Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
[eiser],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het arrest van gerechtshof Amsterdam van 24 september 2024 met zaaknummer 200.319.971/01, waarin het vonnis in incident van 24 augustus 2022 is bekrachtigd,
3.De feiten
4.Het geschil
- de buitengerechtelijke kosten van € 1.460,47;
- de (werkelijke) proceskosten;
- de kosten voor de vertaling van de dagvaarding van € 1.353,63;
- de betekeningskosten en nakosten;
- te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.De beoordeling
- factuur van 15 juli 2001 van € 1.999,62;
- factuur van 5 december 2001 van € 13.856,91;
- facturen van 13 december 2001 en 6 maart 2002 van in totaal € 10.254,47;
- factuur van 1 juli 2002 van € 27.902,57;
- leveringen met ordernummer [nummer] van in totaal € 29.769,69.
6.De beslissing
woensdag 24 december 2025voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari tot en met april 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,