ECLI:NL:RBAMS:2025:9673
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-uitbetaling WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid ongegrond verklaard
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WW-uitkering, die het UWV wel toekende maar niet uitbetaalde vanwege verwijtbare werkloosheid. Eiser betwist dit en voert aan dat het UWV onvoldoende aandacht heeft besteed aan zijn standpunt en dat er geen hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de hoorplicht heeft nageleefd door een hoorzitting te houden tijdens de bezwaarprocedure. De rechtbank toetst of het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden, waarbij sprake is van een dringende reden voor ontslag en verwijtbaarheid aan de zijde van eiser.
Uit het dossier blijkt dat eiser herhaaldelijk passende functies heeft geweigerd en niet is verschenen op werkafspraken, waarbij hij hogere functies nastreefde dan aangeboden. De rechtbank oordeelt dat het UWV op goede gronden heeft vastgesteld dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden en dat het besluit om de WW-uitkering niet uit te betalen rechtmatig is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV om de WW-uitkering niet uit te betalen wegens verwijtbare werkloosheid wordt ongegrond verklaard.