ECLI:NL:RBAMS:2025:9652

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
AMS 25/6554
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet maatschappelijke opvang 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening voor verlenging tijdelijke opvang tijdens onderzoek zelfredzaamheid

Verzoeker, die na een echtscheiding dakloos is geworden en momenteel verblijft in een opvanglocatie van HVO Querido, werd medegedeeld dat hij uiterlijk 30 november 2025 de opvang moest verlaten. Hij had een aanvraag lopen voor maatschappelijke opvang en er werd een onderzoek naar zijn zelfredzaamheid uitgevoerd. Verzoeker vroeg om verlenging van zijn verblijf in de opvang totdat het onderzoek was afgerond, omdat hij zijn kinderen ieder weekend ontvangt en zorg voor hen draagt.

De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van verzoeker om in de opvang te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerder, mede vanwege aanwijzingen van potentiële kwetsbaarheid en de cruciale rol van verzoeker in de zorg voor zijn kinderen. De GGD voert nog onderzoek uit, en het is te verwachten dat de uitkomst spoedig bekend wordt, waarna het perspectief van verzoeker kan worden bepaald.

De voorzieningenrechter bepaalde dat verweerder zorg moet dragen voor verlenging van de opvang tot één week na het besluit op de aanvraag maatschappelijke opvang. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en staat geen hoger beroep of verzet toe.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verlengt de tijdelijke opvang van verzoeker tot één week na het besluit op zijn aanvraag maatschappelijke opvang.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/6554

uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. E.C. Weijsenfeld),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. S. Ben Massoud en mr. H. Kras).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het voortduren van de opvang van verzoeker. Verzoeker moet het [locatie] van HVO Querido (hierna: HVO) verlaten, terwijl er een onderzoek loopt naar zijn zelfredzaamheid in het kader van een aanvraag voor Maatschappelijke Opvang. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Verweerder moet er zorg voor dragen dat de opvang in het [locatie] van HVO wordt verlengd tot
één week nadat een besluit is genomen op verzoekers aanvraag voor Maatschappelijke Opvang.Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop en totstandkoming van de besluitvorming

