Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
[eiser],
[gedaagde],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- en over een bedrag van € 38.536,00 met ingang van 13 september 2024 tot aan de dag van volledige betaling,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen een onderaannemer en een schildersbedrijf over betaling van verrichte werkzaamheden en een tegenvordering wegens vermeende gebrekkige uitvoering.
De onderaannemer vordert betaling van openstaande facturen over de periode juni tot augustus 2024, terwijl het schildersbedrijf betwist dat alle uren en tarieven correct zijn. Daarnaast vordert het schildersbedrijf schadevergoeding wegens gebrekkig stuc- en schilderwerk op twee locaties.
De rechtbank oordeelt dat partijen een mondelinge overeenkomst hadden met een uurtarief van €30,00, ook voor ingeschakelde onderaannemers. De urenstaten en whatsapp-berichten ondersteunen de facturering. De betaling van een werkbroek wordt in mindering gebracht. De vordering tot betaling wordt toegewezen met wettelijke handelsrente en incassokosten.
De schadevordering wordt afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat de onderaannemer verantwoordelijk is voor de gebreken. Het uitblijven van herstelwerkzaamheden wordt verklaard door het verzuim van het schildersbedrijf om te betalen, waardoor opschorting gerechtvaardigd was.
De proceskosten worden toegewezen aan de onderaannemer. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Schildersbedrijf wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen en incassokosten, schadevordering wordt afgewezen.