Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:9672

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
24 / 6599
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling juistheid vaststelling arbeidsongeschiktheidspercentage in WIA-uitkering

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheidspercentage per 31 mei 2023 is vastgesteld op 39,43%. Na een bezwaarprocedure handhaafde het UWV dit besluit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank heeft het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het arbeidsdeskundig onderzoek beoordeeld. De verzekeringsarts heeft zowel een fysiek als psychisch onderzoek uitgevoerd en alle medische informatie betrokken. De beperkingen van eiseres, waaronder schouderklachten en diagnoses van ASS en ADHD, zijn erkend en verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst.

Eiseres voerde aan dat zij volledig arbeidsongeschikt is en dat het onderzoek naar ASS van een extern bedrijf haar klachten beter onderbouwt. De rechtbank oordeelt echter dat dit onderzoek geen aanleiding geeft het eerdere oordeel te wijzigen. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geduid die eiseres medisch gezien kan verrichten.

De rechtbank concludeert dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage met juistheid heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit over haar arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,43% wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6599

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Met een besluit van 5 september 2023 heeft het Uwv de WIA [1] -uitkering van eiseres per 13 november 2023 gewijzigd en vastgesteld dat eiseres per 31 mei 2023 voor 39,43% arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2. Met een besluit van 19 september 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres daartegen ongegrond verklaard en het wijzigingsbesluit gehandhaafd.
3. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2025 op zitting behandeld. Eiseres en de gemachtigde van het Uwv zijn verschenen.

Standpunten partijen

5. Eiseres vindt dat het niet klopt dat zij voor 39,43% arbeidsongeschikt is. Ze stelt dat ze helemaal niet kan werken. Ze heeft last van haar schouders en heeft de diagnoses ASS en ADHD. Daardoor kan ze niet te veel doen. In beroep heeft ze ook een onderzoek naar ASS van [bedrijf] overgelegd om haar klachten te onderbouwen. Volgens haar is vrijwilligerswerk beter voor haar mentale gezondheid. Zo kan ze toch iets doen voor de maatschappij, maar wel zelf bepalen wanneer het even niet gaat. Verder staat volgens eiseres ten onrechte in het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat ze ooit een psychose had door een depressie. Ze legt uit dat ze eerst één keer een psychose heeft gehad en daarna pas depressief is geworden.
6. Het Uwv vindt dat het bestreden besluit juist is. Het Uwv verwijst hiervoor naar de rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Het Uwv erkent dat eiseres medische klachten en beperkingen heeft. Daarom houdt zij recht op een WIA-uitkering. Volgens het Uwv is zij echter niet volledig arbeidsongeschikt. Bij het vaststellen van het percentage arbeidsongeschiktheid heeft het Uwv gekeken naar de medisch vast te stellen afwijkingen en niet naar hoe eiseres haar klachten zelf ervaart. Het onderzoek naar ASS van [bedrijf] is besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze arts vindt dat het onderzoek geen reden is om het medische oordeel te veranderen. Het Uwv neemt dit oordeel over.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank beoordeelt of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 31 mei 2023 juist heeft vastgesteld. De rechtbank kijkt daarbij naar de redenen die eiseres in haar beroep heeft genoemd.
8. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit waarom zij tot dit oordeel komt en wat de gevolgen daarvan zijn.
9. De rechtbank stelt vast dat het Uwv heeft bepaald dat eiseres gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. De rechtbank ziet dat partijen het niet eens zijn over de mate van arbeidsongeschiktheid. Het Uwv erkent dat eiseres gezondheidsklachten heeft en heeft daarvoor beperkingen vastgesteld. Ook de rechtbank twijfelt er niet aan dat eiseres door haar gezondheid wordt beperkt. Dat betekent echter niet automatisch dat zij volledig arbeidsongeschikt is. Hoe eiseres haar klachten zelf ervaart, is niet doorslaggevend. In de wet over arbeidsongeschiktheid gaat het erom of iemand – op basis van medisch en objectief onderzoek en met alle beperkingen meegerekend – toch nog bepaalde werkzaamheden kan doen.
De medische grondslag van het bestreden besluit
10. Het Uwv mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen. Ze moeten zorgvuldig tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch volgen uit wat in de rapporten staat. Het is aan eiseres om uit te leggen – en als het nodig is ook aannemelijk te maken – dat de rapporten waarop het Uwv zijn besluiten baseert niet aan deze eisen voldoen. Om aannemelijk te maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is in beginsel een rapport van een regulier medicus nodig.
11. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische situatie van eiseres opnieuw beoordeeld. Daarbij heeft een fysiek en een psychisch onderzoek plaatsgevonden tijdens het spreekuur van 27 augustus 2024. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier van eiseres bestudeerd en alle medische informatie van eiseres bij de beoordeling betrokken.
Verder is op de zitting besproken dat uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet expliciet volgt dat haar psychose in het verleden het gevolg is van de depressie. Desgevraagd heeft eiseres ook te kennen gegeven dat dit punt betrekking heeft op klachten die jaren geleden hebben plaatsgevonden en nu niet meer relevant is.
12. Eiseres geeft aan dat zij schouderklachten heeft en psychische klachten ervaart door ASS en ADHD. De verzekeringsartsen hebben deze klachten erkend en de daarbij behorende beperkingen aangenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 11 september 2024. Zo zijn er voor haar schouderklachten beperkingen aangenomen voor de beoordelingspunten reiken, duwen, trekken en dragen. Voor haar psychische klachten zijn beperkingen aangenomen die te maken hebben met afleiding, structuur, organisatorische taken en klantcontacten. Eiseres heeft niet onderbouwd dat deze beperkingen onvoldoende zijn en dat er nog andere beperkingen hadden moeten worden aangenomen.
13. Eiseres heeft in beroep een diagnostisch onderzoek naar ASS van [bedrijf] ingediend. In het aanvullende rapport van 1 april 2025 legt de verzekeringsarts bezwaar en beroep uit dat dit onderzoek geen reden geeft om het eerdere standpunt te veranderen. De diagnoses ADHD en ASS en de klachten en beperkingen die daaruit voortkomen waren bij het onderzoek in bezwaar al bekend en zijn meegenomen bij het opstellen van het belastbaarheidsprofiel. De rechtbank ziet geen grond om aan deze onderbouwing van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te twijfelen.
De arbeidsdeskundige grondslag van het bestreden besluit
14. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 26 juli 2023 functies voor eiseres geduid. Eiseres heeft geen arbeidsdeskundige gronden aangevoerd. De rechtbank beperkt zich daarom tot de vraag of de geduide functies in medisch opzicht geschikt zijn. Uitgaande van de juistheid van de FML is de rechtbank niet gebleken dat eiseres de werkzaamheden die horen bij de geduide functies niet zou kunnen verrichten. De arbeidsdeskundige heeft inzichtelijk gemaakt dat - en op grond waarvan - de geduide functies passend zijn. Verweerder heeft deze functies daarom aan de schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag mogen leggen.

Conclusie en gevolgen

15. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Het arbeidsongeschiktheidspercentage is met juistheid vastgesteld op 39,43%. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.A. van der Heijden, rechter, in aanwezigheid van mr. M.W. van de Kar, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.