ECLI:NL:RBAMS:2025:9927

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
C/13/778798 / KG ZA 25-936 EP/MV
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:611 BWArt. 7:671b BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot wedertewerkstelling Global General Counsel na onterechte non-actiefstelling

Eiseres, werkzaam als Global General Counsel bij Arcadis, werd op 10 november 2025 met onmiddellijke ingang op non-actief gesteld vanwege vermeend falen en integriteitsschendingen in een interne sollicitatieprocedure. Zij vorderde in kort geding haar wedertewerkstelling en diverse nevenvorderingen.

De rechtbank oordeelde dat Arcadis onvoldoende grond had voor de non-actiefstelling, mede omdat eiseres niet in de gelegenheid was gesteld tot hoor en wederhoor voorafgaand aan de maatregel. Het rapport waarop Arcadis zich baseerde, was onvoldoende om een zo ingrijpende maatregel te rechtvaardigen. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres de kernwaarden van Arcadis had geschonden of dat haar wedertewerkstelling een risico vormde.

De vordering tot wedertewerkstelling werd toegewezen binnen drie werkdagen na betekening, met een gemaximeerde dwangsom bij niet-naleving. De nevenvorderingen tot rectificatie, afgifte stukken en vrijwaring van schade werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of gebrek aan spoedeisend belang. Arcadis werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot wedertewerkstelling toe en veroordeelt Arcadis tot toelating binnen drie werkdagen met een dwangsom, terwijl nevenvorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/778798 / KG ZA 25-936 EP/MV
Vonnis in kort geding van 2 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij bij dagvaarding van 19 november 2025,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaten: mr. M.S. Barmentlo en mr. N.J. Reijn,
tegen
ARCADIS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Arcadis,
advocaten: mr. I.Z. Batenburg en mr. M. Koster.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 24 november 2025 heeft [eiseres] de dagvaarding en de akte eiswijziging van 21 november 2025 toegelicht.
Arcadis heeft mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
[eiseres] met mr. Barmentlo en mr. Reijn;
aan de zijde van Arcadis: [naam 1] en [naam 2] met mr. Batenburg en mr. Koster.
[naam 2] is bijgestaan door L.K. Mitzman, tolk Nederlands/Engels.
1.2.
Na verder debat is het kort geding pro forma aangehouden tot 1 december 2025 teneinde [eiseres] in de gelegenheid te stellen een akte in het geding te brengen waarin zij kan reageren op de (te) laat ingediende producties van Arcadis. Arcadis is in de gelegenheid gesteld op die akte te reageren. De pro forma aanhouding had tevens ten doel partijen in de gelegenheid te stellen om in onderling overleg tot een oplossing van hun geschil te komen.
1.3.
Op 26 november 2025 heeft [eiseres] een aanvullende akte ingediend (waarin een tweede eiswijziging is opgenomen) en twee aanvullende producties. Op 28 november 2025 heeft Arcadis een aanvullende akte met twee producties ingediend. Op 1 december 2025 heeft [eiseres] de voorzieningenrechter bericht dat partijen niet tot een oplossing zijn gekomen en is vonnis gevraagd.
1.4.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 2 december 2025 vonnis gewezen in de vorm van een “kopstaartvonnis”. Het onderstaande vormt hiervan de uitwerking die op 11 december 2025 aan partijen is verstrekt.

2.De feiten

2.1.
Arcadis is een internationale onderneming die onder meer ingenieursdiensten levert op het gebied van infrastructuur, milieu en gebouwen. Arcadis is actief in 30 landen. Haar hoofdkantoor is gevestigd in Amsterdam.
2.2.
Sinds 1 september 2024 is [eiseres] in dienst bij Arcadis als Global General Counsel. Zij heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zij is verantwoordelijk voor alle juridische zaken en treedt op als juridisch adviseur van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Arcadis. De leidinggevende van [eiseres] is [naam leidinggevende] , de
chief executive officervan Arcadis.
