ECLI:NL:RBAMS:2025:9042

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
11893714
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over concurrentiebeding en proceskostenveroordeling tussen voormalig werknemer en CM.com

In deze zaak heeft een voormalig werknemer van CM.com, die middellijk bestuurder is van twee onlangs opgerichte vennootschappen, een kort geding aangespannen om schorsing van een concurrentiebeding. CM.com heeft de werknemer op staande voet ontslagen vanwege zijn betrokkenheid bij deze vennootschappen. De werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding, maar de kantonrechter wijst deze vordering af, omdat aannemelijk is dat de werknemer betrokken is bij concurrerende activiteiten. CM.com vordert in reconventie dat aan het concurrentiebeding een dwangsom wordt verbonden, maar ook deze vordering wordt afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de belangenafweging in het voordeel van de werkgever uitvalt, en dat de werknemer aan het concurrentiebeding gebonden is. De proceskosten worden toegewezen aan CM.com, en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van de procedure.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11893714 \ KK EXPL 25-634
Vonnis in kort geding van 24 november 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. I. de Vries,
tegen
CM.COM NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Breda,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: CM.com,
gemachtigde: mr. I.C.M. van de Kerkhof.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 september 2025, met producties 1-24;
- de conclusie van antwoord met producties 1-40, tevens houdende eis in reconventie;
- de aanvullende producties 16, 25-31 van [eiser] ;
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025. [eiser] is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. De heer [naam 1] was aan zijn zijde als belangstellende aanwezig. Namens CM.com zijn verschenen de heer [naam 2] (COO) en de heer [naam 3] (Hoofd Juridische Zaken), bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, de gemachtigde van [eiser] aan de hand van spreekaantekeningen. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.
1.3.
Na de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden, zodat partijen met elkaar konden onderzoeken of zij ter afwikkeling van deze zaak een minnelijke regeling konden treffen.
1.4.
In haar e-mail van 28 oktober 2025 heeft de gemachtigde van CM.com de kantonrechter bericht dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken en heeft zij namens partijen verzocht een vonnis te wijzen.
1.5.
De zaak staat thans voor vonnis.

2.De feiten

2.1.
CM.com maakt onderdeel uit van het beursgenoteerde CM-concern dat internationaal actief is op het gebied van de ontwikkeling van software om bedrijven in contact te brengen met consumenten, waarbij klantenbinding en klantbeleving centraal staan.
2.2.
[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1973, is op 1 januari 2021 bij CM.com in dienst getreden in de functie van ‘
[naam functie 1] ’op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, nadat hij de aandelen in zijn onderneming [bedrijf 1] B.V. (waarvan hij mede-eigenaar was) aan CM.com had verkocht. De arbeidsovereenkomst, die [eiser] heeft ondertekend, bevat onder meer de volgende clausules:
“Artikel 10 – Relatiebeding
1.
Het is de werknemer binnen één (1) jaar na beëindiging van het dienstverband niet toegestaan, direct noch indirect, al dan niet gehonoreerde werkzaamheden soortgelijk aan verrichte werkzaamheden door werkgever, te verrichten voor relaties of klanten van werkgever en/of hen daaraan gelieerde werkgevers te benaderen.
Artikel 11 – Concurrentiebeding
1.
Zonder voorafgaande schriftelijk ontheffing van dit verbod door de werkgever, tijdens de duur van de Arbeidsovereenkomst en na beëindiging van de Arbeidsovereenkomst gedurende een jaar, zal de werknemer, noch zelf in enigerlei vorm een bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dat van de werkgever en/of daarmee gelieerde ondernemingen mogen vestigen, drijven, mede drijven of doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, noch financieel in welke vorm dan ook bij een zodanige onderneming belang hebben of daarin of daarvoor op enige wijze werkzaam zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook hebben.
Artikel 12 - Boeteclausule
1.
Bij niet nakoming of overtreding van de artikelen 9, 10 en 11 van deze overeenkomst omschreven verplichtingen zal de werknemer aan de werkgever (zulks in afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek) een boete verschuldigd worden van € 5.000,-- voor elke keer dat hij een van die verplichtingen niet nakomt of overtreedt, alsmede een boete van € 1.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat hij in overtreding blijft. Indien de schade meer dan gemeld boetebedrag mocht belopen, zal de werknemer overgaan tot betaling van een volledige schadevergoeding waarbij het boete bedrag komt te vervallen.”
