Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiseres
de minister van Financiën, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
huld bij [bedrijf 3] ( [bedrijf 8] )
nietom een schuld door middel van een onrechtmatige daad. Het gaat om achterstallige betalingen bij onze client.” Volgens de schuldeiser is er dus geen sprake van een onrechtmatige daad.
geenovereenkomst is en 2) een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verplichting uit een overeenkomst. Niet in geding is dat er hier sprake is geweest van een huurovereenkomst. Uit artikel 7:218, eerste lid, van het BW volgt dat een huurder aansprakelijk is voor schade aan de verhuurde zaak die is ontstaan door een hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst. Omdat de schade is ontstaan tijdens de huurrelatie en voortvloeit uit een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, is de grondslag voor de aansprakelijkheid contractueel van aard. Er is dus geen sprake van een onrechtmatige daad, maar van aansprakelijkheid wegens een toerekenbare tekortkoming in de zin van artikel 7:218 van Pro het BW.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen tegen het bestreden besluit II, III en IV gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten I, II, III en IV;
- herroept de primaire besluiten van 24 april 2024, 1 mei 2024 en 18 juni 2024;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van