ECLI:NL:RBAMS:2025:9734

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
13/250957-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Diefstal van parfums door ongewenste vreemdeling met oplegging ISD-maatregel

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, geboren in Roemenië en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, die op 22 september 2025 in Amsterdam twee parfums heeft gestolen uit een winkel. De rechtbank heeft het vonnis gewezen na een terechtzitting op 26 november 2025, waar de officier van justitie, mr. R. Wiegant, en de verdediging, vertegenwoordigd door mr. E.K.B. Bijl, hun standpunten hebben gepresenteerd. De verdachte heeft het feit bekend, wat de rechtbank heeft meegenomen in haar oordeel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten en dat zij als ongewenst vreemdeling in Nederland verblijft. De officier van justitie heeft een ISD-maatregel van twee jaar geëist, terwijl de verdediging pleitte voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank heeft de ISD-maatregel opgelegd, waarbij rekening is gehouden met de ernst van de feiten, de recidivekans en de omstandigheden van de verdachte. De maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank heeft de ISD-maatregel voor de duur van 22 maanden opgelegd, met inachtneming van het voorarrest van de verdachte.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/250957-25
Datum uitspraak: 10 december 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1983,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd te: [P.I.] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
26 november 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R. Wiegant, en van wat verdachte – die op enig moment wegens ongewenst gedrag uit de rechtszaal werd verwijderd en voor het laatste woord weer werd toegelaten – en haar raadsvrouw, mr. E.K.B. Bijl, naar voren hebben gebracht.
Daarnaast heeft de rechtbank ter terechtzitting R. Mandjes, reclasseringswerker bij GGZ Reclassering Inforsa, als deskundige gehoord.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is –kort gezegd– ten laste gelegd dat zij op 22 september 2025 in Amsterdam twee parfums uit de [winkel] heeft gestolen.
Ad informandum gevoegd strafbaar feit:
ongewenste vreemdeling op 22 september 2025.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage I, aan dit vonnis gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte twee parfums uit de [winkel] heeft gestolen.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
Nu verdachte het tenlastegelegde feit heeft bekend en door de verdediging geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.
De rechtbank baseert zich bij de bewezenverklaring op de redengevende feiten en omstandigheden vervat in de inhoud van:
de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 26 november 2025;
een proces-verbaal van aangifte met nummer 250922-2104-214 van 22 september 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerde pagina’s 6-10;
een proces-verbaal aanvullend met nummer 2025238788-11 van 23 september 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde pagina’s 11-12.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3.3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
op 22 september 2025 te Amsterdam meerdere verpakkingen parfum, die aan de [winkel] B.V. toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de maatregel