2.3.
In januari 2024 is de functie van [eiser] gewijzigd in ‘
[naam functie 2]’.
2.4.
Op 2 juni 2025 is de besloten vennootschap [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) opgericht. [eiser] is, via zijn holding [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ), voor 50% eigenaar van [bedrijf 3] .
2.5.
Op 29 juli 2025 is de besloten vennootschap Combitiq B.V. (hierna: Combitiq) opgericht. [eiser] is via [bedrijf 2] voor 25% eigenaar van Combitiq.
2.6.
[bedrijf 2] staat in het handelsregister als bestuurder (alleen/zelfstandig bevoegd) van [bedrijf 3] en Combitiq geregistreerd. [eiser] is aldus middellijk bestuurder van beide vennootschappen.
2.7.
Op 18 augustus 2025 is [eiser] door CM.com op staande voet ontslagen, mede vanwege zijn betrokkenheid bij [bedrijf 3] en Combitiq. In de schriftelijke bevestiging van het ontslag op 19 augustus 2025 wordt door CM.com benadrukt dat het
concurrentiebeding en het relatiebeding, inclusief het daaraan gekoppelde boetebeding onverkort van kracht blijven en wordt [eiser] gesommeerd tot naleving daarvan, meer specifiek:
“Aldus sommeer ik u (…) om al uw activiteiten, direct dan wel indirect, ten behoeve van c.q. gelieerd aan Combiteq B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. per direct te staken en gestaakt te houden, inclusief de uitschrijving van uw holding als bestuurder van deze vennootschappen.”

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert – samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
3.1.1.
het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding en/of relatiebeding geheel of gedeeltelijk te schorsen, met dien verstande dat het [eiser] is toegestaan activiteiten te verrichten voor en tevens (indirect) aandeelhouder te zijn van [bedrijf 3] B.V. en Combitiq B.V., dan wel dat het [eiser] is toegestaan werkzaam te zijn in de klantencontact- en / of ticketing branch,
3.1.2.
CM.com te verbieden om aanspraak te maken op de in de arbeidsovereenkomst opgenomen boeteclausule, onder verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per keer dat CM.com zich niet aan dit verbod houdt,
3.1.3.
CM.com te verbieden om opnieuw ten laste van [eiser] conservatoir (derden)beslag te leggen, onder verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per keer dat CM.com zich niet aan dit verbod houdt,
3.1.4.
CM.com te gebieden dat wanneer zij toch opnieuw verlof vraagt tot het leggen van conservatoir (derden)beslag ten laste van [eiser] , zij bij dat verzoek een kopie van het vonnis van het onderhavige geding overlegt, onder verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per keer dat CM.com zich niet aan dit verbod houdt,
subsidiair
3.1.5.
CM.com te veroordelen tot betaling bij wijze van voorschot van een vergoeding van € 9.184,00 per maand, te vermeerderen met vakantiegeld, vanaf 18 augustus 2025, voor elke maand dat [eiser] gebonden is aan het concurrentiebeding en/of het relatiebeding,
primair en subsidiair
3.1.6.
CM.com te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[eiser] stelt hiertoe dat het concurrentiebeding niet van toepassing is, omdat het niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen bij het wijzigen van zijn functie. Mocht het concurrentiebeding wel geldig zijn, dan stelt [eiser] dat van concurrerende activiteiten binnen [bedrijf 3] of Combitiq geen sprake is. Daarnaast geldt dat het bedrijfsdebiet van CM.com niet wordt aangetast, en dat een belangenafweging in het voordeel van [eiser] dient uit te vallen. Indien en voor zover wordt geoordeeld dat het concurrentiebeding in stand moet blijven, dan maakt [eiser] aanspraak op een vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 BW gelijk aan het maandsalaris dat hij als laatste verdiende bij CM.com.
3.3.
CM.com voert aan dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is, en dat de activiteiten van Combitiq en [bedrijf 3] wel degelijk concurrerend zijn. Volgens CM.com wordt haar bedrijfsdebiet aangetast door Combitiq en [bedrijf 3] . Voorts voert CM.com aan dat voor een vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 geen grondslag bestaat, en dat [eiser] geen belang heeft bij het gevorderde onder 3.1.2 t/m 3.1.4.
in reconventie
3.4.
In reconventie vordert CM.com – samengevat – [eiser] tot 18 augustus 2026 te verbieden om noch zelf een bedrijf gelijk of aanverwant aan dat van CM.com te vestigen, noch financieel of in welke vorm dan ook bij een zodanige onderneming belang te hebben of daarvoor werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, waaronder mede valt te verstaan de ondernemingen Combitiq en/of [bedrijf 3] , op straffe van een dwangsom van € 15.000,00 per dag dat [eiser] in strijd handelt met het verbod. Ook vordert CM.com in conventie en in reconventie [eiser] te veroordelen in de proceskosten.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

Beoordelingskader kort geding en spoedeisend belang
4.1.
In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen. Gelet op de verwevenheid, zullen de vorderingen in conventie en reconventie gezamenlijk worden behandeld.
4.2.
Voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde voorziening, zodat hij ontvankelijk is in zijn vordering.
Het concurrentiebeding
4.3.
Eerst dient te worden beoordeeld of het concurrentiebeding (nog steeds) rechtsgeldig is. [eiser] stelt allereerst dat het beding niet van toepassing is dan wel vernietigd moet worden omdat de vermeende concurrerende werkzaamheden worden geclaimd vanuit CM.com Ticketing B.V. (hierna CM.com Ticketing), terwijl het beding is overeengekomen met CM.com en dus vanuit een andere entiteit. Daarnaast stelt [eiser] dat het concurrentiebeding, indien het wel van toepassing is, zijn werking is verloren na het wijzigen van zijn functie, omdat toen niet opnieuw schriftelijk een concurrentiebeding is overeengekomen. In de functie van “
[naam functie 1] ”was hij werkzaam vanuit de business unit “
ENGAGE” en onder meer verantwoordelijk voor de integratie van het bedrijf [bedrijf 1] B.V. binnen CM.com. Na zijn functiewijziging in “
[naam functie 2]” werd hij werkzaam binnen de business unit “
LIVE” en kreeg hij andere taken en meer verantwoordelijkheden. Van een business unit specifiek op het gebied van klantcontact, klantenservice en klantoplossingen ging hij naar een onderdeel gericht op live-evenementen en ticketing, met een geheel andere doelgroep en klanten. Daarbij komt dat hij tussendoor nog een jaar een kwartiermakersfunctie heeft gehad op het gebied van payment (voor de business unit “
PAY” en CM.com Payments B.V.), waardoor hij nog een verbod bij een geheel nieuw branche heeft binnengehaald. Zowel horizontaal als verticaal heeft het concurrentiebeding binnen de organisatie een veel groter bereik gekregen. Het concurrentiebeding is dus aanmerkelijk zwaarder gaan drukken, aldus [eiser] .
Activiteiten dochteronderneming
4.4.
Het is niet aannemelijk te achten dat geoordeeld zal worden dat het concurrentiebeding niet meer van toepassing is (louter) omdat de vermeende concurrerende werkzaamheden ticketing activiteiten betreffen van CM.com Ticketing, voor welke onderneming [eiser] laatstelijk feitelijk werkzaam was. Het beding omvat immers niet alleen CM.com, de formele werkgever van [eiser] , maar alle aan CM.com gelieerde ondernemingen. Dat als CM.com Ticketing als dochteronderneming een aan CM.com gelieerde onderneming is staat niet ter discussie.
Opnieuw schriftelijk overeenkomen?
4.5.
Volgens rechtspraak van de Hoge Raad moet een concurrentiebeding opnieuw schriftelijk worden overeengekomen bij een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding, die niet redelijkerwijze was te voorzien bij het aangaan van het beding en die tot gevolg heeft dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken doordat het voor de werknemer een belemmering vormt om een gelijkwaardige werkkring te vinden.
4.6.
