ECLI:NL:RBAMS:2025:9497
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beklag advocaat over verschoningsrecht inzage fiscale stukken door FIOD
In deze zaak draait het om het beklag van een advocaat tegen een beslissing van de rechter-commissaris die de FIOD toestaat kennis te nemen van stukken die de advocaat in fiscale procedures heeft ingebracht. De stukken betreffen dossiers over dividendstrippen en naheffingsaanslagen die zonder medeweten van de advocaat aan de FIOD zijn verstrekt.
De advocaat stelt dat het verschoningsrecht zich uitstrekt over deze stukken en dat het gebruik ervan in het strafrechtelijk onderzoek onrechtmatig is. De rechter-commissaris oordeelde echter dat het verschoningsrecht niet geldt voor deze stukken, een beslissing waartegen de advocaat klaagt.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is, maar dat het beklag niet-ontvankelijk is omdat de wet geen mogelijkheid biedt tegen een dergelijke beslissing bezwaar te maken. Het verschoningsrecht kan volgens de Hoge Raad pas aan de orde komen in een verweer tegen het gebruik van de gegevens in een strafproces. De rechtbank verklaart het klaagschrift daarom niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het klaagschrift van de advocaat wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een wettelijke mogelijkheid tot beklag.