De zaak betreft een geschil over de uitvoering van een ondertoezichtstelling van een minderjarige, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) vervangende toestemming verzoekt om de minderjarige tijdens schoolvakanties met haar vader op vakantie te laten gaan. De moeder weigert toestemming te geven, wat leidt tot stress en onrust bij de minderjarige.
De kinderrechter constateert dat het belang van de minderjarige vraagt om duidelijkheid en het ervaren van vakanties buiten Nederland. De moeder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De GI heeft meerdere pogingen gedaan om moeder te betrekken, waaronder schriftelijke aanwijzingen.
De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor de kerstvakantie, omdat dit in het belang van de minderjarige is, die in haar eindexamenjaar zit en baat heeft bij een ontspannen uitstapje. Voor de overige vakanties wordt de beslissing aangehouden om moeder de gelegenheid te geven te reageren en het verzoek nader te concretiseren.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de GI wordt verzocht uiterlijk 16 december 2025 te informeren over de verdere vakantieplannen en het al dan niet handhaven van het resterende verzoek.