ECLI:NL:RBAMS:2025:9179

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
C/13/747755 / HA ZA 24-252
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot schadevergoeding en proceskostenveroordeling in geschil tussen handelaren in staalschroot

In deze civiele zaak tussen KB Schroot B.V. en Eusider Trading S.A. draait het om de afvoer van vuilfracties uit staalschroot. KB Schroot, een onderneming die zich bezighoudt met de in- en verkoop van staalschroot, heeft in opdracht van Eusider vuilfracties afgevoerd die volgens haar eigendom van Eusider zijn. De rechtbank oordeelt dat Eusider aansprakelijk is voor de kosten van deze afvoer, omdat bewijs is geleverd dat de vuilfracties van Eusider zijn. De zaak begon met een samenwerking tussen KB Schroot en Eusider, waarbij schroot werd opgeslagen en verwerkt. Na beëindiging van de overeenkomsten ontstond er een geschil over de afvoer van de vuilfracties die op de terminal van KB Verhuur waren blijven liggen. KB Schroot vorderde betaling van de kosten voor de afvoer van 2.847,020 Mt vuilfracties, die door haar zijn gewogen en gefactureerd aan Eusider. De rechtbank oordeelt dat Eusider gehouden is om deze kosten te vergoeden, evenals andere kosten die voortvloeien uit de samenwerking. De rechtbank wijst de vorderingen van KB Schroot grotendeels toe, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/747755 / HA ZA 24-252
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KB SCHROOT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
hierna te noemen: KB Schroot,
advocaat: mr. C.F.H. Donners,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EUSIDER TRADING S.A.,
gevestigd te Lugano (Zwitserland),
gedaagde,
hierna te noemen: Eusider,
advocaat: mr. K.J. Krzeminski.

1.Deze zaak in het kort

1.1.
KB Schroot handelt in staalschroot en haar zusterbedrijf KB Verhuur exploiteert een terminal waar schroot kan worden opgeslagen. Eusider handelt ook in staalschroot. Zij laat die op basis van een overeenkomst afleveren op een afgescheiden gedeelte van de terminal van KB Verhuur. Eusider heeft ook een overeenkomst met KB Schroot voor de handel in staalschroot. De overeenkomsten zijn beëindigd.
1.2.
Met het verhandelde staalschroot worden ook in het schroot aanwezige vuilfracties verladen. Op het afgescheiden gedeelte van de terminal van KB Verhuur is een berg vuilfracties blijven liggen. KB Verhuur en KB Schroot menen dat die van Eusider is en vinden dat die door haar of in haar opdracht moet worden afgevoerd. KB Schroot heeft de benodigde vergunningen voor die afvoer en heeft dit in het verleden ook in opdracht van Eusider gedaan. Eusider betwist dat de vuilfracties haar eigendom zijn. Zij weigert die opdracht tot afvoer te geven. KB Schroot verwijt Eusider daarmee onrechtmatig te handelen en beroept zich subsidiair op zaakwaarneming.
1.3.
In dit vonnis wordt geoordeeld dat bewijs is geleverd dat de vuilfracties van Eusider zijn en dat zij de kosten moet vergoeden die KB Schroot als zaakwaarnemer heeft begroot voor de afvoer daarvan.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident bevoegdheid van 25 september 2024 en de daarin genoemde stukken. In dit vonnis in incident heeft de rechtbank geoordeeld dat zij rechtsmacht heeft om kennis te nemen van de vorderingen van KB Schroot,
- het vonnis in incident provisionele voorzieningen van 19 maart 2025 en de daarin genoemde stukken,
- het tussenvonnis van 16 april 2025 waarbij de mondelinge behandeling in de hoofdzaak is bepaald,
- de akte van KB Schroot, met producties 22 tot en met 29,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 september 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 10 september 2025 die zich in het dossier bevinden,
- de onttrekking van 8 oktober 2025 van mr. J.R. Groen als advocaat van KB Schroot,
- de stelling van 22 oktober 2025 van mr. C.F.H. Donners als advocaat van KB Schroot.
2.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

3.De feiten

De betrokken partijen en de aard van hun samenwerking
3.1.
KB Schroot is een onderneming die zich bezighoudt met de in- en verkoop van staalschroot. Zij werkt samen met haar zusteronderneming, KB Verhuur & Handels B.V. (hierna: KB Verhuur), die zich als terminalexploitant in het Amsterdamse havengebied onder andere bezighoudt met de opslag, controle en het sorteren van straalschroot.
3.2.
De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is Chief Executive Officer (CEO) van zowel KB Schroot als KB Verhuur.
3.3.
De heer H. [naam 2] (hierna: [naam 2] ) is vanaf september 2020 enige tijd als Commercial Director in dienst geweest bij KB Schroot. Daarna was hij als adviseur – via zijn eigen bedrijf Portus Novum B.V. – betrokken bij KB Schroot.
3.4.
De heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is tot en met juli 2024 als accountmanager in dienst geweest bij KB Schroot.
3.5.
Eusider is een Zwitserse onderneming die zich bezighoudt met de handel in en distributie van grondstoffen en staalproducten, waaronder staalschroot.
3.6.
KB Schroot werkte als handelaar voor Eusider, waarbij KB Schroot zowel staalschroot van derden inkoopt voor Eusider, als zelf staalschroot direct aan Eusider verkoopt. KB Verhuur is als terminalexploitant verantwoordelijk voor de opslag en verwerking van de staalschroot van Eusider. Onder het verwerken van de staalschroot, kan het zeven van de staalschroot vallen om zo vuilfracties te verwijderen. Vuilfracties (“
impurities”) zijn bestanddelen in de staalschroot, die bestaan uit zand, plastic en ander materiaal dat door de staalindustrie niet verwerkt kan worden. KB Schroot heeft een milieuvergunning die het mogelijk maakt om vuilfracties naar de deponie (afvalverwerking) te brengen, KB Verhuur niet.
3.7.
KB Verhuur en Eusider hebben op 1 augustus 2020 een overeenkomst gesloten, genaamd “
Framework Agreement for the Handling & Storage of Steel Scrap”(hierna: de Stuwadoorsovereenkomst). De Stuwadoorsovereenkomst bepaalt onder meer het volgende:

1. Subject of the Agreement
1.1
KB Verhuur & Handels BV will provide the Services set out under clause 3.1 below at the Terminal (“the Services”), in respect to Steel Scrap and/or other steel driven commodities delivered by Eusider Trading SA at the Terminal by barge, truck or sea going vessel;
1.2
KB Verhuur & Handels BV shall designate a storage area of approximately 14,000m2 (i) to be used exclusively for the receipt and stockpiling the Steel Scrap and/or other steel driven commodities delivered by Eusider Trading SA, (ii) in which the Steel Scrap and/or other steel driven commodities will be kept separated / segregated from other materials, (iii) surrounded by movable barriers, and (iv) having direct access to the quay (“the Designated Area”);
(…)
3.
Services / Tariffs (all per metric ton)
3.1
KB Verhuur & Handels BV shall provide the following Services in respect to the Steel Scrap:
o Receipt and discharge from trucks and barges (minimal size 1,500 MT, no wooden ceiling);
o checks on f.e. radiation on material delivered by trucks and barges;
o sorting and positioning the Steel Scrap in the specific piles and also for shipment;
o weight determination of trucks (through WB scale) and control of gauging of the barges;
o FCR / Warehouse Receipt issuance covering the stockpiled Steel Scrap and/or other
commodities;
(…)
o yard management and moving/piling of material into the
designated area;
o general administration (excluding customs formalities and export documents);
o handling on the Terminal and in the Designated Area;
o storage in an area of 14,000 m2 being a segregated area with movable barriers and with direct access to the quay; and
o grab-trimmed re-loading into sea-going vessels also through floating crane (stevedoring);
o Screening of bottom layer (1-50cm thick) cargo remnants on the qual wall after loading of a vessel (of more than 8.000rnt) into a 0-40mm and plus 40mm fraction. After de-ironing the 0-40mm fraction the iron contents are put onto the normal working stock. The other contents from this 0-40mm are put on a separate stockpile for the purpose of disposal by Eusider Trading SA at a later stage and at their costs.
Any other screening service such as: (1) the screening of material from the tank top of barges and vessels; (2) screening of rejected cargoes at the rate of €4.85 (…) per MT; (3) separation of impurities from Ferrous and Non-Ferrous material at the rate of €12.85 (twelve euros and eighty five cents) per MT so to achieve min. 95% recovering of Ferrous Scrap bigger than 3mm and min. 90% recovering of Non-Ferrous Scrap over 3mm; (4) cutting of oversize; (5) gauging of the barges which will be charged to Eusider Trading SA in addition to the base late as per the agreed tariffs between the Parties and to be approved by Eusider Trading SA.
o Providing regular reports, at least once per week and on request, showing movements of the Steel Scrap and the quantity of Steel Scrap than stored in the Designated Area;
(…)”
3.8.
Op 27 augustus 2021 hebben KB Schroot en Eusider een overeenkomst gesloten, genaamd
“Agreement for the Purchase and Sales Assistance of Steel Scrap”(hierna: de Bemiddelingsovereenkomst). Daarna hebben KB Schroot en Eusider verschillende afzonderlijke aankooporders, zogenoemde “
Framework Purchase Orders” (hierna (in enkelvoud): FPO) gesloten.
De overname door Eusider van de account van Duferco
3.9.
KB Schroot trad in het verleden – samen met Overslagbedrijf Amsterdam (hierna: OBA) – op als stuwadoor voor de Zwitserse vennootschap Duferco SA (hierna: Duferco). Tussen hen is een geschil ontstaan. Ter beëindiging van dat geschil hebben KB Schroot en OBA enerzijds en Duferco anderzijds op 14 september 2020 een schikkingsovereenkomst (hierna: de Duferco-schikkingsovereenkomst) gesloten. De Duferco-schikkingsovereenkomst bepaalt onder meer het volgende:
“5. The parties acknowledge that a zero-measurement survey of the Dedicated Area has been completed, and thus the Dedicated Area is in satisfactory conditions without need for additional cleaning or clearing activities.”
3.10.
Eusider heeft medio september 2020 het account van Duferco overgenomen. In dat verband heeft Eusider de samenwerking met KB Schroot en de inkooprelatie met de leveranciers van Duferco voortgezet. Verder heeft Eusider toen een partij staalschroot van 12.803,358 Mt van Duferco (hierna: het Duferco-staalschroot) overgenomen.
3.11.
Intussen heeft OBA op 3 september 2020 onder meer het volgende aan [naam 1] gemaild:
“FCR weight 1-9 17.788,486
Impurities 2.366,680
Ferro scrap India
2.618,560
12.803,246”
3.12.
[naam 1] heeft op 15 september 2020 onder meer het volgende aan Eusider gemaild:
“[Eusider:] 1. Please confirm the 12’803.358 mt material which we will pay are without impurities / remains and no need for cleaning / clearing activities since all goods have been screened / treated by KB with such impurities / remains are fully disposed at Duferco cost; [ [naam 1] :]
Yes, this can i can confirm.”
3.13.
Op 15 september 2020 hebben partijen een
Framework Purchase Ordergesloten met betrekking tot de partij staalschroot van Duferco (hierna: de Duferco FPO). De Duferco FPO luidt onder meer als volgt:

