Eiser diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand in de kosten van een verhuizing. Het college stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat de gevraagde aanvullende informatie niet tijdig was aangeleverd. Eiser had echter een hersteltermijn toegezegd gekregen tot 17 maart 2025, terwijl het college het besluit op 14 maart 2025 nam.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld, omdat eiser de mogelijkheid had om de aanvullende informatie binnen de hersteltermijn aan te leveren. Het college had het primaire besluit moeten herroepen wegens een aan het college te wijten onrechtmatigheid.
Hoewel het beroep gegrond is verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat eiser ook in bezwaar en beroep de gevraagde informatie niet heeft aangeleverd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.