2.3.
[eiseres] staat in het Verenigd Koninkrijk ingeschreven als advocaat en valt als zodanig onder het toezicht van de
Solicitors Regulation Authority(de SRA).
2.4.
Op zondag 9 november 2025 ontving [eiseres] een Teams-uitnodiging van [naam leidinggevende] voor een bespreking op 10 november 2025 om 12.15 uur. Aan de bespreking namen tevens deel [naam 3] (
chief people officer) en [naam 1] (
people director enabling functions).
Tijdens de bespreking is [eiseres] medegedeeld dat Arcadis voornemens is de arbeids-overeenkomst met haar te beëindigen. Tevens is [eiseres] te kennen gegeven dat zij met onmiddellijke ingang op non-actief werd gesteld, dat de toegang tot haar e-mailbox en IT-toegang zou worden beëindigd en dat het haar niet was toegestaan bedrijfsinformatie te raadplegen.
2.5.
Bij brief van 10 november 2025 heeft Arcadis – kort gezegd – de inhoud van de bespreking van die dag aan [eiseres] bevestigd. In die brief staat tevens dat Arcadis, indien [eiseres] niet akkoord gaat met een beëindigingsvoorstel, een juridische procedure tegen haar zal starten.
2.6.
Aan [eiseres] is een schriftelijk beëindigingsvoorstel (
settelement agreement) gedaan. [eiseres] heeft dit niet geaccepteerd.
2.7.
Bij brief van 13 november 2025 heeft de advocaat van [eiseres] geprotesteerd tegen de op non-actiefstelling en tegen het voornemen van Arcadis om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
2.8.
Bij brief van 13 november 2025 heeft de Engelse advocaat van Arcadis een melding gedaan over [eiseres] bij de SRA. Bij e-mail van 20 november 2025 heeft de advocaat van [eiseres] hiertegen geprotesteerd. Bij e-mail van 21 november 2025 heeft de advocaat van Arcadis bericht dat zij verplicht was tot het doen van die melding.
2.9.
Op 21 november 2025 heeft Arcadis bij deze rechtbank een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:671b BW. Een zittingsdatum voor de behandeling van dit verzoek is nog niet bepaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert na twee eiswijzigingen – kort gezegd – het volgende:
I. Arcadis te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis [eiseres] in het kader van haar arbeidsovereenkomst toe te laten – en te werk te stellen in – alle gebruikelijke werkzaamheden, in de functie van Global General Counsel, waarbij [eiseres] in de gelegenheid wordt gesteld de bij haar functie behorende werkzaamheden op normale en gebruikelijke wijze te verrichten zoals zij dit voorafgaand aan haar op non-actiefstelling deed;
II. Arcadis te gebieden de gedane mededelingen betreffende het vertrek van [eiseres] op deugdelijke wijze te rectificeren en na akkoordbevinding van [eiseres] op de bewoordingen;
III. een en ander op straffe van een dwangsom van € 25.000,-, te vermeerderen met
€ 2.500,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt;
IV. Arcadis te veroordelen in de kosten van dit geding en de nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente;
V. (
vervallen)
VI. Arcadis te veroordelen om aan [eiseres] op eerste verzoek alle stukken en relevante informatie ter beschikking te stellen die zij naar eigen beoordeling nodig heeft om zich te kunnen verweren in enig onderzoek of procedure door de SRA, gestart naar aanleiding van de melding door Arcadis alsmede Arcadis te veroordelen om medewerking te verlenen aan [eiseres] in een dergelijke procedure;
VII. Arcadis te veroordelen om [eiseres] te vrijwaren van enige schade, waaronder juridische kosten, ten gevolge van de melding door Arcadis aan de SRA inzake [eiseres] .
3.2.