7.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest. Er wordt namelijk voldaan aan de harde en zachte ISD-criteria voor oplegging van die maatregel. De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat een jaar na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel de noodzaak van de voortzetting hiervan dient te worden getoetst.
7.2.
Het strafmaatverweer van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht niet over te gaan tot het opleggen van de ISD-maatregel. Primair stelt de verdediging zich op het standpunt dat niet is voldaan aan artikel 38m lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Het reclasseringsadvies van 18 november 2025 kan namelijk niet worden beschouwd als een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de ISD-maatregel. Subsidiair meent de verdediging dat het opleggen van de ISD-maatregel niet opportuun en disproportioneel is. Het zal neerkomen op kale detentie en er zal enkel worden gewerkt aan repatriëring terug naar Roemenië. De verdediging heeft dan ook verzocht om te volstaan met een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal van goederen ter waarde van meer dan 100 euro. Winkeldiefstal is een hinderlijk en vervelend feit dat schade en overlast veroorzaakt voor de winkel en ongemak oplevert voor het winkelpersoneel. Verdachte bevond zich op het moment dat ze de winkeldiefstal pleegde als ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 15 oktober 2025 (hierna: het strafblad). Hieruit volgt dat verdachte eerder meermaals is veroordeeld voor winkeldiefstal.
Rapportage
De rechtbank heeft eveneens kennisgenomen van het reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam (hierna: de reclassering) van 18 november 2025, opgemaakt door reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker 1] .
Betrokkene is afkomstig uit Roemenië en is tot ongewenst vreemdeling verklaard. Ze dient Nederland te verlaten. Er is, voor zover bekend, sprake van problematiek op alle leefgebieden. Tijdens het traject van de eerdere ISD-maatregel is ingezet op repatriëring met een zachte landing in Roemenië. Diagnostiek en behandeling, gericht op zowel haar verslavings- als psychische problematiek en ondersteuning op praktisch gebied, werd geïndiceerd. Betrokkene stond niet open voor de meerdere aangeboden interventies die voor haar georganiseerd konden worden in het land van herkomst. Na de repatriëring keerde betrokkene, ondanks dat zij strafbaar is bij een verblijf alhier, terug naar Nederland. Ook na eerdere repatriëringen door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) keerde zij terug naar Nederland. Wegens voornoemde zit Reclassering Inforsa geen mogelijkheden om betrokkene in een drangkader te begeleiden.
Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog. De reclassering meent dat verdachte voldoet aan zowel de harde als de zachte ISD-criteria. Bij een veroordeling luidt het advies van de reclassering het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Op die manier wordt de maatschappij beschermd tegen het aanhoudende delict- en overlastgevende gedrag van verdachte. Daarnaast kan worden toegewerkt naar repatriëring naar het thuisland van verdachte, Roemenië, nu haar verblijfsrecht in Nederland is beëindigd en zij hier tot ongewenst vreemdeling is verklaard. In Roemenië kan zij aanspraak maken op sociale voorzieningen, terwijl zij daar in Nederland geen recht op heeft. Als mevrouw [verdachte] niet ontvankelijk is voor interventies in Roenië zal zij wel worden gerepatrieerd, maar dan zonder de zogenoemde ‘zachte landing’. Ter terechtzitting heeft de reclassering haar advies bij monde van reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker 2] bevestigd. De rechtbank neemt de bevindingen en het advies van de reclassering over en maakt die tot de hare.
ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van verdachte aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m lid 1 van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Immers hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast blijkt uit het strafblad van verdachte dat zij gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 22 september 2025 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Ook blijkt uit het hiervoor genoemde reclasseringsadvies, dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.
Blijkens het strafblad van verdachte is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
Ten aanzien van de opportuniteit en de proportionaliteit heeft de rechtbank een andersluidend oordeel dan de verdediging. Uit het reclasseringsadvies en het strafblad blijkt dat verdachte veelvuldig strafbare feiten pleegt en dat het risico op recidive hoog is. Om die reden dient, conform artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, de maatschappij te worden beveiligd en de recidive van verdachte te worden beëindigd. Dat laat onverlet dat de rechtbank het wenselijk acht dat verdachte de nodige hulp en begeleiding krijgt. Uit het reclasseringsadvies en hetgeen ter terechtzitting is besproken, blijkt dat verdachte in ieder geval verslaafd is aan methadon en psychische problemen heeft. Gelet op het feit dat zij geen verblijfsrecht in Nederland heeft en tot ongewenst vreemdeling is verklaard –overigens als gevolg van haar eerdere veroordelingen – kan zij in Nederland geen aanspraak maken op de benodigde hulp en begeleiding. In haar thuisland Roemenië kan verdachte wél aanspraak maken op (sociale) voorzieningen. De voorbereiding op die hulpverlening zal in het kader van de repatriëring naar Roemenië, ondanks haar status als ongewenst vreemdeling, met Nederlandse bemoeienis plaatsvinden; het is vervolgens aan verdachte om die ondersteuning in Roemenië te aanvaarden.
Eveneens anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het reclasseringsadvies van 18 november 2025 voldoet aan de eisen van artikel 38m lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Het advies is immers met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend.
Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank reden om de ISD-maatregel op te leggen.
Duur ISD-maatregel
Nu de ISD-maatregel voor verdachte voornamelijk zal zien op beveiliging van de maatschappij en beëindiging van haar recidive totdat zij kan worden gerepatrieerd, ziet de rechtbank bij de bepaling van de duur van de ISD-maatregel aanleiding om rekening te houden met het voorarrest van verdachte en zal zij dat in mindering brengen. Daarom zal de rechtbank de ISD-maatregel voor de duur van 22 (tweeëntwintig) maanden opleggen.
Tussentijdse beoordeling
De rechtbank ziet geen aanleiding om de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tussentijds te toetsen. Mocht dit voor verdachte later alsnog wenselijk zijn, dan staat voor haar de weg van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering open.
Ad informandum gevoegd feit
Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de tenlastelegging is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

9.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Legt op de maatregel tot
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
22 (tweeëntwintig) maanden.
Dit vonnis is gewezen door
mr. D.G. Bertsch, voorzitter,
mrs. M.A.E. Somsen en M. Vaandrager, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. van den Berg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 december 2025.
[...]