ECLI:NL:RBAMS:2025:9395

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
AMS 25/1086
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:11 AwbArt. 8:80a AwbArt. 1a Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswettenArt. 3 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over afwijzing Wajong-uitkering wegens gebrekkige medische beoordeling

Eiseres diende op 25 april 2023 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die door het UWV op 1 februari 2024 werd afgewezen op grond van arbeidsvermogen in de periode 2013-2018. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij deze afwijzing. De rechtbank behandelde het beroep op 23 oktober 2025 en oordeelt dat het besluit gebreken bevat.

De rechtbank vindt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres had moeten uitnodigen voor een spreekuur, omdat haar persoonlijke toelichting op haar beperkingen in de relevante periode van belang was voor een zorgvuldige beoordeling. De afwezigheid van deze fysieke ontmoeting maakt het besluit onzorgvuldig, mede omdat het dossier onvoldoende inzicht geeft in de mate van haar studielast en herstelbehoefte.

Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd of en hoe omgevingsprikkels binnen een arbeidsorganisatie kunnen worden weggenomen zodat eiseres kan functioneren. Het UWV volstond met een enkel voorbeeld (noise cancelling koptelefoon) zonder concreet aan te geven welke maatregelen nodig zijn. Hierdoor kan de rechtbank niet volgen dat de conclusie over het arbeidsvermogen logisch voortvloeit uit de bevindingen.

De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid om binnen zes weken de gebreken te herstellen door eiseres uit te nodigen voor een spreekuur en een aanvullende motivering te geven. De procedure wordt aangehouden en verdere beslissingen worden opgeschort tot de einduitspraak.

Uitkomst: Het UWV krijgt zes weken om de gebreken in de medische beoordeling te herstellen door eiseres uit te nodigen voor een spreekuur en een aanvullende motivering te geven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1086 T
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E. van den Bogaard),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigden: mr. S. Elfert en mr. A.A.H. Ibrahim).

Samenvatting

1. Deze tussenuitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering (het bestreden besluit). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze tussenuitspraak [1] tot het oordeel dat het bestreden besluit gebreken bevat. De rechtbank stelt het Uwv in de gelegenheid om de gebreken te herstellen binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 25 april 2023 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het Uwv heeft deze aanvraag met het besluit van 1 februari 2024 afgewezen, omdat eiseres nog mogelijkheden heeft om te werken. Het Uwv heeft hierbij verwezen naar rapportages van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. Met het bestreden besluit van 7 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, na raadpleging van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 23 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het Uwv.