[eiseres] stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat zij haar werkzaamheden steeds naar tevredenheid heeft uitgevoerd, hetgeen onder meer volgt uit een positief beoordelingsgesprek dat zij heeft gevoerd met [naam leidinggevende] . De op non-actiefstelling kwam dan ook als donderslag bij heldere hemel. Tijdens het gesprek op 10 november 2025 is [eiseres] geconfronteerd met een onderzoeksrapport, waarvan zij op dat moment de inhoud nog niet kende. Het betrof een rapport van 4 november 2025 dat is opgesteld door het advocatenkantoor Kingsley Napley. Dit rapport gaat over de zogenoemde [naam interne kandidaat]-zaak. [naam interne kandidaat] had als interne kandidaat gesolliciteerd op de functie Legal Director UK & Ireland, maar een externe kandidaat ([naam externe kandidaat]) heeft deze functie gekregen. [naam interne kandidaat] heeft hierover een klacht ingediend (een
grievance) en toen Arcadis die klacht afwees, is hij een procedure begonnen bij het
London Central Employment Tribunal. In dat kader heeft Arcadis Kingsley Napley verzocht een rapport op te stellen. [eiseres] bestrijdt dat haar in de [naam interne kandidaat]-zaak verwijten kunnen worden gemaakt, omdat haar rol slechts zijdelings en zeer beperkt was, laat staan dat die verwijten een op non-actiefstelling kunnen rechtvaardigen. Hierbij is van belang dat [eiseres] niet in de gelegenheid is gesteld tot het geven van wederhoor. Zij ontving het rapport pas nadat het gesprek van 10 november 2025 had plaatsgevonden. De melding bij de SRA is bijzonder schadelijk voor [eiseres] . Zij wenst zich hier op een adequate wijze tegen te kunnen verdedigen. [eiseres] heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen. Een op non-actiefstelling is uiterst beschadigend en diffamerend, en zij wil dus zo spoedig mogelijk weer aan het werk.
3.3.
Arcadis heeft – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat sprake was van zwaarwegende redenen voor de op non-actiefstelling. [eiseres] is als Global General Counsel de meest senior jurist binnen het bedrijf en zij heeft op fundamentele wijze gefaald in het betrachten van integriteit en zorgvuldigheid. Zij heeft onder meer nagelaten de volledige en juiste informatie te verstrekken aan de advocatenkantoren die onderzoek hebben gedaan in de [naam interne kandidaat]-zaak. In tegenstelling tot hetgeen [eiseres] stelt, was zij wel nauw betrokken bij de sollicitatieprocedure. Door dit te verhullen is een Britse rechterlijke instantie misleid, waardoor de geloofwaardigheid van Arcadis ernstig is aangetast. Bovendien heeft [eiseres] geen enkel inzicht getoond in haar eigen falen, terwijl voor haar, als ingeschreven advocaat bij de SRA, de hoogste professionele normen gelden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

Toelating tot werk en tewerkstelling
4.1.
Bij deze vordering geldt tot uitgangspunt dat een goed werkgever een werknemer slechts de mogelijkheid mag onthouden om (de overeengekomen) arbeid te verrichten wanneer de werkgever daarvoor een redelijke grond heeft. Vooropgesteld wordt daarbij, zoals terecht door Arcadis is opgemerkt, dat een algemeen recht op feitelijke tewerkstelling niet rechtstreeks uit de wet volgt, maar dat dit recht voortvloeit uit de verplichting van de werkgever zich bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als een goed werkgever te gedragen in de zin van artikel 7:611 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Een werkgever die een werknemer op non-actief stelt, kan dit alleen doen als zij daarvoor een deugdelijke grond heeft en die grond ten opzichte van het zwaarwegend belang van de werknemer om zijn arbeid te verrichten, voldoende zwaar weegt. Door non-activiteit kan de werknemer immers ook schade lijden ook al wordt het loon doorbetaald. [eiseres] heeft aangegeven dat de (in haar ogen onterechte) op non-actiefstelling haar reputatie en mentale gezondheid schaadt. Een op non-actiefstelling behoort verder een tijdelijke maatregel te zijn, waarna wordt gekeken naar hoe werknemer en werkgever met elkaar verder moeten of dat tot het laten eindigen van de arbeidsovereenkomst moet worden overgegaan, waarbij het voor de werknemer van groot belang is om de ontbindingsprocedure vanuit een “werkende positie” te voeren. Bovendien zullen in de aangekondigde ontbindingsprocedure niet alleen het beweerdelijk disfunctioneren van [eiseres] , maar ook meer algemene arbeidsrechtelijke “spelregels” aan de orde komen, zoals de regel dat een werknemer bij kritiek op zijn functioneren voldoende gelegenheid moet worden geboden zijn handelen aan te passen en de voorwaarde (die alleen bij verwijtbaar handelen of nalaten niet geldt) dat voldoende inspanning is gepleegd om de werknemer te herplaatsen.
