeld. De rechtbank ziet hierin aanleiding de proceskosten in reconventie te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt Veade c.s. in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als dit vonnis wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Veade c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
5.4.
verstaat dat de tegenvordering niet hoeft te worden beoordeeld,
5.5.
compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025. [1]

Voetnoten

1.Type: KH