1. MATERIAL
(…)
0% Impurities in cargo
(…)
2. QUANTITY
LOT 1 1’554.842 mt (+/- 0%)
LOT 2 2’095.758 mt (+/- 0%)
LOT 3 255.76 mt (+/- 0%)
LOT 4 8’896.998 mt (+/- 0%)
Total quantity 12’803.358 mt (+/- 0%)”
De uitvoering van de samenwerking van partijen
3.14.
De uitvoering van de samenwerking tussen partijen verliep – samengevat – als volgt:
Eusider kocht staalschroot bij haar leveranciers.
Het staalschroot werd afgeleverd bij de terminal van KB Verhuur in de haven van Amsterdam.
Bij binnenkomst werd het staalschroot visueel beoordeeld door KB Schroot. Bij die beoordeling werd de hoeveelheid vuilfracties in het staalschroot geschat. Daarbij gold een maximaal toegestaan percentage van 0,75% vuilfracties van de totale binnenkomende partij staalschroot.
 Indien het staalschroot voor meer dan 0,75% uit vuilfracties bestond, gaf KB Schroot dit aan Eusider door. Eusider bracht de daarmee verband houdende kosten althans schade in mindering op de aan haar leveranciers verschuldigde aankoopsom.
 Indien de hoeveelheid vuilfracties onder het maximaal toegestane percentage van 0,75% bleef, werd de hoeveelheid aanwezige vuilfracties als 0% gerapporteerd.
KB Verhuur verzamelde en classificeerde het binnengekomen staalschroot. Zij sorteerde het materiaal en zette het klaar voor doorverkoop en verscheping.
De door Eusider verkochte en vervolgens per schepen uitgaande partijen staalschroot mochten ook niet meer dan 0,75% en soms 1% vuilfracties bevatten.
Wekelijks informeerde KB Verhuur Eusider over het beschikbare materiaal op de terminal door middel van een zogenoemd
Forward Certificate of Receipt(hierna: FCR).
Indien op de terminal een hoeveelheid vuilfracties was opgebouwd uit het door Eusider aangekochte staalschroot, gaf Eusider op ad hoc basis opdracht aan KB Schroot om de vuilfracties af te voeren ter deponie.
3.15.
In een brief van 31 mei 2022 heeft KB Verhuur Eusider verzocht een totaalbedrag van € 132.514,64 aan zogenoemde “extra handling costs” te betalen. In deze brief staat onder meer het volgende:
“In the period March-April-May ‘22 the total stored quantity increased to such an extent that ultimately we had to stop the intake because there was no storage space left for further inbound traffic. The absence of outbound deep sea cargoes (last seagoing vessel with just 17.750mt loaded 5 April) strongly contributed to this heavily increased stored volume.
The base for our agreement is a storage capacity of 14.000m2 with an upward sliding scale subject to additional payment and availability. In recent months we have been charging you on the basis of 18.860m2 for the storage of scrap, although this actually was more. The allocated 14.000m2 was connected to an originally targeted storage volume of 30.000mt based on a limited number of individual grades. This 30.000mt is also important in view of an efficient handling of the in- and outbound traffic. Barge and truck deliveries are to be stored as close as possible to the quay wall (ie. in working stock position) within operational reach of the floating cranes which we need to deploy for the loading of the seagoing vessels. Due to the increased volumes stored and the occupied storage area we were not in a position to discharge from barges without moving those lots further away from the quay wall (out of normal working stock position) using additional handling equipment and personnel. This shifted volume has to be re-positioned again closer to the quay back in reach of the cranes once it needs to be re-loaded. Consequently two times extra handling in/out in case of barge delivery. In case of truck deliveries we could only continue by receiving the cargo further away from the quay as a consequence of which we have to re-position within reach of the crane for re-loading ex stock. Consequently there is one extra handling in case of truck deliveries.
Given the current circumstances we cannot stay away from charging Eusider Trading for the extra handling costs (at cost price level; barges €3,-/mt and trucks €1,65/mt) for the volume handled inbound by barge and truck whilst having a stored quantity of more than 40.000mt. (…)”
3.16.
KB Schroot heeft meermalen in opdracht van Eusider achtergebleven vuilfracties afgevoerd naar de deponie, daarvoor gefactureerd en betaald gekregen.
De correspondentie van partijen over de FCR’s
3.17.
Op 4 november 2022 heeft KB Schroot onder meer het volgende aan Eusider gemaild:
“Hereby the FCR [nummer 1] week 43 concept.
Would you like to check this for me so that it can become final.”
3.18.
In reactie daarop heeft Eusider op 7 november 2022 onder meer het volgende aan KB Schroot gemaild:
“attached the final Spec for Mv OSLO FOREST.
I have not yet confirmed the FCR N° [nummer 1] dd 30.10 (I was waiting for this final Spec) – could you please cut off this Vessel in the FCR N° [nummer 1] ( because the sale invoice was issued dd 26/10) and re-send me a draft for final check ( I will check immediately and revert you) ?”
3.19.
Op 28 november 2022 heeft KB Schroot onder meer het volgende aan Eusider gemaild:
“Hereby the FCR [nummer 2] week 47 concept.
Would you like to check this for me so that it can become final.”
3.20.
In reactie daarop heeft Eusider op 29 november 2022 onder meer het volgende aan KB Schroot gemaild:
“in the attachment (orange) I noticed that you didn’t indicate the number of Po.
Can you pls indicate this ?”
3.21.
Daarop heeft KB Schroot op dezelfde dag als volgt gereageerd:
“Those are supplies from RHM that delivered and don’t have a contract anymore. We’re waiting for some feedback from RHM to know on which PO we can book these deliveries. So, we already mention them on the concept FCR but we have to wait for RHM feedback to put these on existing PO’s.
Meanwhile, could you deliver us the list of bookings for the MV Lila Casablanca and a list for which PO’s you want to book off the mentioned impurities?”
3.22.
In vervolg daarop heeft Eusider op diezelfde dag een overzicht van vuilfracties aan KB Schroot gemaild die volgens haar moesten worden afgeboekt op de FCR [nummer 2] .
3.23.
KB Schroot heeft in reactie daarop op 30 november 2022 onder meer het volgende aan Eusider gemaild:
“I processed the impurities that you’ve send us. Any news on the Lila Casablanca vessel?”
3.24.
In vervolg daarop heeft Eusider op diezelfde dag onder meer het volgende aan KB Schroot gemaild:
“Meanwhile, do you have a reply for me regarding the number of the Po’s RHM for the FCR?”
3.25.
Diezelfde dag heeft KB Schroot onder meer het volgende aan Eusider gemaild:
“When do you have the details of the vessel MV Lila Casablanca? We can’t publish the FCR yet and customers are waiting for their payments.
Please give us some feedback. We don’t want to get complaints from our customers… and our part of the FCR is already done. Just waiting for your details.”
3.26.
In vervolg daarop heeft KB Schroot op 2 december 2022 onder meer het volgende aan Eusider gemaild:
“I’d like to remind everyone of the fact that we still haven’t received a file concerning the MV Lila Casablanca vessel. Clients are waiting for their payments. We really want to receive the list today, before 12h00 please so we can finish the FCR today.”
3.27.
In reactie daarop heeft Eusider op diezelfde dag onder meer het volgende aan KB Schroot gemaild:
“(…) I hope within this afternoon to send you (absolutely within this day) . The payments are ok, are going to go out.”
Het einde van de samenwerking van partijen
3.28.
Op een gegeven moment ontstond tussen KB Schroot, KB Verhuur en Eusider een geschil over hun samenwerking. Om verdere escalatie van dat geschil te voorkomen, sloten KB Schroot, KB Verhuur en Eusider een vaststellingsovereenkomst op 27 februari 2023 (hierna: de vaststellingsovereenkomst). Met die vaststellingsovereenkomst beëindigden partijen ook hun samenwerking. In de vaststellingsovereenkomst is het volgende opgenomen:

1. TERMINATION OF THE FRAMEWORK AGREEMENT AND AGREEMENTS WITH KB SCHROOT
1.1 (…)
Parties hereby terminate the Framework Agreement under the strict condition and with effect from the earlier of i) the that all material of Eusider has been physically and fully removed from the storage yard of KB Group, or ii) 15 April 2023. Before the date under (ii) KB Group must make all the material available.
(…)

4.NO DISCHARGE

4.1
Insofar not covered in the Agreement, all Parties’ claims are reserved and shall be discussed in good faith in a short timeframe; failing such attempt or settlement of all disputes in full, any of the parties may revert to arbitration, as agreed in the agreements between Eusider and KB Group. These claims are including but not limited to any further amounts claimed by KB Group, amounts claimed by Eusider (and further explained in the demand letter dated 9 January 2023), the question whether any shortfall is due in view of Clause 13 of the Framework Agreement, as well as the disposal of impurities as these are not part of the interim settlement.”
3.29.
KB Verhuur huurde vanaf mei 2023 een andere terminal in het havengebied. Zij heeft de overgebleven vuilfracties overgebracht naar de nieuwe terminal. Bij de verscheping zijn de vuilfracties gewogen, dat kwam neer op 2.847,020 Mt.
3.30.
Op 25 mei 2023 heeft KB Schroot aan Eusider € 469.758,30 gefactureerd voor de verwijdering van 2.847,020 Mt vuilfracties. Eusider heeft die factuur niet betaald.
3.31.
Eusider heeft in Zwitserland een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt tegen KB Verhuur. Die arbitrageprocedure loopt momenteel nog.

4.Het geschil

4.1.
KB Schroot vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
voor recht verklaart dat Eusider gehouden is om alle kosten verband houdende met de (vertraagde) afvoer van de gemoeide vuilfractie van 2.847,020 Mt aan KB Schroot te voldoen en dat alle maatregelen daartoe rechtens genomen zijn,
Eusider veroordeelt tot betaling van € 469.758,30, te vermeerderen met de wettelijk rente vanaf 5 juni 2023 althans 20 juni 2023, voor de verwijdering van de achtergebleven vuilfracties,
Eusider veroordeelt tot betaling van € 54.093,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, voor het overbrengen van de vuilfracties naar de nieuwe terminal,
Eusider veroordeelt tot betaling van € 279.064,00, te vermeerderen met de kosten per dag van € 844,70 vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag dat de vuilfracties van het terrein van KB Schroot zijn afgevoerd, te vermeerderen met de wettelijke rente, voor doorlopende kosten van terreinhuur en misgelopen behandelingsinkomsten,
Eusider veroordeelt tot betaling van € 5.123,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,
Eusider veroordeelt in de proceskosten.
4.2.
Eusider voert verweer. Eusider concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van KB Schroot in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, indien nodig, ingegaan.