CM.com heeft gemotiveerd betwist dat, zoals door [eiser] is aangevoerd, hij doorgestroomd was naar het hoogste managementniveau en verantwoordelijk was voor de algehele operationele efficiëntie van de organisatie. [eiser] was geen statutair directeur en vervulde in zijn nieuwe functie “
[naam functie 2]” een managementrol in een onderdeel (
Museum & Parks) van één van de vier business units (
LIVE). Het betreft een kleinere sub-business unit met een substantieel lagere omzet (ongeveer 1,2% van de totaalomzet van CM.com) en minder werknemers (ongeveer 14 medewerkers) dan de business unit waarin hij voorheen werkzaam was (
ENGAGE, met 119 medewerkers en een meer dan dubbel zo hoge omzet). In functiezwaarte en verantwoordelijkheden is nauwelijks iets veranderd. Van een promotie of toename van span of control was geen sprake. Dat het salaris van [eiser] in de nieuwe functie nagenoeg gelijk gebleven is, is daarvan een indicatie. Voorzienbaar was voorts dat [eiser] , na de integratie van zijn onderneming in het concern, zou doorstromen naar een andere functie in het concern. Daarbij komt dat het concurrentiebeding van meet af aan gezien heeft op ‘de werkgever en/of daarmee gelieerde ondernemingen’, anders gezegd op alle activiteiten van het concern, zodat het – ook als de functie wel ingrijpend gewijzigd zou zijn – niet zwaarder is gaan drukken, aldus CM.com.
4.7.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] zijn stelling dat sprake is van een niet voorzienbare ingrijpende wijziging waardoor het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken, onvoldoende aannemelijk gemaakt in het licht van het daartegen door CM.com gevoerde verweer. Het concern omschrijft zichzelf als toonaangevend in AI-gedreven oplossingen voor klantbetrokkenheid, dat aan bedrijven één platform biedt om in contact te komen met consumenten en marketing-, sales- en klantenserviceteams en daarmee in staat stelt om klantinteracties te automatiseren via diverse mobiele kanalen. Dat binnen het concern werkzaamheden op het gebied van klantcontact, payment en ticketing zodanig gescheiden werelden zijn dat een functie binnen een andere business unit de reikwijdte van het concurrentiebeding onvoorzienbaar en aanzienlijk zou vergroten, is niet aangetoond. Dat [eiser] met zijn ervaring op het gebied van klantcontacten binnen korte tijd werkzaam kon zijn in functies op managementniveau in andere business units van het concern duidt erop dat alles met elkaar verweven is. De kern van wat het concern doet, zo begrijpt de kantonrechter, is de ontwikkeling van klantgerelateerde software en het aanbieden van daarop gebaseerde diensten (waaronder betaling en de verkoop van toegangskaarten). Het loutere feit dat hij in zijn verschillende functies binnen het concern in aanraking is gekomen met andere aspecten van het door CM.com geboden platform en/of andere klanten, maakt niet dat het concurrentiebeding zonder meer zwaarder is gaan wegen. De kantonrechter acht het daarom voorshands niet aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat in verband met de functiewijziging het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden en haar geldigheid heeft verloren. Uitgangspunt is dat [eiser] aan het concurrentiebeding gebonden is.
Primair: schorsing
4.8.
De kantonrechter kan het concurrentiebeding in een bodemprocedure geheel of gedeeltelijk vernietigen op de grond dat in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld (artikel 7:653 lid 3 sub b BW). In kort geding kan de vernietiging niet worden toegewezen. Het concurrentiebeding kan wel worden geschorst indien het aannemelijk is dat een vordering tot vernietiging in een bodemprocedure zal slagen. Daarom dient op basis van alle relevante omstandigheden van het geval een afweging te worden gemaakt tussen de belangen van [eiser] bij schorsing van het beding en de belangen van CM.com bij onverkorte handhaving daarvan. Dit zal hieronder besproken worden
Zijn Combitiq en [bedrijf 3] concurrenten van CM.com?
4.9.
