ECLI:NL:RBAMS:2025:9584

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
11875870 WM 25-16089
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen administratieve sanctie wegens negeren geslotenverklaring voor taxi's

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een administratieve sanctie opgelegd aan betrokkene, die als bestuurder van een taxi werd beschuldigd van het negeren van een geslotenverklaring. De geslotenverklaring was van toepassing op uitgaansavonden en betrokkene werd verweten dat hij op 9 maart 2024 om 01:15 uur op de [locatie] stond, terwijl hij de geslotenverklaring had genegeerd. Betrokkene stelde dat hij vóór de ingangsdatum van de geslotenverklaring op de locatie was en dat zijn handelen dus legaal was. De gemachtigde van betrokkene, Appjection B.V. vertegenwoordigd door Mr. M. Lagas, voerde aan dat de sanctie onterecht was opgelegd omdat betrokkene zich al vóór 01:00 uur op de locatie bevond. De officier van justitie, verweerder, betwistte dit en stelde dat het niet relevant was wanneer betrokkene de geslotenverklaring was ingereden, aangezien hij gebruik maakte van de weg waarvoor de geslotenverklaring gold binnen de aangegeven venstertijden. De kantonrechter oordeelde dat de sanctie terecht was opgelegd, omdat betrokkene gebruik had gemaakt van de weg binnen de venstertijden, ondanks dat hij mogelijk vóór de ingangsdatum van de geslotenverklaring op de locatie was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.F. Kuiken
zaaknummer: 11875870 WM VERZ 25-16089
beslissing van: 25 november 2025
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 25 november 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
(verder: betrokkene)
voor wie beroep is ingesteld door:
Appjection B.V. / Mr. M. Lagas(verder: gemachtigde)
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 11 juli 2024 en is gericht tegen de beslissing van 2 juli 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 21 maart 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 25 november 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is mevrouw [naam] bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat hij als bestuurder van het motorvoertuig op meer dan twee wielen met kenteken [kenteken] , heeft gehandeld in strijd met een geslotenverklaring (bord C6). Deze gedraging is geconstateerd op zaterdag 9 maart 2024 om 01:15 uur op de [locatie] .
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene zich al om 00:45 uur op de [locatie] bevond. Op de [locatie] geldt een inrijverbod voor taxi´s op uitgaansavonden van 01:00 - 06:00 uur. Betrokkene is op de pleeglocatie staande gehouden om 01:15 uur, maar nu betrokkene echter heeft verklaard dat op het moment dat hij de [locatie] opreed (vóór 01:00 uur), de geslotenverklaring voor taxi´s nog niet van kracht was en zijn handelen zodoende volledig legaal was, is de boete voor het negeren van een geslotenverklaring onterecht opgelegd. Er is een screenshot van de dashcam-beelden van betrokkene aan het beroepschrift.
Gemachtigde verzoekt het beroepschrift gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
4. Op de zitting heeft gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht. Betrokkene stond om 01:15 uur op een klant te wachten en is daarna meteen de geslotenverklaring uitgereden. Gemachtigde verzoekt met deze omstandigheden rekening te houden.
5. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat het niet relevant is hoe laat betrokkene de geslotenverklaring is ingereden. Betrokkene maakte nog gebruik van de weg waarvoor een geslotenverklaring geldt binnen de op het onderbord aangegeven venstertijden. Dat is evenmin toegestaan. Hiervoor verwijst verweerder naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:945. Verweerder verzoekt de kantonrechter derhalve het beroep ongegrond te verklaren.
6. Het volgende wordt overwogen.
7. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht:
“Wij, verbalisanten, zagen op zaterdag 9 maart 2024, omstreeks 01.15 uur een taxi met kenteken [kenteken] staan op de [locatie] . De bestuurder bleek te zijn genaamd:
[betrokkene] , [betrokkene] geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] .
Op de [locatie] geldt een geslotenverklaring voor taxi’s door middel van een C06 bord met onderbord: Geldt voor taxi’s Uitgaansavonden do t/m za 01-06.00 h zondag
01-06.00 h”.
Betrokkene is staande gehouden en de cautie verleend. Betrokkene heeft bij de staandehouding verklaard:
“Ik ben voor 01.00 de gracht opgereden”.
8. Door de verbalisant is een foto van het relevante bord C6 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 met onderbord
‘Geldt voor taxi’s Uitgaansavonden do t/m za 01-06.00 h zondag 01-06.00 h”in het geding gebracht.
9. Artikel 1 van het RVV 1990 bepaalt dat in het RVV 1990 en de daarop berustende bepalingen onder geslotenverklaring wordt verstaan:
“verbod de betrokken weg in te rijden of in te gaan alsmede de betrokken weg te gebruiken.”
10. Uit het dossier blijkt dat betrokkene in zijn taxivoertuig binnen de venstertijden, namelijk om 01:15 uur, op de [locatie] stil stond, waarmee gebruik is gemaakt van de betreffende weg. Betrokkene heeft dus gebruik gemaakt van de [locatie] nadat de geslotenverklaring is gepasseerd (vgl. ECLI:NL:GHARL:2022:945, r.o. 12 t/m 15). Dat het moment van het passeren van het bord C6 op zichzelf niet is geconstateerd en ook niet of dit al dan niet buiten de venstertijden is geweest, doet niet af aan het handelen in strijd met de geslotenverklaring binnen de venstertijden. Een voertuig dat buiten de geldingstijd van de geslotenverklaring het bord is gepasseerd, is in overtreding wanneer het zich binnen de venstertijden nog op de weg bevindt. Alles overwegende kan op basis van de verklaring van de verbalisant voldoende worden vastgesteld dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht. De sanctie is terecht opgelegd. In het namens betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een matiging van de sanctie.

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

11. Gelet op de uitkomst van de procedure wordt voor een toekenning van een proceskostenvergoeding, zoals namens betrokkene is verzocht, geen aanleiding gezien.
12. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.