De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 november 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2004, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis met een manisch-psychotische episode. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar gaf via de rechter aan het eens te zijn met de zorgmachtiging mits zij thuis haar medicatie kan voortzetten.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en veiligheidsrisico's voor zichzelf en haar omgeving. De huidige behandeling met antipsychotica was onvoldoende effectief, waardoor een klinische behandeling met Clozapine noodzakelijk is.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren. De toegewezen zorgmaatregelen omvatten medicatietoediening, medische controles, opname in een kliniek en beperkingen in de bewegingsvrijheid voor de duur van zes maanden.
De advocaat van betrokkene erkende dat aan de voorwaarden voor de machtiging was voldaan, hoewel betrokkene zelf geen zorgmachtiging wenst. De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde dat de machtiging geldt tot 14 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.