In dat kader dient te worden beoordeeld of de activiteiten van Combitiq en [bedrijf 3] onder de werking van het concurrentiebeding vallen, en of Combitiq en [bedrijf 3] daarmee als concurrenten van CM.com aan te merken zijn. Vooraf wordt opgemerkt dat het in dit kort geding niet gaat over de vraag of de betrokkenheid van [eiser] bij Combitic en [bedrijf 3] een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Stellingen van partijen op dit punt worden daarom buiten beschouwing gelaten.
CM.com
4.10.
CM.com ontwikkelt – kort gezegd – software en levert diensten waarmee haar klanten (zoals musea en attractieparken) de verkoop van hun toegangskaarten via hun eigen website kunnen realiseren (primaire verkoop) en faciliteert daarnaast de mogelijkheid om kaarten via wederverkopers (
resellers) te verkopen (bijvoorbeeld: de ANWB of VVV verkoopt via haar website een kaartje voor een museum). Deze laatste mogelijkheid verloopt via het zogeheten
Global Reseller Platformvan CM.com. De primaire verkoop verloopt via de website van de klant. Voor verkoop via alle door de klant van CM.com beheerde websites wordt exclusiviteit overeengekomen. Op de website van de klant staat een door CM.com gebouwd en beheerd blokje “
Tickets”. Klikt de consument daarop dan komt deze in een door CM.com beheerde omgeving terecht (bestel- en betaalpagina’s). Na het doorlopen van het door CM.com beheerde verkoopsysteem vindt de betaling van de gekochte toegangskaarten plaats aan “
CM.com Ticketing BV via CM.com” en wordt het ticket door CM.com aangemaakt en aan de consument uitgegeven. Klanten van CM.com maken ook gebruik van kanalen van derden (wederverkopers of wel resellers) om toegangskaarten te verkopen. CM.com kan op verzoek van een klant een door die klant gewenste wederverkoper toegang tot het reseller platform van CM.com verlenen, waarbij verkoop aan die reseller en betaling door de reseller aan de klant eveneens via CM.com verlopen. De vergoeding (
service fees) die CM.com voor primaire verkoop ontvangt liggen hoger dan voor verkoop aan resellers. Als betaling via de verkoopomgeving van CM.com verloopt ontvangt zij ook een vergoeding voor transactiekosten. Daarnaast brengt de betrokkenheid van CM.com mee dat aanvullende diensten geleverd worden (zoals sms- en e-mailcommunicatie, marketing automation en data-analyse).
Combitiq
4.11.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat Combitiq geen concurrent van CM.com is, maar een reseller. Combitiq biedt geen vergelijkbare of vervangende diensten ten opzichte van CM.com Ticketing. Combitiq koopt toegangsbewijzen en bundelt deze tot combinatietickets (bijvoorbeeld: MOCO museum en Heineken Experience). Combitiq koopt de tickets van de musea en andere klanten van CM.com via het reseller platform van CM.com, en niet rechtstreeks bij deze klanten. De combinatietickets worden vervolgens via de website van Combitiq verkocht aan de bezoekers. Klanten kunnen ervoor kiezen om op hun eigen website een link naar de website van Combitiq te plaatsen, maar dat beslissen de klanten zelf, aldus [eiser] .
4.12.
CM.com betwist dat Combitiq een reseller is, althans dat Combitiq een wederverkoper is die zij op verzoek van een klant toegang zou geven tot haar reseller platform. Resellers die toegangskaarten aanbieden doen dat via een
eigen kanaal, zoals een eigen website of een mobiele app, waarvoor zij reclame maken om de consument aan te trekken. Met het gebruik van de verkoopkanalen van resellers vergroot de klant haar bereik. Als voorbeeld noemt CM.com onder meer GetYourGuide en Tiqets. Resellers verkopen dus geen toegangskaarten via de website van de klant (het museum of de attractie) zelf. Combitiq doet dit echter wel: Combitiq maakt gebruik van de primaire website van klanten van CM.com en verkoopt daar rechtstreeks toegangskaarten (combinatietickets) aan bezoekers. Daarmee loopt CM.com transacties mis van consumenten die via de website van bijvoorbeeld een museum tickets voor dat museum willen kopen (de primaire ticketing). Ook derft CM.com inkomsten doordat geen transactiekosten in rekening kunnen worden gebracht omdat de betaling van de combinatietickets vanaf de website van de klant via Combitiq verloopt. Volgens CM.com heeft Combitiq pas recent een eigen website gelanceerd voor ticketverkoop, nadat CM.com het standpunt had ingenomen dat Combitiq geen reseller is. CM.com stelt verder dat [eiser] en de heer [naam 1] Combitiq op heimelijke wijze hebben laten toevoegen aan het reseller platform van CM.com. Normaal gesproken worden wederverkopers slechts op verzoek van de klant en na toetsing door CM.com aan de gemaakte klantafspraken toegelaten tot het reseller platform, aldus CM.com.