5.De beoordeling

Toepasselijk recht
5.1.
Dit is een internationale zaak, omdat KB Schroot in Nederland gevestigd is en Eusider in Zwitserland. Daarom moet de rechtbank ambtshalve het toepasselijk recht vaststellen.
5.2.
De vorderingen van KB Schroot zijn gebaseerd op niet-contractuele verbintenissen, te weten onrechtmatig handelen en zaakwaarneming. Het toepasselijk recht moet daarom worden vastgesteld aan de hand van de Rome II-Verordening [1] (hierna: Rome II). Op grond van artikel 14 Rome II komt de rechtbank ten aanzien van die niet-contractuele verbintenissen uit op de toepasselijkheid van Nederlands recht. Partijen hebben hun stellingen daarover namelijk gebaseerd op Nederlands recht, zodat sprake is van een rechtskeuze voor Nederlands recht die voldoende duidelijk blijkt uit de omstandigheden van het geval.
Het bezwaar van Eusider tegen de akte van KB Schroot, met producties 22 tot en met 29
5.3.
Eusider heeft tijdens de mondelinge behandeling van 10 september 2025 bezwaar gemaakt tegen de akte aanvullende producties van KB Schroot, met producties 22 tot en met 29. Eusider heeft de rechtbank verzocht die producties buiten beschouwing te laten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat KB Schroot – met het overleggen van deze producties – de eisen van een goede procesorde heeft geschonden. KB Schroot had deze producties al bij dagvaarding kunnen en moeten overleggen. Hiermee frustreert zij elke serieuze reactiemogelijkheid van Eusider. Dit geldt temeer voor de in de producties 22 en 23 opgenomen schriftelijke getuigenverklaringen, die in feite verkapte processtukken zijn. Aldus steeds Eusider.
5.4.
De rechtbank verwerpt dit bezwaar van Eusider. Voorop staat dat het KB Schroot vrijstond om voorafgaand aan de mondelinge behandeling nog producties over te leggen. KB Schroot heeft dat ook tijdig gedaan. Aan Eusider kan weliswaar worden toegegeven dat de in producties 22 en 23 van KB Schroot opgenomen schriftelijke getuigenverklaringen eerder hadden kunnen worden overgelegd, maar dat neemt niet weg dat in deze fase van de procedure de mogelijkheid bestaat dat nog een tussenvonnis met een bewijsopdracht volgt waarna ook getuigenverklaringen zouden kunnen worden afgelegd. Verder valt niet zonder meer in te zien dat Eusider is gefrustreerd in haar reactiemogelijkheden, omdat zij in haar spreekaantekeningen op meerdere punten heeft gereageerd op de in producties 22 en 23 van KB Schroot opgenomen schriftelijke getuigenverklaringen. Al met al valt niet in te zien dat Eusider in haar processuele belangen is geschaad door de overlegging van de akte met producties 22 tot en met 29 van KB Schroot. Dit betekent dat voornoemde stukken van KB Schroot worden toegelaten.
Zijn de vuilfracties eigendom van Eusider?
5.5.
KB Schroot stelt dat Eusider 2.847,020 Mt vuilfracties (hierna: de vuilfracties) op de terminal heeft laten liggen. KB Schroot legt primair aan haar vorderingen ten grondslag dat Eusider daarmee onrechtmatig tegenover haar handelt. KB Schroot legt subsidiair aan haar vorderingen zaakwaarneming ten grondslag; zij heeft reeds en dient verder de zorg voor de vuilfracties van Eusider waar te nemen.
5.6.
Eusider betwist dat na beëindiging van de samenwerking tussen partijen 2.847,020 Mt vuilfracties is achtergebleven op de terminal en dat die vuilfracties haar eigendom zijn.
5.7.
De rechtbank acht bewezen dat de vuilfracties eigendom van Eusider zijn. Het volgende is daarvoor redengevend.
De eigen berekeningen van partijen
5.8.
Partijen hebben ter onderbouwing van hun standpunten ieder gewezen op eigen berekeningen.
5.9.
De berekening van KB Schroot luidt als volgt:
5.10.
KB Schroot heeft haar berekening als volgt toegelicht. Gedurende de samenwerking van partijen heeft KB Schroot voor Eusider in totaal 392.917 Mt aan inkomend staalschroot behandeld. In de tussen Eusider en haar leveranciers gesloten inkoopcontracten staat dat het aandeel vuil in een partij staalschroot maximaal 0,75% van die partij mag zijn. Deze inschatting werd “op het oog” gedaan. Hierop ziet de hoeveelheid van 2.344 Mt (onder A) Indien voornoemd percentage werd overschreden – eveneens “op het oog” ingeschat – kon Eusider daarvoor een korting op de koopprijs bedingen bij haar leveranciers. Hierop ziet de hoeveelheid van 2.921 Mt (onder B). Gedurende de samenwerking heeft KB Schroot dus 5.265 Mt (2.344 Mt + 2.921 Mt) aan vuilfracties van Eusider opgeslagen (onder C). Tijdens de samenwerking is een hoeveelheid van 2.637 Mt voor rekening van Eusider afgevoerd ter deponie (onder D). Dit betekent dat nog een hoeveelheid van 2.847 Mt (5.265 Mt – 2.637 Mt) vuilfracties op de terminal is blijven liggen (onder E). Deze hoeveelheid in niet geschat, maar gemeten bij het overbrengen van de vuilfracties naar de nieuwe terminal (zie hiervoor 3.29). Gedurende de samenwerking van partijen is feitelijk 5.484 Mt aan vuilfracties geaccumuleerd (onder F). Het verschil tussen de feitelijk geaccumuleerde hoeveelheid vuil en de hoeveelheid vuil die op basis van visuele schattingen bij ontvangst van het materiaal was genoteerd bedraagt dus 219 Mt. Aldus steeds KB Schroot.
5.11.
De berekening van Eusider luidt als volgt:
5.12.
Eusider heeft haar berekening als volgt toegelicht. Het volume van inkomend en behandeld staalschroot is 328.145 Mt. Op basis hiervan is de hoeveelheid aan binnengekomen vuilfracties onder de 0,75% berekend (onder A). Wat betreft de hoeveelheden aan binnengekomen vuilfracties boven de 0,75%, betwist Eusider niet de door KB Schroot genoemde hoeveelheid van 2.921 Mt (onder B). Het onder D genoemde volume van 2.637 Mt betreft de vuilfracties die volgens de eigen facturen van KB Schroot reeds zijn afgevoerd en waarvoor Eusider reeds heeft betaald. Ook de laatste hoeveelheid van 2847 zou volgens de e-mails van 25 mei, 7 en 30 juni 2023 al zijn afgevoerd. Verder zijn gedurende de samenwerking van partijen vuilfracties afgevoerd met lading van materiaal aan boord van uitgaande schepen (
outbound vessels). Met elke lading die de terminal verlaat gaan ook weer vuilfracties uit vanwege de
common market practicevan een toegestaan
sales standard of qualityvan 0,75% tot 1% vuil. Dit betreft een hoeveelheid van 2.880 Mt (onder E). Gedurende de gehele samenwerking kwamen er aldus 5.382 Mt vuilfracties op basis van visuele inschattingen binnen (C), en verwijderde KB Schroot aldus 5.517 Mt vuilfracties. De afwijking tussen de twee laatstgenoemde hoeveelheden van 135 Mt is klein en acceptabel in de stuwadoorsbranche. Aldus steeds Eusider.
5.13.
Partijen gaan beiden uit van een hoeveelheid van voor Eusider behandeld staalschroot van ongeveer 410.180 Mt (inclusief de Duferco-partij). Zij gaan ook beiden uit van ongeveer 80 % daarvan als HMS ½-materiaal waarin vuilfracties voorkomen. Partijen hebben over en weer opmerkingen gemaakt over elkaars berekeningen. Zij twisten in dit verband met name over de vragen of:
  • het Duferco-staalschroot vuilfracties bevatte,
  • KB Schroot in 2022 en 2023 een hoeveelheid vuilfracties van 1.927,62 Mt naar de deponie heeft afgevoerd,
  • aan het feit dat 2.880 Mt aan vuilfracties per uitgaande schepen is afgevoerd de conclusie kan worden verbonden dat er geen vuilfracties op de terminal zijn blijven liggen,
  • moet worden uitgegaan van de op de FCR’s gebaseerde gegevens die Eusider in haar berekening heeft verwerkt.
5.14.
De rechtbank zal deze geschilpunten hierna afzonderlijk beoordelen.
Het Duferco-staalschroot
5.15.
KB Schroot is er in haar berekening van uitgegaan dat in het door Eusider overgenomen Duferco-staalschroot nog vuilfracties zaten.
5.16.
Eusider is het daar niet mee eens. Zij heeft in dit verband toegelicht dat de samenwerking van partijen is begonnen met een zogenoemde
zero out. Een
zero outbetekent dat partijen aan het begin van hun samenwerking de beginhoeveelheid materiaal weten. Een
zero outkan onder meer worden bereikt door bij de aankoop van een bekende hoeveelheid materiaal dat materiaal te screenen, te kwantificeren en vervolgens alle vuilfracties daaruit te verwijderen. Dat is ook gebeurd met het Duferco-staalschroot. In artikel 5 van de Duferco-schikkingsovereenkomst is uitdrukkelijk bevestigd dat een
zero outis uitgevoerd. Verder is dat bevestigd in de e-mails van 3 en 10 september 2020 en in de Duferco-FPO. Ook heeft de heer [naam 1] tijdens de mondelinge behandeling van 20 januari 2025 bevestigd dat een
zero outheeft plaatsgevonden. Aldus steeds Eusider.
5.17.
KB Schroot heeft erop gewezen dat voorafgaand aan de overname door Eusider van het Duferco-staalschroot een ruiming van de op dat moment in het materiaal van Duferco opgebouwde en gesepareerde vuilfracties heeft plaatsgevonden. Die vuilfracties zijn vervolgens op kosten van Duferco afgevoerd. Dit betekent evenwel niet dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties meer bevatte. Het materiaal waaruit het Duferco-staalschroot bestond, bevatte inherent vuil, dat is altijd zo. Dat vuil concentreert zich na verloop van tijd in de onderlaag van dat staalschroot. Eusider heeft na overname het Duferco-staalschroot niet gezeefd of op een andere manier vastgesteld dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties bevatte. Partijen zijn hun samenwerking dus niet begonnen met een
zero outzoals Eusider dat bedoelt. [naam 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling van 20 januari 2025 ook niet bevestigd dat een
zero outheeft plaatsgevonden, wel een
zero measurement. Hij heeft toen slechts toegelicht dat er geen weging en geen zeef van het Duferco-staalschroot is uitgevoerd, maar wel een terreininspectie is uitgevoerd waarbij de overgebleven vuilfracties op kosten van Duferco zijn afgevoerd. Aldus steeds KB Schroot.
5.18.
De rechtbank overweegt als volgt.
5.19.
In artikel 5 van de Duferco-schikkingsovereenkomst staat dat de bij die overeenkomst betrokken partijen erkennen dat een
zero measurementvan de zogenoemde
“Dedicated Area” is uitgevoerd. KB Schroot heeft onbetwist toegelicht deze bepaling – en meer in het bijzonder de term
zero measurement– betrekking heeft op de schone oplevering van de voormalige terminal aan OBA en niet op het Duferco-staalschroot. Uit artikel 5 van de Duferco-schikkingsovereenkomst kan dan ook niet de conclusie worden getrokken dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties bevatte.
5.20.
De e-mail van 3 september 2020 van OBA aan KB Verhuur bevat niet meer dan een kort rekenstaatje. Daaruit kan op zichzelf niet worden afgeleid dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties bevatte.
5.21.
Eusider heeft verder gewezen op de e-mail van 10 september 2020 (zie hiervoor 3.12). Zij heeft aan de hand daarvan toegelicht dat [naam 1] aan haar heeft bevestigd dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties bevatte. Met KB Schroot ziet de rechtbank deze bevestiging op de vraag van Eusider in het kader van het gebruik in de branche dat met ‘geen vuilfracties’ wordt bedoeld niet meer dan 0,75%. Verder heeft KB Schroot onbetwist toegelicht dat het Duferco-staalschroot feitelijk inherent vuil bevatte net als de andere ladingen die op deze
designated areazijn opgeslagen geweest en dat dit vuil na verloop van tijd zich aan de onderlaag van dat staalschroot concentreert. Gelet hierop kan uit deze e-mail – zonder verdere toelichting van Eusider – ook niet worden afgeleid dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties bevatte.
5.22.
Ook de verwijzing naar de Duferco-FPO kan Eusider niet baten. In de Duferco-FPO staat weliswaar onder het kopje “Material” de passage “0% impurities in total cargo”, maar verderop staat onder het kopje “Quantity” de passage “total quantity 12’803,358 (+/- 0%)”. Dit is met elkaar in tegenspraak, omdat onder het eerste kopje wordt gesproken van geen (0%) vuilfracties en onder het tweede kopje wordt gesproken over bijna geen (+/- 0%) vuilfracties, waarbij (wederom) moet worden bedacht dat KB Schroot onbetwist heeft aangevoerd dat het gebruik in de branche is om een lading met een vuilfractie van minder dan 0,75% als 0% vervuild aan te merken. Uit de Duferco-FPO kan dus ook niet worden afgeleid dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties bevatte. Overigens geldt ook in dit verband dat KB Schroot afdoende heeft toegelicht dat het Duferco-staalschroot inherent vuil bevatte.
5.23.
Verder heeft de heer [naam 1] tijdens de mondelinge behandeling van 20 januari 2025 het volgende verklaard:
“Eusider heeft van Duferco materiaal zonder
impuritiesgekocht en doorverkocht. Door behandeling van het materiaal komen daar wel nieuwe vuilfracties uit. Er waren geen afgescheiden
impuritiesvan Duferco over, die heeft Duferco op eigen kosten laten verwijderen.”
Uit deze verklaring kan niet worden afgeleid dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties bevatte. De heer [naam 1] heeft namelijk verklaard dat door behandeling van het materiaal daar wel nieuwe vuilfracties uitkomen. Dit biedt juist steun aan het onbetwiste standpunt van KB Schroot dat het Duferco-materiaal inherent vuil bevatte.
5.24.
Uit de door Eusider aangedragen omstandigheden kan dus niet worden afgeleid dat het Duferco-staalschroot geen vuilfracties tot 0,75 % bevatte toen Eusider dat overnam. Gezien dit oordeel kan het antwoord op de vraag of de samenwerking van partijen is begonnen met een
zero out– waarover partijen in dit verband ook twisten – verder in het midden blijven.
De al dan niet ter deponie afgevoerde vuilfracties
5.25.
Eusider heeft aangevoerd dat zij KB Schroot heeft opgedragen 1.927,62 Mt vuilfracties ter deponie af te voeren. Eusider heeft daartoe gewezen op de door KB Schroot als productie 3 overgelegde facturen – waaruit blijkt dat in 2022 en 2023 voor 58 deelladingen vuilfracties is gefactureerd – en aan de hand daarvan toegelicht dat het daarin genoemde totaalvolume van vuilfracties neerkomt op 1.927,62 Mt. Eusider heeft verder tijdens de mondelinge behandeling van 10 september 2025 naar voren gebracht dat het erop lijkt dat KB Schroot de door haar verstrekte opdracht tot afvoer van voornoemde vuilfracties niet heeft uitgevoerd en nu nogmaals (en daarmee dubbel) betaald probeert te krijgen voor de afvoer van dezelfde vuilfracties.
5.26.
KB Schroot heeft aangevoerd dat voornoemde vuilfracties wel zijn afgevoerd.
5.27.
De rechtbank gaat voorbij aan de door Eusider in dit verband gegeven toelichtingen. Deze stellingen zijn pas laat in het debat ingebracht en betreffen niet meer dan een losse opmerking. In haar eigen berekening heeft Eusider daar geen concrete gevolgen aan verbonden. Hoe de door Eusider in dit verband genoemde hoeveelheid van 1.927,62 Mt vuilfracties zich verhoudt tot de in haar eigen berekening (onder D) genoemde hoeveelheid van 2.637 Mt vuilfracties, heeft zij niet inzichtelijk gemaakt met uitzondering van haar stelling dat vanaf februari 2021 vuilfracties op haar kosten naar de deponie zijn gebracht. Verder geldt in dit verband dat KB Schroot er onbetwist op heeft gewezen dat regelmatig controleurs van Eusider op de terminal aanwezig waren. Indien KB Schroot geen uitvoering zou hebben gegeven aan een opdracht van Eusider om 2.000 Mt vuilfracties af te voeren, had het voor de hand gelegen dat (de controleurs van) Eusider dat bij KB Schroot hadden aangekaart. Dat dit is gebeurd, is niet gesteld en is ook niet gebleken.
De per uitgaande schepen afgevoerde vuilfracties
5.28.
Eusider heeft in haar berekening een post van 2.880 Mt betrokken die betrekking heeft op per uitgaande schepen afgevoerde vuilfracties. KB Schroot heeft in haar berekening geen rekening gehouden met per uitgaande schepen afgevoerde vuilfracties.
5.29.
KB Schroot heeft dit verschil tussen de eigen berekeningen van partijen als volgt toegelicht. Inkomende en uitgaande partijen staalschroot worden alleen visueel geïnspecteerd en daarbij worden ook alleen visuele inschattingen gemaakt van de hoeveelheid vuilfracties die zich in die partijen bevinden. De visueel ingeschatte percentages vuilfracties in inkomende en uitgaande partijen staalschroot kwamen niet steeds overeen met de daadwerkelijke percentages vuilfracties. Verder werden inkomende partijen staalschroot niet gezeefd, zodat die – met vuilfracties en al – op de terminal werden gelegd tot het moment dat de uitgaande schepen werden beladen. Op dat moment werd het staalschroot met poliepgrijpers (weer) opgepakt en viel de grootste hoeveelheid vuil eruit. Tussentijds heeft Eusider de toegestane hoeveelheid opslag meermalen ernstig overschreden, waardoor de KB groep andere delen van de terminal aan Eusider ter beschikking moest stellen. Dit bracht mee het verplaatsen van de ladingen weg van de kade en weer terugbrengen in de positie om in boten te laden. Vóór de belading dient een stapel staalschroot hoger op te worden opgetast om met de kranen te kunnen werken. Bij al deze handelingen is extra vuil uit het staalschroot naar de bodem van de stapel gevallen. Bovendien stonden er controleurs bij de belading die dan instrueerden dat niet van de vuilste (bodem)laag mag worden gepakt of dat er extra moest worden geschud om het meeste vuil eruit te krijgen. Ongeveer de onderste meter van de stapel mocht niet worden gepakt van die controleurs. Op die manier bleef het meeste vuil altijd achter in de bodemlagen van het staalschroot wat niet per schepen uitging. Aldus steeds KB Schroot.
5.30.
Eusider heeft deze door KB Schroot geschetste gang van zaken niet weersproken. Partijen zijn het erover eens dat bij al deze behandelingen van het staalschroot alleen volume wordt geschat en niet gewogen. Dat geldt ook voor de opstelling van Eusider in productie 33, waarin per uitgaand schip de betrokken vuilfracties zijn geschat op totaal 2880,53. Daardoor kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat na de afvoer per uitgaande schepen van de door haar genoemde 2.880 Mt vuilfracties geen vuilfracties op de terminal zijn blijven liggen. De rechtbank komt hier onder 5.46 en verder op terug.