2.1.
Verzoeker is na een echtscheiding zeven jaar geleden dakloos geworden. Zijn ex-vrouw en drie kinderen zijn in de echtelijke woning gebleven. Verzoeker heeft ieder weekend omgang met de kinderen, inclusief overnachtingen en voert zorgtaken uit. Verzoeker verblijft sinds een jaar in het [locatie] van HVO. Aan hem is op
30 oktober 2025 kenbaar gemaakt dat hij het [locatie] – na meerdere verlengingen – uiterlijk 30 november 2025 dient te verlaten. Een verdere verlenging is volgens HVO niet mogelijk, omdat verzoeker niet heeft laten zien dat hij actief en realistisch probeert een woning binnen of buiten Amsterdam te vinden.
2.2.
Verzoeker heeft bij verweerder een aanvraag gedaan voor Maatschappelijke Opvang op grond van de Wet maatschappelijke opvang 2015. Voor de periode waarin deze aanvraag nog loopt, heeft verzoeker aan verweerder een verzoek gedaan voor een tijdelijke maatwerkvoorziening, dan wel noodopvang via de Centrale Toegang.
2.3.
De GGD heeft op 18 november 2025 namens verweerder verzoeker verwezen naar de Kortdurende opvang (KDO), de Dag- en nachtopvang (DNO) en eventueel het [locatie] . In het kader van de aanvraag voor Maatschappelijke Opvang zal de GGD onderzoek doen naar de zelfredzaamheid van verzoeker.
2.4.
Verzoeker heeft HVO gevraagd of hij in het [locatie] mag blijven totdat het onderzoek naar zijn zelfredzaamheid is afgerond. HVO heeft op 19 november 2025 laten weten dat niet te willen omdat de maximale termijn voor verblijf van verzoeker is verstreken. Hij wordt verwezen naar de Winterkoudeopvang (WKO).
2.5.
Verzoeker heeft op 20 november 2025 bezwaar gemaakt tegen het bericht van
18 november 2025 van de GGD. Er wordt volgens verzoeker door verweerder geen passende opvang geboden gedurende het onderzoek naar de zelfredzaamheid van verzoeker in het kader van de Maatschappelijke Opvang. Bovendien heeft HVO aangegeven het verblijf bij het [locatie] niet meer te zullen verlengen. Daarom heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat er een tijdelijke maatwerkvoorziening wordt geboden, inhoudende passende opvang geschikt om zijn kinderen ieder weekend te ontvangen, inclusief twee overnachtingen.
2.5.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.6.
HVO heeft laten weten dat verzoeker in verband met de geplande zitting in het [locatie] mag verblijven tot 5 december 2025.
2.7.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker bijgestaan door A. El Manouzi tolk Arabisch, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van verweerder. Tijdens de zitting is telefonisch contact geweest met [de persoon] , [functie] van HVO.
2.8.
Na de zitting heeft de griffier onderstaande beslissing reeds per e-mail doorgestuurd aan partijen, waarbij is aangegeven dat de motivering binnen een week zal volgen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3.1.
De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3.2.
Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat de KDO en DNO zijn bedoeld voor personen waarvan het ontbreken van de zelfredzaamheid al is vastgesteld. Dat is bij verzoeker nog niet het geval aangezien er nog een onderzoek loopt. Die opties zijn dus ten onrechte aan verzoeker aangeboden. Hij heeft volgens verweerder ook geen recht op noodopvang voor gezinnen omdat hij, blijkens de echtscheidingsbeschikking, minder dan 50% ouderschapstaken heeft. Verzoeker kan zich melden bij de WKO. Verder is op de zitting gebleken dat verweerder niet onwelwillend staat tegenover het verlengen van het verblijf in het [locatie] van HVO totdat het onderzoek naar de zelfredzaamheid is afgerond. HVO heeft op de zitting echter aangegeven daar niet toe bereid te zijn.
3.3.
De voorzieningenrechter zal – ondanks de welwillendheid van verweerder – een beslissing nemen op het verzoek om een voorlopige voorziening. Zij beperkt zich in dit geval tot een belangenafweging.
3.4.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van verzoeker om gedurende het onderzoek in het [locatie] te blijven in dit geval zwaarder weegt dan het belang van verweerder, omdat er aanwijzingen zijn dat bij verzoeker sprake is van een potentiële kwetsbaarheid. Daarbij hecht de voorzieningenrechter waarde aan het bericht van
2 december 2025 van [naam] verbonden aan de [organisatie] . Verzoeker wordt al langere tijd ondersteund door de [organisatie] . In het bericht noemt de [organisatie] de kwetsbare situatie van verzoeker, zijn beperkte zelfredzaamheid en de cruciale rol die hij vervult in de zorg voor zijn kinderen. Verder weegt de voorzieningenrechter mee dat momenteel door de GGD nader onderzoek wordt verricht naar de zelfredzaamheid van verzoeker. Naar verwachting zal het niet lang meer duren voordat de uitkomst daarvan duidelijk is. Daarna kan het perspectief van verzoeker nader worden bepaald. Verzoeker zal dan of het voorportaal voor de Maatschappelijke Opvang in gaan of hij zal op eigen kracht onderdak moeten gaan vinden. Om eventuele schade te voorkomen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek naar zijn zelfredzaamheid is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder er zorg voor moet dragen dat verzoeker gedurende het onderzoek naar zijn zelfredzaamheid in het [locatie] kan blijven. Bij de huidige stand van zaken is het voortduren van een stabiele situatie in het [locatie] aangewezen in plaats van een verblijf in bijvoorbeeld de WKO. Om verzoeker de gelegenheid te bieden om eventueel bezwaar te maken en een nieuw verzoek tot voorlopige voorziening te doen wordt de periode van zijn verblijf in het [locatie] verlengd tot één week nadat een besluit is genomen op de aanvraag voor Maatschappelijke Opvang.
3.5.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht moet vergoeden en dat verzoeker ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten, omdat het verzoek wordt toegewezen. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat verweerder er zorg voor draagt dat de opvang in het [locatie] van HVO Querido wordt verlengd tot 1 (één) week nadat een besluit is genomen op de aanvraag voor Maatschappelijke Opvang;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.