4.13.
De kantonrechter stelt voorop dat sprake is van niet eenvoudig te doorgronden concurrentieverhoudingen tussen partijen, terwijl een kort geding zich niet voor nadere bewijsvoering leent. Het staat vast dat Combitiq de door haar aangeboden combinatietickets aanbiedt via de websites van een aantal van CM.com’s klanten. Door te klikken op de knop van de combinatietickets komt de consument vanaf de website van de klant van CM.com in een door Combitiq beheerde omgeving en de betaling vindt plaats aan “
Combitiq B.V. via Stichting Mollie Payments”. Voorts geldt voor één van deze klanten dat zij op 28 november 2024 in een e-mail aan [naam 1] , toen nog werkzaam voor CM.com en via Wolfhsac Holding B.V. voor 25% mede-oprichter en -eigenaar van Combitiq, het volgende gevraagd heeft: “
Vanuit AMAZE willen wij combi tickets aanbieden via de website. Wij verkopen een hoog percentage zelf en denken dat het een goede meerwaarde is als wij gaan werken met combi-tickets. Nu willen we dat graag vanuit CM doen, vandaar de vraag of jullie dit kunnen en op welk termijn we dit kunnen realiseren?” Intern is diezelfde dag aan [naam 1] bericht: “
Dit is mogelijk en doen wij momenteel al voor onze klanten. De desbetreffende CSM moet dit bespreken met de klant en inrichten met onze developers.” Dit verzoek is, zo wijst de website van AMAZE uit, niet vanuit CM.com gerealiseerd, maar vanuit Combitiq. Zodoende kunnen de activiteiten van Combitiq activiteiten bij CM.com weghalen en daarmee van invloed zijn op de omzetten die CM.com uit diensten bij de verkoop van toegangskaarten genereert, alsmede op de mogelijke daarmee samenhangende aanvullende dienstverlening en betrokkenheid bij de klant. Daarmee is voorshands aannemelijk dat sprake is van concurrerende activiteiten.
4.14.
[eiser] heeft ter zitting weersproken dat CM.com kon of kan leveren wat de klant wilde. De markt zou vragen om uitgebreidere en flexibelere oplossingen dan CM.com kan bieden. CM.com opereert als primaire ticketleverancier op een ander niveau dan resellers doen. De combinatietickets die CM.com aanbiedt betreffen één ticket dat toegang geeft tot twee musea en/of attracties, waardoor CM.com ook maar voor één ticket betaald zou krijgen. Combitiq zorgt als reseller daarom voor extra omzet, aldus [eiser] . In het licht van het tussen partijen gevoerde debat en de veelheid van in het geding gebrachte stukken, kan de juistheid van deze stellingen voorshands niet worden vastgesteld.
4.15.
[eiser] heeft nog aangevoerd dat uit het feit dat Combitiq de toegang tot het reseller platform na ontdekking door CM.com niet is ontzegd aantoont dat van concurrentie kennelijk geen sprake is en CM.com er van profiteert. Daartegen heeft CM.com ingebracht dat zij daarmee ook haar klanten – die met Combitiq afspraken gemaakt hebben – zou raken, en om die reden Combitiq niet verwijderd heeft. Voorts heeft [eiser] gesteld dat in de praktijk klanten van CM.com zonder voorafgaande toetsing door CM.com resellers kunnen (laten) toevoegen op hun website. Niet weersproken is echter dat, zoals door CM.com is aangevoerd, in de overeenkomsten met klanten standaard een exclusiviteitsbeding is opgenomen, waarin – onder meer – het volgende is overeengekomen: “
Gedurende de looptijd van de Overeenkomst zal Klant voor alle Tickets die door Klant via de door klant beheerde website(s) worden aangeboden (…) enkel gebruik maken van de diensten van Global Ticket. Klant verbindt zich ertoe (…) zonder toestemming van Global Ticket, geen andere leveranciers of aanbieders van een e-ticket- of toegangsoplossing voor verkoop via de door Klant beheerde website(s) te gebruiken.”
