ECLI:NL:RBAMS:2025:988

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
17 februari 2025
Zaaknummer
81/089690-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen feitelijke leiding onjuiste belastingaangiften

De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van feitelijke leidinggeven aan het doen van onjuiste belastingaangiften door twee ondernemingen tussen 2015 en 2018.

Uit het dossier bleek dat verdachte samenwerkte met medeverdachte, eigenaar van de ondernemingen, die zelf veroordeeld werd voor de feiten. Verdachte had kennis van administratieve onvolkomenheden, zoals afwijkende urenstaten en berichten over contante betalingen, maar zijn precieze rol was onduidelijk.

Getuigenverklaringen en het handelsregister wezen erop dat medeverdachte de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid had. Verdachte ontkende feitelijke leiding en er was geen bewijs dat hij initiatief nam of materiële/intellectuele bijdragen leverde aan de onjuiste aangiften.

De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij van medeplegen van feitelijke leidinggeven aan onjuiste belastingaangiften.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen van feitelijke leidinggeven aan het doen van onjuiste belastingaangiften wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 81/089690-22
Datum uitspraak: 11 februari 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
wonende op het adres [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 januari 2025 en 28 januari 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. O.J.M. van der Bijl, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.W. van Beek, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het (medeplegen van) feitelijke leidinggeven aan het doen van onjuiste belastingaangiften door [bedrijfsnaam 1] (feiten 1 en 3) en door [bedrijfsnaam 2] (feiten 2 en 4), tussen 2015 en 2018.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en overweegt daartoe als volgt.
Uit het dossier volgt dat verdachte met medeverdachte [medeverdachte] heeft samengewerkt in ieder geval in één van voornoemde ondernemingen. [medeverdachte] was in de tenlastegelegde periode de eigenaar van de in de tenlastelegging genoemde ondernemingen en hij is bij vonnis van vandaag door deze rechtbank veroordeeld voor de feiten die ook aan verdachte ten laste gelegd zijn. Hij is vrijgesproken van het medeplegen van die feiten.
Hoewel verdachte dit ontkent, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het dossier wel dat verdachte wetenschap had van administratieve onvolkomenheden binnen in ieder geval [bedrijfsnaam 1] De rechtbank maakt dit op uit administratie die bij verdachte thuis is aangetroffen, met onder andere handgeschreven urenstaten die niet overeenkomen met de urenstaten die aan de boekhouder zijn verstrekt voor het doen van belastingaangifte. Daarnaast blijkt de wetenschap van deze administratieve onvolkomenheden uit berichtenverkeer tussen verdachte en [medeverdachte] over contante betalingen aan werknemers, dat in het dossier is weergegeven.
Uit het dossier blijkt echter onvoldoende welke rol verdachte in de ondernemingen had. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij alle beslissingen in overleg met verdachte nam en dat zij eigenlijk samen de baas waren. Verdachte heeft dit ontkend en heeft verklaard dat hij weliswaar manager was bij [bedrijfsnaam 1] , maar dat hij geen beslissingsbevoegdheid had. [medeverdachte] zou de baas zijn geweest en ook degene die uiteindelijk alle beslissingen nam. Ook voormalig werknemers hebben als getuige verklaard dat verdachte weliswaar een grote rol had binnen het bedrijf, maar dat [medeverdachte] uiteindelijk de baas was. Bovendien was het [medeverdachte] , en niet verdachte, die opdracht gaf aan de boekhouder tot het doen van belastingaangifte. [medeverdachte] is tot slot ook in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven als eigenaar en bestuurder van de ondernemingen.
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat [medeverdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met verdachte de uiteindelijke leiding had. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte aan de ten laste gelegde verboden gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven. Niet is gebleken dat verdachte initiatief heeft genomen tot gedragingen die tot het doen van de onjuiste belastingaangiften hebben geleid. Evenmin is gebleken dat verdachte een materiële of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan zulke gedragingen of die gedragingen heeft bevorderd. Zowel het zelfstandig als het samen met [medeverdachte] feitelijke leidinggeven aan het door de ondernemingen doen van onjuiste belastingaangiften, kan dus niet worden bewezen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij.

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.R.J. van Wel, voorzitter,
mrs. J.M. van Hall en M.C.H. Broesterhuizen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.C. Roodenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2025.
[...]