4.2.
Verder is, anders dan Arcadis heeft betoogd, naar de aard sprake van een spoedeisend belang bij de vordering tot wedertewerkstelling van [eiseres] . Zij is vanaf 10 november 2025 niet meer aan het werk en zij heeft belang om haar werkzaamheden zo snel mogelijk te kunnen hervatten. Zeker tegen de achtergrond dat de behandeling van het door Arcadis ingediende verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst nog enige tijd op zich zal laten wachten.
4.3.
Naar het voorlopig oordeel zijn de enkele bevindingen in het rapport van 4 november 2025 van Kingsley Napley, een door Arcadis ingeschakeld advocatekantoor, over de gedragingen van [eiseres] onvoldoende grond voor een zo ingrijpende maatregel. Allereerst al omdat [eiseres] voorafgaand aan de maatregel door Arcadis niet in de gelegenheid is gesteld van de bevindingen kennis te nemen en haar zienswijze daarover met Arcadis te delen. Van een goed werkgever mag verwacht worden dat zij, alvorens tot een zo ingrijpende maatregel over te gaan, minst genomen hoor- en wederhoor toepast. Dat heeft Arcadis niet gedaan, zonder dat zij daarvoor goede redenen heeft gegeven. Voor zover zij ter terechtzitting heeft verklaard dat [eiseres] al door Kingsley Napley was gehoord, gaat deze redenering niet op. Over een eventuele op non-actiefstelling is [eiseres] immers niet gehoord. Ter terechtzitting heeft [eiseres] gemotiveerd toegelicht waarom zij van mening is dat de bevindingen van Kingsley Napley en de verwijten aan haar onjuist zijn en de in dat rapport opgenomen conclusies in een ander licht beoordeeld moeten worden. Door [eiseres] voorafgaand aan de maatregel iedere mogelijkheid te ontnemen deze visie met Arcadis te delen, heeft Arcadis in strijd gehandeld met haar eigen kenwaarden van integriteit en betrouwbaarheid en aldus ook in strijd gehandeld met het goed werkgeverschap. Dat daarvoor een dringende noodzaak was, is niet aannemelijk geworden. Daarbij komt dat ook thans, gelet op die gemotiveerde betwisting van de zijde van [eiseres] , anders dan Arcadis kennelijk meent, de bevindingen van Kingsley Napley, niet als waarheid in deze procedure hebben te gelden.
4.4.
Dat door de gedragingen van [eiseres] de geloofwaardigheid van Arcadis ernstig is aangetast en deze gedragingen van [eiseres] een ernstige bedreiging voor de reputatie van Arcadis zouden vormen, is door Arcadis in deze procedure op geen enkele wijze nader geconcretiseerd, zodat dit bij de afweging van de wederzijdse belangen geen rol kan spelen. Ook de stelling van Arcadis dat [eiseres] de kernwaarden van Arcadis zoals neergelegd in de General Business Principles niet zou hebben nageleefd is niet aannemelijk geworden. Dat [eiseres] deze General Business Principles niet zou onderschrijven, waardoor wedertewerkstelling een risico voor Arcadis zou vormen, is al evenmin aannemelijk geworden. Bij het voorgaande is meegewogen dat [eiseres] de meest senior jurist binnen Arcadis is, maar dat enkele gegeven leidt er nog niet toe dat zij zonder meer verantwoordelijk kan worden gehouden voor alle gedragingen van Arcadis. De omstandigheid dat Arcadis een beursgenoteerde onderneming is speelt bij voorgaande belangenafweging geen rol.
