Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 6 november 2025 uitspraak gedaan in een bodemprocedure over de ontruiming van een sociale huurwoning. De eiseres, de stichting Woningstichting Rochdale, vorderde de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning van de gedaagde, die onder bewind stond. De gedaagde, een alleenstaande moeder met drie minderjarige kinderen, was niet verschenen op de mondelinge behandeling. Rochdale had een huurachterstand van 11 maanden geconstateerd, wat volgens de kantonrechter een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigde. De kantonrechter heeft de belangen van de kinderen in de afweging meegenomen, maar oordeelde dat deze niet doorslaggevend waren. De rechter heeft vastgesteld dat Rochdale openstond voor een betalingsregeling, maar dat de bewindvoerder niet voldoende had aangetoond dat er adequate huisvesting voor de kinderen na ontruiming zou zijn. De kantonrechter heeft de vorderingen van Rochdale toegewezen, inclusief de huurachterstand en de proceskosten, en de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken na betekening van het vonnis.