De FCR’s
5.31.
KB Schroot heeft tijdens de mondelinge behandeling van 10 september 2025 onbetwist toegelicht dat de in de berekening van Eusider genoemde hoeveelheden vuilfracties zijn gebaseerd op de gegevens die blijken uit de FCR’s. Volgens KB Schroot kan daar niet van worden uitgegaan, omdat i) de FCR’s geen vaststellingen van de daadwerkelijk op de terminal aanwezige vuilfracties bevatten, maar alleen schattingen daarvan en ii) Eusider zelf invloed uitoefende op de inhoud van de FCR’s.
5.32.
Zoals KB Schroot heeft aangevoerd, hebben de FCR’s betrekking op de financiering van Eusider en moet daar betrouwbare handel uit blijken tegenover haar bank. Daarin werden niet de daadwerkelijke hoeveelheden vuilfracties geregistreerd, maar visueel geschatte hoeveelheden vuilfracties en dat nog bijgesteld naar de wensen van Eusider.
5.33.
KB Schroot heeft in dit verband onder meer gewezen op de in haar productie 23 opgenomen schriftelijke getuigenverklaring van [naam 3] . Verder heeft KB Schroot gewezen op de e-mailcorrespondentie van partijen tussen 4 november 2022 en 2 december 2022 (zie hiervoor 3.17 tot en met 3.27). KB Schroot heeft aan de hand van alle voornoemde stukken voldoende toegelicht dat Eusider invloed uitoefende op de inhoud van de FCR’s. Eusider instrueerde KB Schroot namelijk over wat er in de FCR’s moest komen te staan. Daarbij baseerde Eusider zich niet op eigen waarnemingen, maar op wat zij wilde wat in de FCR’s kwam te staan. De door Eusider genoemde omstandigheid dat zij KB Schroot nooit heeft verzocht om wijzigingen in de FCR’s door te voeren die niet correct waren, maakt dat niet anders. Verder wordt het in dit verband door Eusider ingenomen standpunt dat KB Schroot met het afgeven van de FCR een garantie heeft gegeven dat een bepaalde hoeveelheid vuilfracties op de terminal aanwezig was – bij gebrek aan nader bewijs dat de inhoud van de e-mails ontkracht – verworpen. De rechtbank volgt dus het standpunt van KB Schroot dat van de FCR’s niet kan worden uitgegaan.
Tussenconclusie
5.34.
Al het voorgaande brengt mee dat niet wordt uitgegaan van de juistheid van de eigen berekening van Eusider.
5.35.
De rechtbank neemt verder het volgende in aanmerking.
De vuilfracties zijn steeds apart opgeslagen geweest
5.36.
KB Schroot heeft toegelicht dat de onderhavige vuilfracties op de terminal steeds apart van andere materialen en ladingstromen zijn opgeslagen. KB Schroot heeft erop gewezen dat de vuilfracties altijd op de
designated areavan zowel de oude als de nieuwe terminal hebben gelegen en dat deze
areaaan alle kanten is omsloten door water, betonnen muren en rijstroken. De door KB Schroot in dit verband ingebrachte foto’s en drone-videobeelden, bevestigen de door haar gestelde indeling van de nieuwe terminal. KB Schroot bevestigt dat overeengekomen was dat KB Verhuur geen ander staalschroot op haar terminal mocht hebben en dat zij dat ook niet heeft gedaan, met uitzondering van één partij.
5.37.
Partijen zijn het er over eens dat voor een periode van drie maanden – vanaf oktober 2022 – een lading buizen voor Tata Steel bij de onderhavige vuilfracties heeft gelegen. Eusider heeft in dit verband gewezen op twee inspectierapporten van haar eigen controleur Link Inspection (hierna: Link) gedateerd op respectievelijk 27 oktober 2022 en 30 december 2022. Aan de hand daarvan heeft Eusider toegelicht dat Link in oktober 2022 rond 1.500 tot 2.000 Mt en in december 2022 rond 2.500 tot 3.000 Mt aan vreemd materiaal heeft gerapporteerd. Verder heeft Eusider toegelicht dat uit een foto van het inspectierapport van 30 december 2022 blijkt dat de buizen op vuilophopingen liggen en dat KB Schroot in een factuur aan Tata Steel ‘zeefkosten’ heeft vermeld. Volgens Eusider is dat een indicatie dat de buizen moesten worden gezuiverd van vuil en is zeer aannemelijk dat het materiaal van Eusider vermengd is geraakt met vuilfracties en ander materiaal van andere partijen.
5.38.
Daartegenover heeft KB Schroot tijdens de mondelinge behandeling van 10 september 2025 toegelicht dat de twee door Eusider genoemde hoeveelheden vreemd materiaal, dezelfde lading buizen van Tata Steel betreft en geen nieuwe, maar dat de grootte van die lading door Link op verschillende momenten verschillend is ingeschat. Daarnaast heeft KB Schroot toegelicht dat zij deze lading buizen niet gezeefd heeft.
5.39.
KB Schroot heeft aan de hand van de schriftelijke getuigenverklaring van [naam 2] en de daarin gevoegde foto van de lading buizen van Tata Steel alsook de schriftelijke getuigenverklaring van [naam 3] , toegelicht dat die lading geen vuilfracties bevatte. De foto’s in productie 16 tonen wel dat de lading buizen aan de voet van de berg staalschroot ligt. De door KB Schroot overgelegde detailfoto van de lading buizen van Tata Steel vertoont – op het oog – geen vuilfracties en ziet eruit als een heel andere soort lading dan die van Eusider. Eusider heeft in dit verband gewezen op het in haar productie 15 opgenomen inspectierapport van Link van 27 oktober 2022 en aan de hand daarvan toegelicht dat op de rechterfoto op de eerste pagina te zien is dat onder de lading buizen van Tata Steel een laag sediment ligt. De rechtbank kan Eusider daarin niet volgen. Uit deze foto’s en die van KB Schroot valt op te maken dat de buizen bij het staalschroot liggen maar dat het op het oog te onderscheiden ladingen zijn. De factuur waarop Eusider wijst en waarop ‘zeefkosten’ zijn vermeld (productie 19 van KB Schroot) heeft gelet op het bestelnummer betrekking op een lading stukerts en niet op staalschroot, zodat de gezeefde lading een totaal andere dan de buizen is. Bij deze stand van zaken gaat de rechtbank er dan ook van uit dat de lading buizen van Tata Steel geen vuilfracties bevatte.
5.40.
Bovendien hebben [naam 2] en [naam 3] beiden in hun schriftelijke getuigenverklaringen – samengevat – verklaard dat:
op de terminal alleen voor Eusider staalschroot werd opgeslagen en niet voor andere opdrachtgevers,
het staalschroot van Eusider – en de onderhavige vuilfracties – altijd apart opgeslagen zijn geweest van het overige op de terminal aanwezige materiaal van andere partijen,
het voor Eusider opgeslagen staalschroot het enige materiaal op de terminal was, waarbij vuil accumuleerde dat vervolgens ter deponie moest worden aangeboden.
5.41.
In het licht van al het voorgaande gaat de rechtbank er van uit dat deze verklaringen betrouwbaar zijn en dat de onderhavige vuilfracties steeds apart van andere materialen en ladingstromen op de terminal opgeslagen zijn geweest.
KB Schroot heeft de vuilfracties gewogen
5.42.
KB Schroot heeft toegelicht dat zij uiterlijk per 30 juli 2023 de voormalige terminal moest verlaten en zij die leeg en schoon moest opleveren aan OBA. Volgens KB Schroot heeft Eusider nagelaten haar vuilfracties voor dat moment af te voeren, zodat zij gedwongen was die vuilfracties per lichter (de Nova Cura) te verplaatsen naar de huidige terminal aan de Amerikahaven. KB Schroot heeft in dit verband verder – aan de hand van de in haar productie 15 opgenomen weeglijsten – toegelicht dat zij voorafgaand aan die verplaatsing op 1 tot en met 3 mei 2023 de vuilfracties heeft gewogen. Volgens KB Schroot zijn bij dit proces alle vuilfracties van Eusider die op dat moment op de door KB Schroot gebruikte terminal lagen, in vrachtwagens geladen en zijn die vrachtwagens vervolgens over een weegbrug gereden. Daarna zijn die vuilfracties per boot overgebracht naar de nieuwe locatie. Uit de door KB Schroot overgelegde weeglijsten blijkt een totaalgewicht van 2.847,020 Mt (2.519,520 Mt + 327,500 Mt).
5.43.
Eusider heeft in dit verband gewezen op het – tevens in productie 15 van KB Schroot opgenomen – cognossement van 3 augustus 2023. Eusider vraagt zich op basis daarvan af of de door KB Schroot bedoelde vuilfracties daadwerkelijk zijn verplaatst van de oude naar de huidige terminal, omdat in het cognossement geen specifiek adres is vermeld, maar alleen dat de aflevering dient plaats te vinden “
op nader aan te wijzen losplaats(en),
in dezelfde staat als aangeleverd.” Daarnaast vermeldt het cognossement dat het totaalgewicht van het daar bedoelde vuil – na ijking – 2.948 Mt is. Het verschil tussen het op de weeglijsten en het cognossement vermelde gewichten bedraagt 100,8 Mt. Dit betekent dat er sprake is van een afwijking van 3,5%. De aanvaardbare gewichtsafwijking in deze branche is gelegen tussen ongeveer 0,5% en 1%. Een dergelijk hoge afwijking doet het vermoeden rijzen dat het vervoerde vuil niet het vuil in kwestie was. Verder verwijst het cognossement enkel naar “zeefzand”, terwijl uit de weeglijsten blijkt dat er 2.519,520 Mt aan vuilfracties en 327,500 Mt plastic bestanddelen gewogen zijn. Het plastic maakt aldus ongeveer 12% uit van de totaal beweerde 2.847,020 Mt. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het cognossement de aanwezigheid van zo veel plastic niet zou vermelden. Het zou gebruikelijk zijn om bij een gemengd transport iets te vermelden als “divers afvalmateriaal” of “vuil met plastic”, vooral wanneer het getransporteerde materiaal afval is, wat een zorgvuldig gedocumenteerd goed is wanneer het wordt getransporteerd. Aldus steeds Eusider.
