ECLI:NL:RBAMS:2025:988
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen feitelijke leiding onjuiste belastingaangiften
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van feitelijke leidinggeven aan het doen van onjuiste belastingaangiften door twee ondernemingen tussen 2015 en 2018.
Uit het dossier bleek dat verdachte samenwerkte met medeverdachte, eigenaar van de ondernemingen, die zelf veroordeeld werd voor de feiten. Verdachte had kennis van administratieve onvolkomenheden, zoals afwijkende urenstaten en berichten over contante betalingen, maar zijn precieze rol was onduidelijk.
Getuigenverklaringen en het handelsregister wezen erop dat medeverdachte de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid had. Verdachte ontkende feitelijke leiding en er was geen bewijs dat hij initiatief nam of materiële/intellectuele bijdragen leverde aan de onjuiste aangiften.
De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij van medeplegen van feitelijke leidinggeven aan onjuiste belastingaangiften.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen van feitelijke leidinggeven aan het doen van onjuiste belastingaangiften wegens onvoldoende bewijs.