ECLI:NL:RBAMS:2025:9340

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
C/13/776672 / FA RK 25/7631
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 14 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende de verlening van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van verplichte zorg aan een betrokkene, geboren in 1964, die lijdt aan een psychische stoornis, waaronder een psychotische stoornis en een stoornis in alcoholgebruik. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De rechtbank heeft de ontvankelijkheid van het verzoek van de officier van justitie beoordeeld en het verweer van de betrokkene, dat er sprake was van termijnoverschrijding, verworpen. De rechtbank oordeelde dat de betrokkene niet in haar belangen was geschaad door deze termijnoverschrijding.

De rechtbank heeft de noodzaak van verplichte zorg onderbouwd door te stellen dat de psychische stoornis van de betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank heeft de verzochte zorgmaatregelen, zoals het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid, noodzakelijk geacht voor de duur van zes maanden. De rechtbank heeft ook de argumenten van de advocaat van de betrokkene overwogen, maar kwam tot de conclusie dat de zorgmachtiging proportioneel en noodzakelijk is. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter E. Diepraam, bijgestaan door griffier D.L. Overduin, en is schriftelijk uitgewerkt op 28 november 2025. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/776672 / FA RK 25/7631
kenmerk: ZM/IND/178412
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 14 november 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C. Stroobach te Diemen,
zorgaanbieder: GGZ inGeest.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2025.
1.2.
De zitting stond eerder gepland op 27 oktober 2025 maar op verzoek van de raadsvrouw van betrokkene is de zitting vanwege ziekte van betrokkene verplaatst naar 14 november 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 november 2025 in het gebouw van de rechtbank.
1.4.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- dhr. [naam 1] , psychiater;
- dhr. [naam 2] , casemanager.
1.5.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Namens betrokkene is ter zitting verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek omdat er sprake is van een termijnoverschrijding. Gelet op artikel 5:16 Wvggz dient de officier binnen vier weken na de schriftelijke mededeling aan betrokkene, zoals bedoeld in artikel 5:4 lid 2 sub a Wvggz, een verzoekschrift voor een zorgmachtiging in bij de rechtbank. De mededeling aan betrokkene is gedaan op 3 september 2025 en het verzoekschrift is ingediend op 6 oktober 2025. Het verzoekschrift had uiterlijk 1 oktober 2025 ingediend moeten worden bij de rechtbank.
2.2.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Hoewel er sprake is van een termijnoverschrijding van enkele dagen, is de rechtbank van oordeel dat betrokkene niet in haar belangen is geschaad door deze termijnoverschrijding. De achtergrond van deze termijn is dat betrokkene niet in onzekerheid mag verkeren over wat er gaat gebeuren rondom de zorgmachtiging. Betrokkene heeft niet in onzekerheid verkeerd. De rechtbank ziet in de termijnoverschrijding daarom geen grond het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
Inhoudelijke beoordeling
2.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis en stoornis in alcoholgebruik.
2.4.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
2.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.6.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • onderzoek aan kleding of lichaam (
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (
2.7.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
Namens betrokkene is verzocht het verzoek af te wijzen omdat betrokkene zegt geen psychische stoornis te hebben. Daarnaast is het ernstig nadeel zoals nu omschreven niet groter dan als betrokkene doorgaat zonder zorgmachtiging, de zorgmachtiging is daarmee niet meer proportioneel.
Betrokkene is de laatste jaren extreem ongelukkig, ze heeft last van de medicatie en bijwerkingen en de ggz heeft er de afgelopen jaren geen positieve uitwerking aan kunnen geven. De bemoeienis is vervelend en beperkt het leven van betrokkene. Er wordt veel over betrokkene gesproken maar niet met betrokkene en als ze hulp nodig heeft trekt ze zelf aan de bel.
De casemanager heeft aangegeven dat als betrokkene stopt met de medicatie zij haar woning kan verliezen omdat de psychose dan meer op de voorgrond komt. Hij geeft aan dat er vanuit hun kant ook werk aan de winkel is omdat het niet de bedoeling is dat betrokkene het leven zo ervaart. Het is belangrijk om naar betrokkene te luisteren en met haar samen in gesprek te gaan over de zorg.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de medische verklaring en de toelichting van de casemanager en psychiater ter zitting een zorgmachtiging proportioneel en noodzakelijk is. Het is belangrijk dat betrokkene de medicatie blijft nemen zolang de artsen van oordeel zijn dat dat nodig is. Het juridisch kader is noodzakelijk om betrokkene te ondersteunen en de zorg te kunnen blijven bieden die zij nodig heeft. De rechtbank vindt het wel belangrijk dat de artsen in gesprek blijven met betrokkene over de medicatie en de bijwerkingen die zij ervaart.
2.9.
De advocaat van betrokkene heeft daarnaast nog aangevoerd dat de termijn van de zorgmachtiging moet worden beperkt tot een periode van zes maanden. De officier van justitie heeft aan de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van maximaal twaalf maanden. De advocaat stelt zich op het standpunt dat de behandeling van de zorgmachtiging uiterlijk binnen 3 weken na indiening van het verzoek bij de rechtbank had dienen plaats te vinden op grond van art. 6:2 lid 1 sub e Wvggz. Het verzoek is ingediend op 6 oktober 2025 de mondelinge behandeling van het verzoek zou uiterlijk op 27 oktober 2025 plaats moeten vinden.
2.10.
De rechtbank is van oordeel dat de zorgmachtiging verleend kan worden voor de duur van zes maanden.
2.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.6 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 14 mei 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 14 november 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Diepraam, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 28 november 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.