Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
[eiser],
[gedaagde],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
Primair
4.De beoordeling
€ 3.125,00 aan [gedaagde] betalen, althans zal dit bedrag in het kader van de afrekening tussen partijen bij de verdeling ten behoeve van [gedaagde] moeten worden betrokken.
€ 763,73. [gedaagde] vordert namelijk het aan [eiser] in bewaring gegeven bedrag van
€ 7.009,73 (bestaande uit € 3.167,73 uitkering UWV, € 717,00 teruggave belastingdienst en € 3.125,00 premierestitutie Nationale Nederlanden) verminderd met de roodstand. Zij komt dan uit op een vordering van € 6.246,00. Het verschil tussen deze bedragen komt neer op een bedrag aan roodstand van € 763,73.