Verzoekster heeft een aanvraag om bijstandsuitkering ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Diemen is afgewezen wegens onvoldoende informatie, met name het niet overleggen van Turkse bankafschriften. Ondanks meerdere hersteltermijnen en verstrekte voorschotten heeft verzoekster niet alle gevraagde stukken aangeleverd.
Verzoekster bevindt zich in een kwetsbare positie, staat onder beschermingsbewind en heeft een zoon met psychische klachten. Er is een ontruimingsvonnis tegen haar woning, en het moratorium ter voorkoming van executie is vervallen vanwege niet-betaalde huur. Hierdoor dreigt zij met haar twee kinderen dakloos te worden. Verzoekster is toegelaten tot schuldhulpverlening, maar zonder inkomen kan dit traject niet slagen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang en dat het belang van verzoekster bij toekenning van een voorschot zwaarder weegt dan het belang van het college bij het afwijzen van de aanvraag. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar en bepaalt dat het college voorschotten verstrekt vanaf de datum van het verzoek.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en er is geen hoger beroep mogelijk.