In deze civiele procedure vordert verzoeker een voorlopig getuigenverhoor om opheldering te verkrijgen over de omstandigheden rondom een lening van één miljoen euro aan verweerder 1, die niet is terugbetaald. Verzoeker stelt dat verweerder 1 hem heeft opgelicht door te beweren dat het geld nodig was voor de aankoop van een vakantievilla in Frankrijk, terwijl deze villa niet is gekocht en er vermogen is overgeheveld naar verweerder 2.
De feiten betreffen een geldleningsovereenkomst tussen verzoeker, verweerder 1 en Rivendale B.V., waarbij verweerder 1 borg stond. Verzoeker heeft de lening verstrekt na ontvangst van een bankafschrift en een getekende overeenkomst. Na het niet terugbetalen van de lening heeft verzoeker conservatoir beslag gelegd op verschillende bezittingen van verweerders en Rivendale. Verweerder 2 heeft de borgstelling buitengerechtelijk vernietigd wegens gebrek aan toestemming.
Verzoeker wil zichzelf, verweerders en een aannemer als getuigen horen om duidelijkheid te krijgen over de lening, het gebruik van het geld, de vermeende aankoop van de vakantievilla en de betrokkenheid van verweerder 2. Verweerders hebben geen verweer gevoerd tegen het verzoek. De rechtbank oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor toewijzing is voldaan en beveelt het voorlopig getuigenverhoor, benoemt een rechter-commissaris en bepaalt dat het verhoor in Amsterdam zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum.