ECLI:NL:RBAMS:2025:9481
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens schending vertrouwensbeginsel door onjuiste mededeling Klant Contact Centrum
Op 3 oktober 2025 vond een zitting plaats bij de rechtbank Amsterdam waarin de kinderrechter de zaak behandelde van een minderjarige verdachte. De verdachte werd bijgestaan door een advocaat en de ouders waren aanwezig. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het Klant Contact Centrum van het Openbaar Ministerie een onjuiste mededeling had gedaan over de vervolgingsbeslissing, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden.
De advocaat van de verdachte voerde een preliminair verweer aan op basis van deze schending. De officier van justitie erkende dat de mededeling van het Klant Contact Centrum niet de juiste instantie betrof, aangezien vervolgingsbeslissingen door een parketsecretaris of officier van justitie worden genomen en niet door administratieve medewerkers. De verdachte en zijn familie hadden aanvankelijk de indruk gekregen dat de zaak was geseponeerd, wat tot opluchting leidde, maar later bleek dat de zaak toch inhoudelijk behandeld zou worden.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen van de verdachte en zijn familie in de mededeling van het Klant Contact Centrum onterecht was gewekt en dat hierdoor het vertrouwensbeginsel was geschonden. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte, waarmee de strafzaak werd beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending van het vertrouwensbeginsel door een onjuiste mededeling van het Klant Contact Centrum.