Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
1 augustus 2025 tot en met de dag van algehele voldoening;
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft op 6 september 2024 €75.000 uitgeleend aan ACM CAPITAL LTD, met de afspraak dat ACM uiterlijk 18 september 2024 €100.000 zou terugbetalen. Gedaagde stond borg en zou een hypotheekrecht vestigen op een woning, maar ACM betaalde niet en gedaagde kwam zijn verplichtingen niet na. Na een vonnis tot hypotheekvestiging en dwangsommen sloten partijen op 25 juli 2025 een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarbij gedaagde uiterlijk 31 juli 2025 €150.000 moest betalen, met een contractuele boete van €10.000 per dag bij niet-nakoming.
Gedaagde betaalde niet tijdig, waarna eiser in kort geding betaling van de hoofdsom, boete, incassokosten en proceskosten vorderde. Gedaagde erkende de hoofdsom maar betwistte de boete en incassokosten. De voorzieningenrechter kende de hoofdsom en wettelijke rente toe, maar matigde de boete tot nihil vanwege de buitensporigheid en onredelijkheid van de boeteclausule, die opliep tot meer dan een miljoen euro en geen prikkel tot nakoming meer vormde.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat niet was aangetoond dat een veertiendagenbrief conform de Wet Incassokosten was verzonden. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €150.000 met rente en proceskosten, terwijl de buitensporige contractuele boete wordt afgewezen.