Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De kern van de zaak
2.De procedure
3.De feiten
Zo mis ik onder de noppenplaten voor de vloerverwarming de isolatielaag? Was afgesproken. Ook de verdeling van de 7 groepen is niet zoals vooraf besproken. Uitbouw 3 groepen. Tussenruimte 1-2, Woonkamer bestaand 2 en de hal/wc worden gevoed met de slangen door de gang.
- De afvoer van de HWA is nu aangesloten met een cv-buis? Lijkt mij niet de bedoeling.
- repareren van het geveldoek is gedaan. Maar het is niet afgetapet?
- meterkast heeft nu nog geen 4kwardraads aansluitingen.
- stenen onder uitbouw die nieuwe gevelbekleding in de weg zitten zijn ondanks overleg niet aangepast.
- HWA in overstek zit nog niet op de juiste plaats.
- Metingen van de wc wand zijn nog steeds te hoog. Vochtprobleem is misschien nog niet opgelost.
Das prima, alleen wij hebben nog geen betaling. Wanneer worden de facturen betaald?”
4.Het geschil
de vordering (in conventie)
5.De beoordeling
de vordering en de tegenvordering (in conventie en in reconventie)
Naar wie stuur ik factuur met termijn bedrag? Doen we 3X + 5%?”, waarop [gedaagde] heeft geantwoord dat de facturen naar haar toe moeten (zie 3.3 en 3.4). Vervolgens is hier daadwerkelijk uitvoering aan gegeven, aangezien [eiser] de eerste twee betaaltermijnen van € 25.000,- naar [gedaagde] heeft verzonden, die uiteindelijk door [gedaagde] zijn betaald. Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank af dat partijen zijn overeengekomen dat de derde termijn moest worden betaald bij 95% van de werkzaamheden en het restant van € 4.556,25 na de oplevering, dus nadat de laatste 5% van de werkzaamheden was uitgevoerd. [eiser] meent in plaats daarvan dat hij de termijnen al in rekening mocht brengen op het moment dat hij de materialen had ingekocht. Hij voert daartoe aan dit in de bouw gebruikelijk is. Ook als wordt aangenomen dat een dergelijk gebruik bestaat, blijkt nog niet dat [eiser] [gedaagde] op dit gebruik heeft gewezen of dat [gedaagde] tot de kring van personen behoorde die met dit gebruik bekend mocht worden verondersteld en daarmee akkoord is gegaan. Kortom, niet blijkt dat partijen dit zo hebben afgesproken. Uit het voorgaande volgt dan ook dat partijen in dit geval zijn overeengekomen dat [gedaagde] gehouden is om de derde betalingstermijn te voldoen op het moment dat 95% van de werkzaamheden door [eiser] is uitgevoerd.
isolatie pir 100 m 54 m2” bij het kopje “
Houtskelet bouw, isolatie, balkenlaag, platdak, openstaande deuren etc”. Hieruit kan dus worden afgeleid dat [eiser] PIR-isolatie zou gebruiken voor het dak.
Er is geen kruipruimte onder de uitbouw. Alleen de oude kruipruimte is er nog. Als het goed is heb je daar ventilatie, en als het nodig is, maken wij nog een ventilatiegat.”. Daarmee heeft [eiser] toegezegd om een ventilatiegat te maken als dat nodig is. Uit het partijdeskundigenrapport volgt echter dat het volgens het bouwbesluit niet verplicht is om een kruipruimte te ventileren, en ook uit andere stukken blijkt niet dat het nodig was om voor ventilatie te zorgen. Van gebrekkig werk aan de zijde van [eiser] kan dan ook niet worden gesproken.
afvoer badkamer en keuken”. Zij betoogt dat een hoofdriool naar de eerste verdieping ontbrak, maar dit wel nodig was omdat op de eerste verdieping een toilet werd gerealiseerd. Hoewel het doortrekken van het riool naar de eerste verdieping iets anders is dan het aansluiten van de afvoer van de badkamer op het riool, blijkt uit niets dat [eiser] heeft gewaarschuwd voor meerwerk en dat dit extra kosten zou meebrengen. Het kan daarom niet als meerwerk in rekening worden gebracht.
Houtskelet bouw, isolatie, balkenlaag, platdak, openstaande deuren”. Nu [eiser] de extra werkzaamheden niet nader heeft toegelicht, is niet duidelijk waar het opgedragen meerwerk precies uit bestaat. Het had op de weg gelegen van [eiser] om zijn stelling nader te onderbouwen. Nu enige onderbouwing ontbreekt, heeft hij niet voldaan aan zijn stelplicht. Deze kostenpost kan daarom niet als meerwerk in rekening worden gebracht.