Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1-40, tevens houdende eis in reconventie;
- de aanvullende producties 16, 25-31 van [eiser] ;
2.De feiten
[naam functie 1] ’op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, nadat hij de aandelen in zijn onderneming [bedrijf 1] B.V. (waarvan hij mede-eigenaar was) aan CM.com had verkocht. De arbeidsovereenkomst, die [eiser] heeft ondertekend, bevat onder meer de volgende clausules:
Het is de werknemer binnen één (1) jaar na beëindiging van het dienstverband niet toegestaan, direct noch indirect, al dan niet gehonoreerde werkzaamheden soortgelijk aan verrichte werkzaamheden door werkgever, te verrichten voor relaties of klanten van werkgever en/of hen daaraan gelieerde werkgevers te benaderen.
Zonder voorafgaande schriftelijk ontheffing van dit verbod door de werkgever, tijdens de duur van de Arbeidsovereenkomst en na beëindiging van de Arbeidsovereenkomst gedurende een jaar, zal de werknemer, noch zelf in enigerlei vorm een bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van de werkgever en/of daarmee gelieerde ondernemingen mogen vestigen, drijven, mede drijven of doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, noch financieel in welke vorm dan ook bij een zodanige onderneming belang hebben of daarin of daarvoor op enige wijze werkzaam zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook hebben.
Bij niet nakoming of overtreding van de artikelen 9, 10 en 11 van deze overeenkomst omschreven verplichtingen zal de werknemer aan de werkgever (zulks in afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek) een boete verschuldigd worden van € 5.000,-- voor elke keer dat hij een van die verplichtingen niet nakomt of overtreedt, alsmede een boete van € 1.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat hij in overtreding blijft. Indien de schade meer dan gemeld boetebedrag mocht belopen, zal de werknemer overgaan tot betaling van een volledige schadevergoeding waarbij het boete bedrag komt te vervallen.”
[naam functie 2]’.
3.Het geschil
4.De beoordeling
[naam functie 1] ”was hij werkzaam vanuit de business unit “
ENGAGE” en onder meer verantwoordelijk voor de integratie van het bedrijf [bedrijf 1] B.V. binnen CM.com. Na zijn functiewijziging in “
[naam functie 2]” werd hij werkzaam binnen de business unit “
LIVE” en kreeg hij andere taken en meer verantwoordelijkheden. Van een business unit specifiek op het gebied van klantcontact, klantenservice en klantoplossingen ging hij naar een onderdeel gericht op live-evenementen en ticketing, met een geheel andere doelgroep en klanten. Daarbij komt dat hij tussendoor nog een jaar een kwartiermakersfunctie heeft gehad op het gebied van payment (voor de business unit “
PAY” en CM.com Payments B.V.), waardoor hij nog een verbod bij een geheel nieuw branche heeft binnengehaald. Zowel horizontaal als verticaal heeft het concurrentiebeding binnen de organisatie een veel groter bereik gekregen. Het concurrentiebeding is dus aanmerkelijk zwaarder gaan drukken, aldus [eiser] .
[naam functie 2]” een managementrol in een onderdeel (
Museum & Parks) van één van de vier business units (
LIVE). Het betreft een kleinere sub-business unit met een substantieel lagere omzet (ongeveer 1,2% van de totaalomzet van CM.com) en minder werknemers (ongeveer 14 medewerkers) dan de business unit waarin hij voorheen werkzaam was (
ENGAGE, met 119 medewerkers en een meer dan dubbel zo hoge omzet). In functiezwaarte en verantwoordelijkheden is nauwelijks iets veranderd. Van een promotie of toename van span of control was geen sprake. Dat het salaris van [eiser] in de nieuwe functie nagenoeg gelijk gebleven is, is daarvan een indicatie. Voorzienbaar was voorts dat [eiser] , na de integratie van zijn onderneming in het concern, zou doorstromen naar een andere functie in het concern. Daarbij komt dat het concurrentiebeding van meet af aan gezien heeft op ‘de werkgever en/of daarmee gelieerde ondernemingen’, anders gezegd op alle activiteiten van het concern, zodat het – ook als de functie wel ingrijpend gewijzigd zou zijn – niet zwaarder is gaan drukken, aldus CM.com.
resellers) te verkopen (bijvoorbeeld: de ANWB of VVV verkoopt via haar website een kaartje voor een museum). Deze laatste mogelijkheid verloopt via het zogeheten
Global Reseller Platformvan CM.com. De primaire verkoop verloopt via de website van de klant. Voor verkoop via alle door de klant van CM.com beheerde websites wordt exclusiviteit overeengekomen. Op de website van de klant staat een door CM.com gebouwd en beheerd blokje “
Tickets”. Klikt de consument daarop dan komt deze in een door CM.com beheerde omgeving terecht (bestel- en betaalpagina’s). Na het doorlopen van het door CM.com beheerde verkoopsysteem vindt de betaling van de gekochte toegangskaarten plaats aan “
CM.com Ticketing BV via CM.com” en wordt het ticket door CM.com aangemaakt en aan de consument uitgegeven. Klanten van CM.com maken ook gebruik van kanalen van derden (wederverkopers of wel resellers) om toegangskaarten te verkopen. CM.com kan op verzoek van een klant een door die klant gewenste wederverkoper toegang tot het reseller platform van CM.com verlenen, waarbij verkoop aan die reseller en betaling door de reseller aan de klant eveneens via CM.com verlopen. De vergoeding (
service fees) die CM.com voor primaire verkoop ontvangt liggen hoger dan voor verkoop aan resellers. Als betaling via de verkoopomgeving van CM.com verloopt ontvangt zij ook een vergoeding voor transactiekosten. Daarnaast brengt de betrokkenheid van CM.com mee dat aanvullende diensten geleverd worden (zoals sms- en e-mailcommunicatie, marketing automation en data-analyse).
