De rechtbank Amsterdam heeft op 21 november 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van diefstal van alcoholische dranken, belediging van politieambtenaren en het onbruikbaar maken van een ophoudcel. De feiten vonden plaats in juli 2025 te Amsterdam. De rechtbank heeft de zaken van verdachte samengevoegd en na onderzoek ter terechtzitting vastgesteld dat verdachte de diefstal heeft gepleegd door middel van braak en/of verbreking, maar niet door inklimming. Tevens is bewezen verklaard dat verdachte de politieambtenaren mondeling en door feitelijkheden heeft beledigd.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte opzettelijk een ophoudcel van de politie heeft vernield. De rechtbank heeft de vorderingen van de officier van justitie grotendeels gevolgd en de tenlastegelegde feiten bewezen verklaard. Gezien het strafblad, de recidive en het advies van de reclassering heeft de rechtbank een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar opgelegd zonder aftrek van voorarrest.
De benadeelde partij heeft een schadevergoeding gevorderd voor materiële schade aan de ruiten, welke deels is toegewezen tot een bedrag van €1.753,29 plus wettelijke rente. De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke veroordeling afgewezen vanwege de oplegging van de ISD-maatregel. Tot slot is verdachte veroordeeld in de kosten en is een gijzeling opgelegd bij niet-betaling van de schadevergoeding.