In deze zaak vorderde eiser schadevergoeding na een fout op de ladingsbrief bij het verschepen van een Peugeot Boxer naar Nigeria. Eiser had een overeenkomst met gedaagde voor het verschepen van de auto, maar er ontstond een geschil over deze overeenkomst. Eiser ontbond de overeenkomst en liet de auto door een ander bedrijf verschepen. Bij aankomst in Nigeria bleek dat de auto al als ingevoerd was geregistreerd, wat leidde tot complicaties. Eiser vorderde een verklaring voor recht dat gedaagde onrechtmatig had gehandeld en eiste schadevergoeding voor de kosten die zij had moeten maken om de auto in te klaren. Gedaagde voerde verweer en stelde dat eiser niet-ontvankelijk was in haar vorderingen. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde onrechtmatig had gehandeld door de auto op de ladingsbrief te vermelden, maar dat eiser niet had aangetoond dat zij schade had geleden die voor vergoeding in aanmerking kwam. De vorderingen van eiser werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.