[bedrijf 3]
4.16.
Ten aanzien van [bedrijf 3] heeft [eiser] aangevoerd dat het een slapende vennootschap is, dat er geen klanten en/of contracten zijn, en dat er (nog) geen omzet is. Het gaat slechts om een idee voor interactieve audiotours op basis van AI, ter vervanging van bestaande audiotours bij bijvoorbeeld musea en attracties. [eiser] voert aan dat CM.com tot op heden überhaupt geen audiotours en / of educatieve rondleidingen of interactieve tours aanbiedt.
4.17.
CM.com stelt dat in haar samenwerking met klanten ook audiotours worden aangeboden. Tevens betwist zij dat [bedrijf 3] zich slechts op audiotours richt, en stelt dat het product van de onderneming veel breder in de markt wordt gezet. Ter onderbouwing van die stelling verwijst CM.com naar chatberichten met een developer en presentaties die over het product van [bedrijf 3] zijn gegeven, waaruit zou blijken dat [bedrijf 3] zich richt op de optimalisatie van klantervaring in brede zin. Net als CM.com richt zij zich op de zakelijke markt, waaronder banken, verzekeringmaatschappijen en adviesbureaus, met AI-gedreven klantprocessen. Voorts stelt CM.com dat de [bedrijf 3] -oplossing technisch eenvoudig te koppelen is met de bestaande CM.com infrastructuur en door CM.com bij dezelfde klanten kunnen worden aangeboden. In dat kader heeft CM.com onlangs de AI-tool HALO ontwikkeld. Daarbij komt dat het los van CM.com daarvan ontwikkelen de commerciële positie van CM.com wordt ondergraven en zij omzetpotentieel bij klanten verliest waarmee al een lopende relatie bestaat. Wederom een idee dat door CM.com medewerkers is bedacht, waarmee [eiser] aan de haal gegaan is en verder heeft uitgewerkt met [naam 1] . Aldus CM.com.
4.18.
[bedrijf 3] is een vennootschap die is opgericht door [eiser] en [naam 1] , die via hun holding ieder 50% van de aandelen bezitten. In een tijdens zijn dienstverband bij CM.com door [eiser] als “
Co-founder at [bedrijf 1] (part of CM.com)” op LinkedIn geplaatst bericht staat onder meer het volgende: “
Through a partnership rooted in innovation and trust, the Van Gogh Museum and CM.com have transformed the visitor journey. (…) Audio tours integrated into the ticket purchase process have boosted sales, allowing more visitors to enjoy a deeper, immersive experience.” Gelet hierop is voorshands aannemelijk dat [bedrijf 3] met haar plan om interactieve audiotours te ontwikkelen concurrerende activiteiten onderneemt. Voorts is niet uitgesloten dat [bedrijf 3] met haar uit de hierboven genoemde berichten en presentaties blijkende ambities verdere concurrerende activiteiten zal ondernemen. Temeer nu [bedrijf 3] is opgericht door twee (oud)medewerkers van CM.com en dat aannemelijk is dat voor de activiteiten van [bedrijf 3] gebruik gemaakt is van de diensten van bij CM.com in dienst zijnde medewerkers.
Belangenafweging
4.19.
Nu voorlopig is geoordeeld dat Combitiq en [bedrijf 3] concurrerende activiteiten ondernemen en ontwikkelen, moet – een eveneens voorlopige – afweging worden gemaakt tussen de belangen van [eiser] bij schorsing van het beding en de belangen van CM.com bij onverkorte handhaving daarvan. Voor schorsing moet het aannemelijk zijn dat een vordering tot vernietiging van het concurrentiebeding in een bodemprocedure zal slagen. Daarbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, heeft [eiser] vooralsnog niet, althans onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij als werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever door het beding onbillijk wordt benadeeld. Dat de schade voor CM.com thans nog beperkt is, doordat Combitiq in een opstartfase zit en [bedrijf 3] nog geen klanten bedient, doet hieraan niet af. CM.com heeft een duidelijk belang bij handhaving van het concurrentiebeding om verdere schade te voorkomen.
