ECLI:NL:RBAMS:2025:9166
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, welke is afgewezen wegens het ontbreken van overmacht, niet voldoen aan de regiobindingseis en sociale urgentiecriteria. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoekster pro forma beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd om een tijdelijke urgentieverklaring toe te kennen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat er geen onverwijlde spoed is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster dreigt slechts twee dagen per week dakloos te worden, maar kan tot die tijd bij kennissen en andere huishoudens verblijven. Daarnaast is er een aanmelding voor noodopvang bij de GGD Centrale Toegang, die mogelijk een tijdelijke oplossing biedt.
Het toekennen van een urgentieverklaring garandeert geen snelle huisvesting, maar slechts voorrang op woningzoekenden. De voorzieningenrechter concludeert dat de beslissing op het beroep kan worden afgewacht zonder voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige urgentieverklaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.