5.44.
De rechtbank gaat voorbij aan de hiervoor geschetste toelichtingen van Eusider. Uit het enkele feit dat het cognossement van 3 augustus 2023 geen specifiek afleveradres vermeldt, kan niet worden afgeleid dat de door KB Schroot gestelde verplaatsing van de vuilfracties binnen het Amsterdamse havengebied niet heeft plaatsgevonden. Ook het feit dat het cognossement van 3 augustus 2023 een ander totaalgewicht vermeldt dan de weeglijsten, kan Eusider niet baten. KB Schroot heeft toegelicht dat het gewicht op het cognossement is bepaald naar het verschil in – geijkte - diepgang van de boot die het vuil vervoerde. KB Schroot heeft onbetwist gesteld dat ijking minder nauwkeurig is dan wegen. KB Schroot is in deze procedure ook steeds uitgegaan van het mindere gewicht van 2.847,020 Mt en niet van het in het cognossement vermelde hogere gewicht van 2.948 Mt. Verder geldt dat KB Schroot tijdens de mondelinge behandeling van 10 september 2025 – onbetwist – heeft toegelicht dat het verschil tussen de resultaten van de weging over de weegbrug en de ijking kan worden verklaard door een flinke hoeveelheid regen die in die periode is gevallen, zodat de vuilfracties mogelijk een hoger vochtpercentage bevatten. Het feit dat het cognossement niet vermeldt dat het daarin bedoelde vuil een relatief hoog percentage plastic bestanddelen bevat, werpt ook geen ander licht op de zaak. Uit het hierna onder 5.49 te noemen inspectierapport van [naam 4] blijkt namelijk dat het deel zand zeer veel groter was dan het deel plastic en non-ferro.
5.45.
De rechtbank neemt nog in aanmerking dat partijen tijdens hun samenwerking steeds hebben gehandeld op basis van visuele inschattingen van de hoeveelheid vuilfracties die zich in het staalschroot bevonden en dat er – afgezien van de door KB Schroot overgelegde weeglijsten – geen stukken in het dossier zitten die objectieve aanknopingspunten geven voor het totaalgewicht van de onderhavige vuilfracties.
De bodemlaag van het staalschroot bevat steeds de meeste vuilfracties
5.46.
Niet in geschil is dat wanneer staalschroot in hopen worden opgeslagen – zoals hier is gebeurd – na verloop van tijd de zich daarin bevindende vuilfracties naar de bodemlaag van die hopen zakken. Die bodemlaag bevat dus steeds de meeste vuilfracties.
5.47.
KB Schroot heeft in dit verband verder – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Voor de op- en overslag van het staalschroot voor Eusider was een aan de kade gelegen deel van de voormalige terminal gereserveerd. De voorraad staalschroot van Eusider werd zo dicht mogelijk bij de kade gelegd door middel van een reeks binnenkomende vrachten met lichters en vrachtwagens, waarna bij voldoende materiaal een zeeschip in positie werd gebracht om vanuit deze opslag van de aan de kade liggende partij staalschroot te verladen. Daarbij werden poliepgrijpers ingezet om staalschroot te lossen op de terminal en daarna te verplaatsen. Het regelmatig oppakken van een partij staalschroot heeft tot gevolg dat kleinere bestanddelen – waaronder vuilfracties – zich toenemend in de onderste lagen van die partij gaan verzamelen. Dit effect werd gedurende de samenwerking van partijen nog eens versterkt, omdat Eusider – door het niet kunnen realiseren van verkopen – haar voorraad dusdanig liet oplopen dat dit alleen nog kon worden opgeslagen door het beschikbaar stellen van extra ruimte op de terminal. Deze extra ruimte bevond zich verder weg van de kade dan het oorspronkelijk voor Eusider gereserveerde deel van de terminal. [naam 2] heeft hierover verklaard dat in de periode maart – juni 2022 een extreem grote voorraadsituatie van Eusider bij KB bestond. Dit leidde tot wel drie keer extra oppakken van een zeer groot deel van de opgeslagen lading. Dat had als gevolg dat een verhevigde mate van vuil in de onderliggende ladinglagen ontstond. Bovendien zijn deze extra verplaatsingswerkzaamheden en de daarmee samenhangende kosten in de brief van 31 mei 2022 bij Eusider aan de orde gesteld (zie hiervoor 3.15). In het 4de kwartaal van 2022 is KB overgegaan tot zeven van de opgeslagen lading om de ijzerdelen eruit te halen zodat deze geladen konden worden. Aldus steeds KB Schroot.
5.48.
Eusider heeft deze door KB Schroot gestelde gang van zaken onvoldoende weersproken. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat door de extra verplaatsings-werkzaamheden met betrekking tot het staalschroot van Eusider en het zeven daarvan, de bodemlaag van dat staalschroot een hogere concentratie vuilfracties bevatte.
De door Link en [naam 4] uitgevoerde inspecties
5.49.
KB Schroot heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de door Eusider ingeschakelde inspecteurs van Link een toenemende hoeveelheid vuil van Eusider op de terminal heeft geconstateerd. KB Schroot heeft in dit verband gewezen op de in haar producties 26 en 27 opgenomen inspectierapporten van Link van respectievelijk 6 september 2022 en 20 december 2022. KB Schroot heeft aan de hand daarvan toegelicht dat op 1 september 2022 in totaal 3.007 Mt aan vuil van Eusider op de terminal lag en dat op 19 december in totaal 4.662,26 Mt aan vuil van Eusider op de terminal lag. Eusider heeft onvoldoende betwist dat deze controles hebben plaatsgevonden. Indien Eusider meende dat de in de rapportages van Link genoemde hoeveelheden vuil niet van haar waren, had het voor de hand gelegen dat zij dat bij KB Schroot had aangekaart. Dit geldt temeer nu KB Schroot onbetwist heeft toegelicht dat toen zij de lading buizen van Tata Steel bij de onderhavige vuilfracties had gelost, Eusider daarover direct bij haar aan de bel trok. Op 9 januari 2023 heeft [naam 4] van [bedrijf] , in opdracht van Eusider een inspectierapport opgesteld. Daarin verklaart hij dat op 4 januari 2023 op de KB Steel Terminal in een aparte openlucht-opslag 838.869
Dirt sieved(plastic + non ferro) lag opgeslagen en 2.689,079
Dirt sieved(sand + ..). In totaal is dit ongeveer 3.527 Mt. Op 20 februari 2023 heeft [naam 4] weer een inspectie voor Eusider gedaan en trof hij 562,547
Dirt sieved(plastic + non ferro) aan en 2.689,520
Dirt sieved(sand + ..). In totaal is dit ongeveer 3.252 Mt. KB heeft verklaard dat zij in opdracht van Eusider in januari 2023 een via de weegbrug gewogen hoeveelheid van 422,820 Mt en op 3 februari 2023 een hoeveelheid van 32,380 Mt vuilfractie heeft afgevoerd ter deponie. Dit is totaal 455,200 Mt. Per saldo zou dan 3.252 Mt minus 455 Mt = 2.797 Mt. Dit komt dicht in de buurt van de door de KB groep begin mei 2023 gewogen hoeveelheid van 2.847,020 Mt. Gelet op het feit dat Link en [naam 4] de hoeveelheden hebben geschat en de KB groep heeft gewogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat het om dezelfde hoeveelheid gaat. Daartoe is ook van belang dat niet gebleken is dat Eusider gedurende de drie jaar lange samenwerking op enig moment bij KB Schroot heeft aangekaart dat de onderhavige vuilfracties niet van haar waren. Haar controleurs waren in elk geval bij belading aanwezig en dit gebeurde vrijwel maandelijks, soms meermalen per maand. De schattingen door alle partijen zijn slechts benaderingen. De gewogen hoeveelheden zijn in deze zaak de enige vaste uitgangspunten. Er is geen begin van bewijs geleverd dat de vuilfracties die uit staalschroot afkomstig kunnen zijn niet van Eusider afkomstig zouden zijn of dat die zijn vermengd met andere partijen. Afdoende is toegelicht dat Eusider een grote hoeveelheid aan materiaal opgeslagen heeft gehad bij de KB groep en dat de behandeling van die partijen staalschroot heeft geleid tot extra vuil in de onderste lagen van de schroothoop. Ook de eigen inspecteurs van Eusider hebben de uiteindelijke hoeveelheid tegen het eind van de samenwerking geschat op ongeveer de hoeveelheid die KB Schroot heeft gewogen. Dit weegt op tegen de berekeningen die Eusider aan de rechtbank heeft voorgehouden en die zijn besproken onder 5.28 en verder.
De vuilfracties zijn eigendom van Eusider
5.50.
Gelet op al het voorgaande is vast komen te staan dat de op de oude terminal achtergebleven hoeveelheid vuilfracties op de
designated areavan Eusider eigendom van Eusider zijn en tevens dat deze naar de nieuwe terminal zijn overgebracht en dat deze lading vuilfracties 2847 Mt weegt.
Zaakwaarneming door KB Schroot
5.51.
De rechtbank ziet aanleiding om de vorderingen eerst te bespreken aan de hand van de door KB Schroot subsidiair aangevoerde grondslag van zaakwaarneming. De rechtbank oordeelt dat KB Schroot de afvoer van de vuilfracties als zaakwaarnemer voor rekening van Eusider mag verrichten op de volgende gronden.