Overwegingen

Het toetsingskader
3. Een betrokkene heeft recht op een Wajong-uitkering als hij jonggehandicapte is in de zin van de Wajong. Daarvan is sprake als een betrokkene duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. Een betrokkene heeft geen arbeidsvermogen als hij (a) geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie, (b) niet over basale werknemersvaardigheden beschikt, (c) niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur, of (d) niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. [2] Het Uwv moet beoordelen of een betrokkene voldoet aan (ten minste) een van deze vier genoemde voorwaarden.
3.1.
In geschil is of het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres op de dag dat zij achttien jaar is geworden en de vijf jaar erna arbeidsvermogen had. Dit betreft de periode 2013-2018.
Had de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres moeten uitnodigen voor een spreekuur?
4. Eiseres voert aan dat het onzorgvuldig is dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar niet in persoon heeft gezien. De gemachtigde van eiseres heeft het belang daarvan zowel in telefoongesprekken als in een e-mail aangegeven. Zowel eiseres’ toelichting op hoe het in de periode 2013-2018 met haar ging, als het beeld dat tijdens een fysieke ontmoeting van haar kan worden verkregen, kan behulpzaam zijn bij het wegen en duiden van de beschikbare medische informatie. Op de zitting heeft eiseres hieraan toegevoegd dat het ook voor de verwerking van de afwijzing belangrijk is dat zij persoonlijk is gezien.
4.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in reactie gesteld dat eiseres al door een primaire verzekeringsarts is gezien en er voldoende informatie beschikbaar was, waardoor het niet van toegevoegde waarde was om eiseres nog te zien.
4.2.
In zijn rechtspraak [3] over de medische beoordeling in arbeidsongeschiktheidszaken heeft de Raad tot uitdrukking gebracht welke uitgangspunten gelden voor de medische beoordeling in bezwaar. [4]
4.2.1.
In de bezwaarfase dient een volledige heroverweging plaats te vinden waarbij de feiten juist worden vastgesteld en de conclusies over de vastgestelde belastbaarheid van betrokkene logisch uit die feiten voortvloeien. Net als in de primaire fase, rust daarbij op het Uwv in beginsel de bewijslast. In geval van een bijzondere situatie, zoals bij een laattijdige aanvraag, verschuift de bewijslast naar de aanvrager.
4.2.2.
Welke onderzoeksactiviteiten in bezwaar moeten worden verricht is (onder meer) afhankelijk van de medische situatie van betrokkene, de gronden in bezwaar en de vraag of in de primaire fase sprake is van een gebrek dat moet worden hersteld. Bij betwisting van de medische grondslag in bezwaar is het dus niet (altijd) vereist dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep betrokkene onderzoekt op een spreekuur. Afhankelijk van wat in bezwaar in de concrete situatie speelt, kan de verzekeringsarts er ook voor kiezen gebruik te maken van een of meer andere onderzoeksmogelijkheden, zoals dossieronderzoek, het vragen van een expertise, het opvragen van medische informatie en het bijwonen van de hoorzitting en die keuze waar nodig toelichten. In (hoger) beroep is het vervolgens aan de bestuursrechter om te bepalen of het onderzoek voldoende zorgvuldig is verricht en of het de conclusies kan dragen. Daarbij zal niet alleen acht worden geslagen op het medisch onderzoek dat in bezwaar heeft plaatsgevonden, maar zal dit onderzoek in combinatie met de primaire beoordeling worden bezien.
4.3.
Het betoog van eiseres slaagt. Eiseres heeft op de zitting verteld dat kleine dingen, zoals naar de dagbesteding gaan, haar niet lukken. Dit was volgens haar in de te beoordelen periode niet heel anders en dit had ze graag willen toelichten aan de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank ziet de toegevoegde waarde van deze toelichting voor de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Er wordt namelijk door de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep veel waarde gehecht aan de omstandigheid dat het eiseres gelukt is om een havo-diploma te halen door middel van thuisstudie, maar uit het dossier blijkt niet wat dit concreet inhield. Zo is er geen informatie over het aantal uren dat zij per dag studeerde, of er daarna noodzaak tot recuperatie was en of zij in aaneensluitende weken studeerde. Informatie hierover is des te meer van belang, omdat de rechtbank zonder nadere toelichting niet kan volgen dat het goed kunnen leren vertaald kan worden naar het kunnen functioneren in een baan. De rechtbank concludeert daarom dat gelet op voorgaande het onzorgvuldig was om eiseres niet uit te nodigen op een spreekuur bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Het bestreden besluit bevat op dit punt een gebrek.
Kunnen omgevingsprikkels voldoende worden weggenomen?
5. Eiseres voert verder aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet ingegaan is op haar bezwaargrond dat in de thuissituatie een uur aaneengesloten kunnen werken, anders is dan een uur aaneengesloten werken in de setting van een arbeidsorganisatie. In een arbeidsorganisatie zijn per definitie meer externe én interne prikkels aanwezig dan in de thuissituatie. Ook tijdens het reizen naar werk is sprake van blootstelling aan omgevingsprikkels die er in de thuissituatie niet zijn.
5.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt in reactie dat hij alleen de gestelde beperkingen kan toetsen. Of eiseres daarmee een taak kan uitvoeren binnen een arbeidsorganisatie, is ter beoordeling van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Desalniettemin merkt de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dat een werkplek heel rustig kan zijn en kan worden aangepast en dat iemand ook naar werk gebracht kan worden.
5.2.
De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat in een arbeidsorganisatie omgevingsprikkels aanwezig zijn, maar partijen verschillen van mening of en in hoeverre deze prikkels weggenomen kunnen worden. Het Uwv heeft erop gewezen dat er condities gecreëerd kunnen worden waarin eiseres wel kan werken, bijvoorbeeld door het gebruik van een noise cancelling koptelefoon. Nu eiseres (al in bezwaar) hierover een specifieke grond heeft aangevoerd, had van het Uwv een uitgebreidere motivering verwacht mogen worden. Het Uwv kon niet volstaan met een enkel voorbeeld, maar had uiteen moeten zetten welke maatregelen voor eiseres genomen moeten en kunnen worden. Het is realistisch om te veronderstellen dat het gebruik van een noise cancelling koptelefoon niet alle omgevingsprikkels die kunnen optreden binnen de setting van een arbeidsplaats wegneemt. Er kunnen immers ook andersoortige prikkels bestaan, bijvoorbeeld in het geval de betrokkene naar een collega toe moet lopen met een vraag of een collega juist de betrokkene benadert.
Nu dit niet is gebeurd, kan de rechtbank niet nagaan of de conclusie dat er condities gecreëerd kunnen worden waaronder eiseres met inachtneming van de vastgestelde beperkingen in een arbeidsorganisatie zou kunnen functioneren, ook logisch voortvloeit uit de bevindingen. De rechtbank stelt dus ook op dit punt een gebrek vast.

Conclusie en gevolgen

6. Het bestreden besluit is gelet op overweging 4.3 en 5.2 in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank ziet aanleiding het Uwv in de gelegenheid te stellen de gebreken te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het bestreden besluit. Om de gebreken te herstellen, moet het Uwv eiseres oproepen voor een spreekuur bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep en een aanvullende motivering van deze verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep vragen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het Uwv de gebreken kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
6.1.
Het Uwv moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen. Als het Uwv gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het Uwv. In beginsel, ook in de situatie dat het Uwv de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
6.2.
Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.
6.3.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
- draagt het Uwv op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;
- stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
3.Zie CRvB 18 januari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:99.
4.Deze uitgangspunten volgen uit het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (artikelen 3 en 4) en uit de artikelen 3:2 (zorgvuldigheidsbeginsel) en 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).