ECLI:NL:RBAMS:2025:9363
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Verbod op plaatsing nieuwe bewoner in gehuurde woning zonder toestemming verhuurder
In deze kortgedingprocedure staat centraal of de stichting, huurder van een woning, een nieuwe bewoner mag plaatsen nadat de oorspronkelijke bewoners zijn vertrokken. De stichting stelt dat de huurovereenkomst haar dit recht geeft, terwijl de verhuurder dit betwist en stelt dat de toestemming eenmalig was voor de oorspronkelijke bewoners.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst de stichting niet het recht verleent om een nieuwe bewoner aan te wijzen. De oorspronkelijke bewoners worden bij naam genoemd en artikel 2.6 van de overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk dat deze toestemming eenmalig is. Ook de algemene voorwaarden bevestigen dit karakter. Communicatie tussen partijen toont dat geen afspraak is gemaakt over nieuwe bewoners.
De rechtbank wijst het verbod toe en legt een dwangsom van €250 per dag op bij overtreding. Daarnaast wordt de stichting veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur over november 2025 en de proceskosten. De gevorderde huur over december 2025 en incassokosten worden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De stichting wordt verboden een nieuwe bewoner in de woning te plaatsen en veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en proceskosten.