Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.de vennootschap naar Noors recht [gedaagde 1] AS,2. [gedaagde 2] ,
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 30 januari 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening, tevens incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties en
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.
2.In de hoofdzaak
digital service platforms(DSP’s) door zich als eigenaar van de [naam] -catalogus aan te merken bij deze DSP’s en de catalogus zelf te doen exploiteren via DSP’s. Daarnaast hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatige uitlatingen gedaan over ME die de eer en goede naam van ME schenden.
3.In de incidenten
4.De beoordeling
Handlungsort) en de plaats waar de schade is ingetreden (
Erfolgsort).
Handlungsortis gelegen in Noorwegen. De vraag is of het
Erfolgsortin Nederland ligt. In het arrest EDate-Martinez van het HvJEU [3] is geoordeeld dat het
Erfolgsortbij een vermeende schending van persoonlijkheidsrechten door op internet geplaatste content is gelegen in het land van de gebruiker waar die het centrum van zijn belangen heeft. Deze situatie doet zich hier niet voor. De gestelde onrechtmatige uitlatingen zijn gedaan in e-mails en niet is gesteld of gebleken dat de uitlatingen (ook) op het internet zijn geplaatst. ME stelt dat zij de effecten van de onrechtmatige uitlatingen (eveneens) voelt in Nederland. In het
Shevillarrest [4] heeft het HvJEU geoordeeld dat bij de rechter van iedere plaats waar de eiser stelt in zijn goede naam te zijn aangetast de in die plaats geleden schade kan worden gevorderd. De rechter is dus enkel bevoegd om over de aldaar geleden schade te oordelen. Dat betekent dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is om te oordelen over de in Nederland geleden schade. Voor daarbuiten geleden schade zal zij zich onbevoegd verklaren.
5.De beslissing
21 januari 2026gaat voor conclusie van antwoord van [gedaagden] en