De burgemeester van Amsterdam heeft op 17 oktober 2025 de schuur behorende bij de woning van verzoekster voor drie maanden gesloten na de vondst van handelshoeveelheden harddrugs en een automatisch wapen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg op 12 november 2025 om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en concludeerde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed, mede omdat het verzoek bijna een maand na het besluit werd ingediend. Verzoekster stelde dat de sluiting praktische en financiële gevolgen had, omdat zij de schuur gebruikt voor koelkasten en oplaadpunten voor elektrische fietsen, voorzieningen die niet elders beschikbaar zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting een preventieve maatregel is ter voorkoming van overlast en geen strafmaatregel. Ook al zou verzoekster geen kennis hebben gehad van de aangetroffen illegale goederen, staat dit de sluiting niet in de weg. De burgemeester heeft de sluiting beperkt tot de schuur en de woning buiten beschouwing gelaten, wat niet onredelijk is gezien de ernst van de situatie.
Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat er geen alternatieven zijn voor de geschetste problemen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.