Relatiebeding
4.20.
Het debat tussen partijen gaat over het concurrentiebeding. Met betrekking tot het relatiebeding heeft [eiser] niet voldaan aan haar stelplicht.
Conclusie
4.21.
Gelet op het bovenstaande wordt de vordering tot schorsing van het concurrentiebeding en/of relatiebeding afgewezen.
Boetebeding
4.22.
Er is dan ook geen aanleiding om het boetebeding te schorsen. Of boetes verbeurd zijn is onderwerp van een bodemprocedure, waarbij de rechter bovendien de bevoegdheid heeft om eventueel verbeurde boetes te matigen als de billijkheid dit eist.
Beslagverbod
4.23.
Er is reeds conservatoir beslag op de woning en bankrekening gelegd en daarover loopt een bodemprocedure. Voor een eventueel uit te spreken verbod hangende de bodemprocedure kan aangesloten worden bij de redenen voor opheffing van een beslag. Artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Rechtsvordering noemt als – niet limitatieve – redenen daarvoor: indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. Daarvan is niet gebleken. Dat overigens sprake is van misbruik van recht, wat door CM.com is weersproken, is door [eiser] onvoldoende onderbouwd. Daartoe is niet voldoende dat [eiser] door de beslagen zwaar wordt geraakt en zijn vermogen niet vrijelijk meer kan gebruiken. De beslagen zijn met rechterlijke toestemming gelegd. Daarbij komt dat CM.com de toezegging heeft gedaan hangende de lopende procedures tussen CM.com en [eiser] niet opnieuw verlof tot het leggen van conservatoir beslag aan te vragen. De gevraagde voorziening wordt dan ook afgewezen.
Subsidiair: Vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 BW
4.24.
[eiser] heeft subsidiair een vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 BW gevorderd. Hiervoor is noodzakelijk dat [eiser] aantoont dat hij wordt belemmerd in het vinden van een (financieel) vergelijkbare functie. Dit is door [eiser] onvoldoende onderbouwd. Niet valt in te zien waarom [eiser] niet in een andere sector een passende functie zou kunnen vinden. De gevraagde voorziening wordt daarom afgewezen.
Reconventie
4.25.
In reconventie vordert CM.com dat aan het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst een dwangsom verbonden wordt en te bepalen dat Combitiq en [bedrijf 3] onder de reikwijdte van het beding vallen. Dat dwangsommen nodig zijn omdat de contractuele boetes [eiser] er niet van zouden weerhouden het beding na te leven is weersproken door [eiser] , die stelt de kort geding procedure juist begonnen te zijn om duidelijkheid te krijgen vanwege de exorbitant hoge boetes en toezegt een kort geding vonnis te zullen naleven. De kantonrechter ziet onvoldoende belang voor het treffen van deze voorziening nu in conventie voorshands is geoordeeld dat Combitiq en [bedrijf 3] concurrerende activiteiten ondernemen, dat [eiser] aan het concurrentiebeding is gebonden en dat daaraan reeds een – aanzienlijke – contractuele boeteclausule verbonden is. De gevraagde voorziening zal dan ook worden afgewezen.
Proceskosten in conventie
4.26.
[eiser] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CM.com worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.086,00
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.106,00
Proceskosten in reconventie
4.27.
CM.com is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Bij de begroting van de proceskosten in reconventie houdt de kantonrechter er rekening mee dat de vordering in reconventie voortvloeit uit het verweer in conventie. Om die reden wordt het in reconventie toegekende salaris advocaat gehalveerd. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
543,00
(factor 0,5 × 1.086,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
563,00

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.106,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
5.4.
wijst de vordering van CM.com af,
5.5.
veroordeelt CM.com in de proceskosten van € 563,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als CM.com niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025 in de tegenwoordigheid van de griffier.