eigen kanaal, zoals een eigen website of een mobiele app, waarvoor zij reclame maken om de consument aan te trekken. Met het gebruik van de verkoopkanalen van resellers vergroot de klant haar bereik. Als voorbeeld noemt CM.com onder meer GetYourGuide en Tiqets. Resellers verkopen dus geen toegangskaarten via de website van de klant (het museum of de attractie) zelf. Combitiq doet dit echter wel: Combitiq maakt gebruik van de primaire website van klanten van CM.com en verkoopt daar rechtstreeks toegangskaarten (combinatietickets) aan bezoekers. Daarmee loopt CM.com transacties mis van consumenten die via de website van bijvoorbeeld een museum tickets voor dat museum willen kopen (de primaire ticketing). Ook derft CM.com inkomsten doordat geen transactiekosten in rekening kunnen worden gebracht omdat de betaling van de combinatietickets vanaf de website van de klant via Combitiq verloopt. Volgens CM.com heeft Combitiq pas recent een eigen website gelanceerd voor ticketverkoop, nadat CM.com het standpunt had ingenomen dat Combitiq geen reseller is. CM.com stelt verder dat [eiser] en de heer [naam 1] Combitiq op heimelijke wijze hebben laten toevoegen aan het reseller platform van CM.com. Normaal gesproken worden wederverkopers slechts op verzoek van de klant en na toetsing door CM.com aan de gemaakte klantafspraken toegelaten tot het reseller platform, aldus CM.com.
Combitiq B.V. via Stichting Mollie Payments”. Voorts geldt voor één van deze klanten dat zij op 28 november 2024 in een e-mail aan [naam 1] , toen nog werkzaam voor CM.com en via Wolfhsac Holding B.V. voor 25% mede-oprichter en -eigenaar van Combitiq, het volgende gevraagd heeft: “
Vanuit AMAZE willen wij combi tickets aanbieden via de website. Wij verkopen een hoog percentage zelf en denken dat het een goede meerwaarde is als wij gaan werken met combi-tickets. Nu willen we dat graag vanuit CM doen, vandaar de vraag of jullie dit kunnen en op welk termijn we dit kunnen realiseren?” Intern is diezelfde dag aan [naam 1] bericht: “
Dit is mogelijk en doen wij momenteel al voor onze klanten. De desbetreffende CSM moet dit bespreken met de klant en inrichten met onze developers.” Dit verzoek is, zo wijst de website van AMAZE uit, niet vanuit CM.com gerealiseerd, maar vanuit Combitiq. Zodoende kunnen de activiteiten van Combitiq activiteiten bij CM.com weghalen en daarmee van invloed zijn op de omzetten die CM.com uit diensten bij de verkoop van toegangskaarten genereert, alsmede op de mogelijke daarmee samenhangende aanvullende dienstverlening en betrokkenheid bij de klant. Daarmee is voorshands aannemelijk dat sprake is van concurrerende activiteiten.
Gedurende de looptijd van de Overeenkomst zal Klant voor alle Tickets die door Klant via de door klant beheerde website(s) worden aangeboden (…) enkel gebruik maken van de diensten van Global Ticket. Klant verbindt zich ertoe (…) zonder toestemming van Global Ticket, geen andere leveranciers of aanbieders van een e-ticket- of toegangsoplossing voor verkoop via de door Klant beheerde website(s) te gebruiken.”
Co-founder at [bedrijf 1] (part of CM.com)” op LinkedIn geplaatst bericht staat onder meer het volgende: “
Through a partnership rooted in innovation and trust, the Van Gogh Museum and CM.com have transformed the visitor journey. (…) Audio tours integrated into the ticket purchase process have boosted sales, allowing more visitors to enjoy a deeper, immersive experience.” Gelet hierop is voorshands aannemelijk dat [bedrijf 3] met haar plan om interactieve audiotours te ontwikkelen concurrerende activiteiten onderneemt. Voorts is niet uitgesloten dat [bedrijf 3] met haar uit de hierboven genoemde berichten en presentaties blijkende ambities verdere concurrerende activiteiten zal ondernemen. Temeer nu [bedrijf 3] is opgericht door twee (oud)medewerkers van CM.com en dat aannemelijk is dat voor de activiteiten van [bedrijf 3] gebruik gemaakt is van de diensten van bij CM.com in dienst zijnde medewerkers.