Uitspraak
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Inleiding
Totstandkoming
20 november 2024 een verzoek gedaan aan [bedrijf] tot voortzetten van de huurovereenkomst. [bedrijf] heeft naar voren gebracht dat dit in beginsel niet kan omdat eisers niet in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning. De reden hiervan is dat volgens het beleid van de gemeente zo’n grote woning is bedoeld voor een gezin met minimaal één kind. [bedrijf] heeft aangegeven contact op te nemen met de gemeente of er een mogelijkheid bestaat om met toestemming van de gemeente een uitzondering te maken. Verweerder heeft daarop per e-mail van 21 maart 2025 gereageerd en houdt vast aan de passendheidscriteria zoals opgenomen in artikel 2.8.1. en 2.8.2 van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (hierna: Hvv). Er is dus geen toestemming om een huisvestingsvergunning te verlenen en om de huurovereenkomst op naam van eisers voort te zetten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
29 september 2025. De psychiater concludeert daarin dat er momenteel sprake is van suïcidaliteit, dissociatie, herbelevingen en wanhoop, geluxeerd door het overlijden van de moeder van eiser vorig jaar. Daarnaast is eiser op 13 oktober 2025 door zijn psychotherapeut doorverwezen naar de spoedeisende psychiatrie in Amsterdam. De arts verklaart dat zijn hulp niet meer toereikend is wegens suïcidale ideatie, verstoorde rouw en inadequate agressieregulatie. Deze stukken gaven reeds een onderbouwing van de psychische noodtoestand van eiser. Dat in de stukken door de artsen niet rechtstreeks een link met de woning is gelegd, is niet voldoende voor verweerder om geen nader onderzoek te laten doen naar de gevolgen voor eiser bij een gedwongen verhuizing. Eisers hebben in dat kader onbetwist naar voren gebracht dat een psychiater daar in principe ook geen uitspraken over doet indien er geen medische aanleiding voor is. Behandeld artsen mogen van de KNMG [3] -gedragscode immers geen medische verklaringen opstellen die geen behandeldoel hebben. Daarom kan verweerder juist een GGD-arts inschakelen om de medische situatie te koppelen aan de specifieke aanvraag. Nu verweerder dat heeft nagelaten, terwijl er voldoende aanwijzingen waren dat eiser in een psychische noodtoestand verkeerde en het mogelijk risicovol zou zijn om hem gedwongen te laten verhuizen, is er sprake van een gebrekkig onderzoek. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De voorzieningenrechter vernietigt daarom het bestreden besluit.
Voorgaand betekent dat de voorzieningenrechter zal bepalen dat verweerder aan eisers een huisvestingsvergunning verleent voor [adres] . Omdat het beroep gegrond is en de voorzieningenrechter zelf een beslissing neemt, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
[adres] en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
mr. M.H.W. Franssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.P. Tanis, griffier.