5.52.
Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen (artikel 6:198 BW).
5.53.
KB Schroot beroept zich daarop. Zij heeft zich ingelaten – en heeft zich nog verder in te laten – met de (eigendoms)belangen van Eusider, mede indachtig de positie van Eusider jegens onder meer KB Verhuur, OBA en de gemeente Amsterdam.
5.54.
Eusider betwist dat van zaakwaarneming sprake is. Het opslagterrein is niet van Eusider. KB Schroot heeft geen bewijs geleverd waaruit blijkt dat zij daadwerkelijk handelt met de intentie om het belang van Eusider te behartigen. Dit is echter wel vereist. De bedoeling tot behartiging van de belangen van de ander moeten zijn gebleken. Daarnaast heeft KB Schroot niet aangetoond hoe haar acties specifiek in het voordeel waren voor Eusider of hoe deze acties noodzakelijk waren voor Eusiders bedrijfsvoering of juridische positie ten opzichte van andere partijen zoals OBA of de Gemeente Amsterdam.
5.55.
De verplichting van Eusider om de haar toebehorende vuilfracties op haar kosten af te voeren blijkt uit artikel 3.1 onder het 13e aandachtsteken van de stuwadoorsovereenkomst. Die overeenkomst is gesloten met KB Verhuur. Dat partijen in de stuwadoorsovereenkomst geen afspraken hebben gemaakt over ‘de opdracht tot afvoer’ van vuilfracties doet niet af aan de verplichting van Eusider jegens KB Verhuur om voor die afvoer zorg te dragen. Bij niet-nakoming daarvan en na sommatie kan KB Verhuur die afvoer echter niet zelf verrichten. Eusider was hier ook van op de hoogte door de vele malen dat zij aan KB Schroot opdracht heeft gegeven om vuilfracties af te voeren. Alleen KB Schroot heeft de daarvoor benodigde vergunning. Dat maakt dat KB Schroot zich mag inlaten met deze eigendomsbelangen van Eusider.
5.56.
Eusider stelt dat directe afvoer van de vuilfracties meer in het belang van Eusider was geweest en overigens nam Eusider aan dat het materiaal was verwijderd en dat de terminal eind juni 2023 schoon was opgeleverd aan OBA. Daartoe verwijst Eusider naar de e-mails van 23 mei 2023 van KB Schroot en van 7 en 30 juni 2023 van de advocaat van KB Schroot.
5.57.
Uit de e-mails blijkt niet dat de vuilfracties al zijn verwijderd. Weliswaar duidt een enkele uitlating wel op het deels al naar ‘landfill’ zijn gebracht en deels nog niet. De factuur is op 23 mei 2023 gezonden om betaling te verkrijgen van het bedrag dat gemoeid was met de afvoer, met een betaaltermijn tot en met 13 juni 2023. Uit het bericht van 7 juni 2023 dat grotendeels gaat over de verkoop en verrekening van een achtergebleven partij staalschroot (Remaining Material) die wel is afgevoerd, is niet op te maken dat ook de vuilfracties al zijn afgevoerd. Ook uit het bericht van 30 juni 2023 volgt niet dat de vuilfracties al zijn afgevoerd. Ook dat bericht gaat onder meer over de achtergebleven partij die inmiddels is verkocht en afgevoerd.
5.58.
Tot slot voert Eusider aan dat KB Schroot geen beroep kan doen op zaakwaarneming omdat zaakwaarneming een rechtmatige daad is en er in dit geval sprake is van een vermeend onrechtmatige handeling aan de zijde van KB Schroot. KB Schroot geeft namelijk zelf aan dat het terrein waar het afval nu is opgeslagen niet bestemd is voor afval en dat dit in zekere zin illegaal zou zijn. Dit verweer kan Eusider niet baten. Dit betreft de verhouding tussen KB Schroot en de betrokken overheidsinstanties en regardeert Eusider dus niet.
5.59.
Gelet op de hoogte van het bedrag dat gemoeid is met de afvoer en de storting bij de deponie en het feit dat Eusider betwiste dat deze vuilfracties haar eigendom zijn, kan aan KB Schroot niet worden verweten dat zij deze afvoer nog niet heeft verricht. Van eigen schuld is daarbij geen sprake. KB Schroot heeft dan ook recht op de betaling van het met de afvoer en storting gemoeide bedrag. Zij heeft daarvoor een bedrag van gevorderd € 469.758,30 te vermeerderen met wettelijke rente. Het bedrag van € 469.758,30 is berekend op basis van het tussen partijen gebruikelijke bedrag van € 165 per Mt. Vaststaat dat de afvoer en stort nog niet hebben plaatsgevonden. Tegen de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW heeft Eusider geen verweer gevoerd. De rechtbank zal die toewijzen met ingang van 14 juni 2023. Dat is de dag na de door KB Schroot gestelde betaaltermijn.
Overbrengen en laten voortduren van de opslag van het staalschroot op de terminal is niet onrechtmatig jegens KB Schroot
5.60.
KB Schroot stelt dat zij ten behoeve van Eusider reeds substantiële (behandelings- en transport)kosten heeft gemaakt en nog zal hebben te maken en er tegen deze achtergrond reeds voor heeft moeten kiezen – mede ter beperking van verdere onnodige impact en schade, deze vuilfractie van Eusider per lichter (“Nova Cura’) te doen vervoeren naar haar nieuwe terrein in Amsterdam. Daarmee is een bedrag gemoeid geweest van € 54.093. KB Schroot stelt ook dat zij reeds de kosten van de gecontinueerde huur bij OBA (thans HES) heeft gedragen en dat Eusider de verdere opslagkosten van de vuilfracties moet dragen. Daarvoor vordert zij een bedrag van € 279.064,00, te vermeerderen met de kosten per dag van € 884,70 vanaf 1 februari 2024 tot aan de dag dat de vuilfracties van het terrein van KB Schroot zijn afgevoerd, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.61.
De rechtbank volgt het verweer van Eusider dat dit geen schade van KB Schroot betreft maar eventueel van KB Verhuur of KB Holding. Het laten liggen van de vuilfracties op het terrein dat door KB Verhuur of KB Holding werd gehuurd van OBA of van de Gemeente Amsterdam kan schade hebben veroorzaakt aan de exploitatie van dat gedeelte van de terminal (onrechtmatige daad) of een wanprestatie doordat de oude terminal van KB Verhuur niet leeg werd opgeleverd. Eusider heeft onbetwist aangevoerd dat van een betaling van het overbrengen van de vuilfracties naar de nieuwe terminal geen betaling
door KB Schrootis bewezen. De voortdurende opslagkosten zijn ook een factor die door KB Verhuur op grond van artikel 3.2 van de stuwadoorsovereenkomst aan Eusider in rekening kan worden gebracht en niet door KB Schroot. KB Schroot heeft alleen gesteld dat de exploitatie van de terminal ook haar aangaat. Het is mogelijk dat zij een indirect belang heeft bij het voor haar eigen handel gebruiken van de terminal, maar gelet op de betwisting door Eusider kan het verband tussen deze vergoeding wegens zaakwaarneming voor KB Schroot en het handelen van Eusider niet worden aangenomen. Dit leidt tot de conclusie dat KB Schroot deze schade niet van Eusider kan vorderen, ook niet uit onrechtmatige daad.
5.62.
KB Schroot beoogt met productie 21 aan te tonen dat zij schade heeft geleden doordat zij een lading van Tata Steel niet heeft kunnen aannemen. De daar opgenomen correspondentie toont niet dat KB Schroot die lading wilde verhandelen, maar dat Tata Steel die wilde lossen, opslaan en vervolgens weer laden. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, gaat de rechtbank ervan uit dat dit stuwadoorswerkzaamheden betreft en dus geen schade van KB Schroot.
Slotsom
5.63.
De vorderingen van KB Schroot onder i) en ii) worden toegewezen en die onder iii) en iv) worden afgewezen.
5.64.
KB Schroot vordert € 5.123,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Niet betwist is dat KB Schroot buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. Deze kosten worden begroot op basis van het Besluit vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten en berekend volgens een staffel over het toegewezen bedrag. Dit komt op het bedrag dat in de beslissing is vermeld.
5.65.
Eusider krijgt grotendeels ongelijk en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van KB Schroot begroot op:
Dagvaarding € 112,37
Griffierecht € 6.617,00
Salaris advocaat € 5.428,00 (2 punten x tarief VI (€ 2.714)
Nakosten
€ 178,00
Totaal € 12.335,37

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
verklaart voor recht dat Eusider gehouden is om alle kosten verband houdende met de (vertraagde) afvoer van de gemoeide vuilfractie van 2.847,020 Mt aan KB Schroot te voldoen,
6.2.
veroordeelt Eusider tot betaling aan KB Schroot van € 469.758,30, te vermeerderen met de wettelijk rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 juni 2023,
6.3.
veroordeelt Eusider tot betaling van € 4.125 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis als Eusider niet tijdig aan de veroordelingen voldoet,
6.4.
veroordeelt Eusider in de proceskosten van € 12.335,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Eusider niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt Eusider tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, rechter, bijgestaan door mr. L.J.P.C. Silven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.
De griffier is buiten staat dit
vonnis mee te ondertekenen.

Voetnoten

1.Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II-Verordening)