Verzoeker, voormalig kantpersoperator, meldde zich ziek per 10 juni 2025. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering omdat verzoeker niet tijdig telefonisch contact had opgenomen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV erkende dat verzoeker wel contact had opgenomen, maar dat deze informatie niet was doorgegeven aan de afdeling Ziektewet. Hierdoor was het besluit van 14 juli 2025 evident onrechtmatig. Het UWV nam de aanvraag alsnog in behandeling, maar had nog niet inhoudelijk beslist.
Gezien het spoedeisend belang van verzoeker, onderbouwd met bankafschriften die een precaire financiële situatie tonen, en het ontbreken van een concrete termijn voor een inhoudelijke beslissing, wees de voorzieningenrechter het verzoek toe. Het UWV moet voorschotten verstrekken vanaf 10 oktober 2025 tot zes weken na een inhoudelijke beslissing, gebaseerd op het Poolse minimumloon. Tevens moet het griffierecht aan verzoeker worden vergoed.