Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure in conventie en in reconventie
2.De feiten in conventie en in reconventie
“I am not responsible for the incident mentioned in the letter and therefore am not liable and will not be paying the associated costs”,en eveneens op 8 mei 2023
“My animal did not cause the damage, therefore I am not liable for your client’s damages. I have a witness who can confirm this to be true.”
Een labrador (zwart) [naam hond 1] rende tegen de onderbenen van [eiseres] (mijn overbuurvrouw) aan.”
Heeft u daadwerkelijk gezien dat het [naam hond 1] was die aan kwam rennen? Ja. […]
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
.
5.De beoordeling
‘om duidelijk onderscheid te maken tussen wat zij later heeft gehoord en dat wat zij zelf heeft waargenomen‘geen aanleiding te veronderstellen dat [naam 1] niet uit eigen waarneming heeft verklaard over de toedracht en dat haar verklaring daarom onbetrouwbaar is. Deze opmerking van de rechter commissaris werd niet gemaakt toen [naam 1] verklaarde over de toedracht van het ongeval maar ten aanzien van de vraag of er na het ongeval nog andere mensen of omstanders bij waren gekomen.
rechterbeen van [eiseres] in plaats van tegen haar linker been. Vaststaat immers dat [eiseres] letsel aan haar linker been heeft opgelopen en niet aan haar rechter been. Het is dan ook de vraag of [gedaagde 2] het incident evengoed heeft kunnen zien als [eiseres] en [naam 1] .
‘ik denk dat haar zicht werd geblokkeerd door mevrouw [eiseres] ’en ‘
ik geloof niet dat zij het heeft zien gebeuren’en ‘
[eiseres] keek niet die kant op. Misschien de andere vrouw, maar die kent mijn hond niet zo goed’en
‘de laatste kant die ik haar op zag kijken was richting haar hond.’ Daartegenover staat dat zowel [naam 1] als [eiseres] overtuigend verklaren dat zij zelf het incident hebben zien gebeuren. Dat [naam 1] en/of [eiseres] op enig moment een andere kant opkeken, zoals in de richting van de hond van [naam 1] , sluit niet uit dat zij daarvoor of daarna wel in de richting van [naam hond 2] en [naam hond 1] hebben gekeken en de honden op dat cruciale moment op [eiseres] af hebben zien rennen.
ofzij in de toekomst, in verband met traumatische artrose, een knieprothese nodig zal hebben maar eerder
wanneer. [eiseres] verwijst in dit verband naar een als productie 11 overgelegd rapport van verzekeringsarts [naam 4] van 3 mei 2024 waarin deze onder meer schrijft dat vanwege de verhoogde kans op het later optreden van posttraumatische artrose van de knie bij tibia plateau fracturen er de kans bestaat dat na een aantal jaren het plaatsen van een knieprothese noodzakelijk zal zijn en deze noodzaak vaak, maar mogelijk eerder of later, optreedt na zo’n 5 à 10 jaar. Dat acht de rechtbank echter nog onvoldoende concreet om tot een veroordeling van een bedrag van € 60.000,- aan toekomstig nog te lijden schade, waaronder verlies aan verdienvermogen, te kunnen komen.