7.3.Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal van goederen ter waarde van meer dan 100 euro. Winkeldiefstal is een hinderlijk en vervelend feit dat schade en overlast veroorzaakt voor de winkel en ongemak oplevert voor het winkelpersoneel. Verdachte bevond zich op het moment dat ze de winkeldiefstal pleegde als ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 15 oktober 2025 (hierna: het strafblad). Hieruit volgt dat verdachte eerder meermaals is veroordeeld voor winkeldiefstal.
Rapportage
De rechtbank heeft eveneens kennisgenomen van het reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam (hierna: de reclassering) van 18 november 2025, opgemaakt door reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker 1] .
Betrokkene is afkomstig uit Roemenië en is tot ongewenst vreemdeling verklaard. Ze dient Nederland te verlaten. Er is, voor zover bekend, sprake van problematiek op alle leefgebieden. Tijdens het traject van de eerdere ISD-maatregel is ingezet op repatriëring met een zachte landing in Roemenië. Diagnostiek en behandeling, gericht op zowel haar verslavings- als psychische problematiek en ondersteuning op praktisch gebied, werd geïndiceerd. Betrokkene stond niet open voor de meerdere aangeboden interventies die voor haar georganiseerd konden worden in het land van herkomst. Na de repatriëring keerde betrokkene, ondanks dat zij strafbaar is bij een verblijf alhier, terug naar Nederland. Ook na eerdere repatriëringen door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) keerde zij terug naar Nederland. Wegens voornoemde zit Reclassering Inforsa geen mogelijkheden om betrokkene in een drangkader te begeleiden.
Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog. De reclassering meent dat verdachte voldoet aan zowel de harde als de zachte ISD-criteria. Bij een veroordeling luidt het advies van de reclassering het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Op die manier wordt de maatschappij beschermd tegen het aanhoudende delict- en overlastgevende gedrag van verdachte. Daarnaast kan worden toegewerkt naar repatriëring naar het thuisland van verdachte, Roemenië, nu haar verblijfsrecht in Nederland is beëindigd en zij hier tot ongewenst vreemdeling is verklaard. In Roemenië kan zij aanspraak maken op sociale voorzieningen, terwijl zij daar in Nederland geen recht op heeft. Als mevrouw [verdachte] niet ontvankelijk is voor interventies in Roenië zal zij wel worden gerepatrieerd, maar dan zonder de zogenoemde ‘zachte landing’. Ter terechtzitting heeft de reclassering haar advies bij monde van reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker 2] bevestigd. De rechtbank neemt de bevindingen en het advies van de reclassering over en maakt die tot de hare.
ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van verdachte aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m lid 1 van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Immers hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast blijkt uit het strafblad van verdachte dat zij gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 22 september 2025 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Ook blijkt uit het hiervoor genoemde reclasseringsadvies, dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.
Blijkens het strafblad van verdachte is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
Ten aanzien van de opportuniteit en de proportionaliteit heeft de rechtbank een andersluidend oordeel dan de verdediging. Uit het reclasseringsadvies en het strafblad blijkt dat verdachte veelvuldig strafbare feiten pleegt en dat het risico op recidive hoog is. Om die reden dient, conform artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, de maatschappij te worden beveiligd en de recidive van verdachte te worden beëindigd. Dat laat onverlet dat de rechtbank het wenselijk acht dat verdachte de nodige hulp en begeleiding krijgt. Uit het reclasseringsadvies en hetgeen ter terechtzitting is besproken, blijkt dat verdachte in ieder geval verslaafd is aan methadon en psychische problemen heeft. Gelet op het feit dat zij geen verblijfsrecht in Nederland heeft en tot ongewenst vreemdeling is verklaard –overigens als gevolg van haar eerdere veroordelingen – kan zij in Nederland geen aanspraak maken op de benodigde hulp en begeleiding. In haar thuisland Roemenië kan verdachte wél aanspraak maken op (sociale) voorzieningen. De voorbereiding op die hulpverlening zal in het kader van de repatriëring naar Roemenië, ondanks haar status als ongewenst vreemdeling, met Nederlandse bemoeienis plaatsvinden; het is vervolgens aan verdachte om die ondersteuning in Roemenië te aanvaarden.
Eveneens anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het reclasseringsadvies van 18 november 2025 voldoet aan de eisen van artikel 38m lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Het advies is immers met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend.
Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank reden om de ISD-maatregel op te leggen.
Duur ISD-maatregel
Nu de ISD-maatregel voor verdachte voornamelijk zal zien op beveiliging van de maatschappij en beëindiging van haar recidive totdat zij kan worden gerepatrieerd, ziet de rechtbank bij de bepaling van de duur van de ISD-maatregel aanleiding om rekening te houden met het voorarrest van verdachte en zal zij dat in mindering brengen. Daarom zal de rechtbank de ISD-maatregel voor de duur van 22 (tweeëntwintig) maanden opleggen.
Tussentijdse beoordeling
De rechtbank ziet geen aanleiding om de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tussentijds te toetsen. Mocht dit voor verdachte later alsnog wenselijk zijn, dan staat voor haar de weg van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering open.
Ad informandum gevoegd feit
Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de tenlastelegging is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan.