In deze zaak heeft BUSINESS IN WIND PROJECTS B.V. (BiW) een vordering ingesteld tegen MSIG EUROPE SE (MSIG) op basis van een demontage- en transportverzekering. BiW, die tweedehands windturbines koopt, demonteert en verkoopt, heeft een verzekering afgesloten bij MSIG. Tijdens de demontage van vier windmolens zijn de insertringen beschadigd, wat BiW heeft gemeld bij MSIG. MSIG heeft een onderzoek laten uitvoeren door Artium, die de schade heeft vastgesteld op € 388.591,78 aan directe kosten en € 72.812,49 aan indirecte kosten. BiW heeft MSIG gesommeerd tot betaling van € 456.404,27, maar MSIG heeft slechts een voorschot van € 100.000 betaald.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de schade aan de insertringen is ontstaan tijdens demontagewerkzaamheden, die onder de dekking van de verzekering vallen. Echter, de rechtbank heeft ook vastgesteld dat de totale schade lager is dan het reeds uitgekeerde voorschot. De schade per insertring is vastgesteld op € 23.000, wat resulteert in een totale schade van € 92.000. Na aftrek van het eigen risico van € 5.000 per gebeurtenis, blijft de schade onder het bedrag van het voorschot. Hierdoor heeft BiW geen recht meer op aanvullende betaling van MSIG.
BiW is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten van MSIG betalen, die zijn begroot op € 13.824,00. De rechtbank heeft de vorderingen van BiW afgewezen en de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.