ECLI:NL:RBAMS:2025:9451
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs lichamelijke onmacht bij seksueel binnendringen
Op 29 augustus 2021 vond seksueel contact plaats tussen verdachte en het slachtoffer. Verdachte werd beschuldigd van seksueel binnendringen terwijl het slachtoffer in een staat van lichamelijke onmacht verkeerde, zoals bedoeld in artikel 243 Sr Pro oud.
De rechtbank onderzocht of het slachtoffer ten tijde van de seksuele handelingen bewusteloos, verminderd bewust of lichamelijk onmachtig was. Uit het dossier, getuigenverklaringen en toxicologisch onderzoek bleek dat het slachtoffer weliswaar veel alcohol had genuttigd, maar niet zodanig dat zij niet in staat was weerstand te bieden of fysiek weerloos was. Getuigen verklaarden dat het slachtoffer zelfstandig trappen kon lopen en een zekere motorische controle had.
De verdediging stelde dat niet kon worden vastgesteld dat het slachtoffer in een staat van onmacht verkeerde en dat verdachte niet wist van een dergelijke toestand. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het ten laste gelegde feit te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 5 november 2025, waarbij het dossier, verklaringen en het toxicologisch rapport van het NFI werden meegewogen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde.