ECLI:NL:RBAMS:2025:9497
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verschoningsrecht advocaat en niet-ontvankelijkheid van beklag
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 2 december 2025 uitspraak gedaan over het beklag van een advocaat, klager, die zich niet kon vinden in de beslissing van de rechter-commissaris van 19 augustus 2025. Deze beslissing betrof de vraag of de FIOD kennis mocht nemen van stukken die de advocaat in een fiscale procedure had ingebracht. Klager stelde dat hij een verschoningsrecht had op deze stukken, maar de rechter-commissaris oordeelde dat dit recht niet van toepassing was. Klager diende hiertegen een klaagschrift in, dat op 27 augustus 2025 werd ontvangen door de rechtbank. Het Openbaar Ministerie stelde dat het klaagschrift niet-ontvankelijk was, omdat er al een voornemen tot dagvaarding was uitgebracht. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was en dat het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De rechtbank concludeerde dat er geen wettelijke grondslag was voor het indienen van een klaagschrift in deze situatie, en dat het verschoningsrecht pas aan de orde kan komen in een verweer tegen het gebruik van de gegevens voor bewijsdoeleinden. De rechtbank verklaarde het klaagschrift van klager niet-ontvankelijk.