4.5.
Hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat, gelet op het hiervoor onder 4.1 geformuleerde uitgangspunt, de vordering tot wedertewerkstelling zal worden toegewezen als na te melden. De termijn die hieraan wordt verbonden is drie werkdagen na betekening van dit vonnis. De hieraan te verbinden dwangsom (vordering III.) zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.
4.6.
De beslissing tot wedertewerkstelling wordt, anders dan Arcadis heeft verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Gelet op het hiervoor weergegeven spoedeisende belang van [eiseres] om weer aan het werk te gaan, de aard van de voorziening en de aard van de procedure mede in aanmerking genomen, is haar belang bij een direct uitvoerbaar vonnis groter dan het belang van Arcadis om een beslissing in hoger beroep, die geruime tijd in beslag zal nemen, af te wachten.
Vordering tot rectificatie
4.7.
De vordering tot rectificatie wordt afgewezen. Allereerst is de vordering te algemeen geformuleerd en daardoor te onbepaald. Zo is niet duidelijk wat in de rectificatie zou moeten worden opgenomen en tot wie deze rectificatie zich zou moeten richten, waardoor het risico van executiegeschillen niet denkbeeldig is. Daarbij geldt ook nog dat door de wedertewerkstelling van [eiseres] het belang van een rectificatie aan kracht verliest. Door haar aanwezigheid op de werkvloer is immers duidelijk dat de op non-actiefstelling ten onrechte is geweest.
Vordering tot afgifte stukken
4.8.
Ook de vordering tot afgifte van alle stukken en overige informatie die zij nodig heeft om zich te verweren in enig onderzoek of procedure door de SRA is niet toewijsbaar. Dat Arcadis dergelijke stukken of informatie heeft, welke informatie dat dan betreft en dat Arcadis niet bereid is deze stukken aan [eiseres] ter beschikking te stellen, is in dit geding op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Een zo algemene vordering is dan ook niet toewijsbaar, nog daargelaten dat van enig spoedeisend belang hierbij door [eiseres] niets is aangevoerd.
Vordering tot vrijwaring van schade
4.9.
Het antwoord op de vraag of Arcadis [eiseres] dient te vrijwaren van enige schade ten gevolge van de melding aan de SRA inzake [eiseres] vraagt een nader onderzoek naar de feiten dat het kader van dit geding te buiten gaat. Voor zover in deze vrijwaring de juridische kosten begrepen zijn, geldt dat voor een integrale kostenveroordeling, wat het gevolg zou zijn van deze vrijwaring, niet voldaan is aan de strenge criteria die door de rechtspraak voor een integrale proceskostenveroordeling zijn vereist.
Proceskosten
4.10.
Arcadis is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.760,47
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Arcadis om [eiseres] binnen 3 werkdagen na betekening van dit vonnis in het kader van haar arbeidsovereenkomst toe te laten – en te werk te stellen in – alle gebruikelijke werkzaamheden, in de functie van Global General Counsel, waarbij [eiseres] in de gelegenheid wordt gesteld de bij haar functie behorende werkzaamheden op normale en gebruikelijke wijze te verrichten zoals zij dit voorafgaand aan haar op non-actiefstelling deed,
5.2.
veroordeelt Arcadis om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de onder 5.1 opgenomen veroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,- is bereikt,
5.3.
veroordeelt Arcadis in de proceskosten van € 1.760,47, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening in het geval het vonnis wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Arcadis tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na vandaag zijn betaald en tot betaling van de wettelijke rente over € 92,00 plus de kosten van betekening vanaf veertien dagen na die betekening,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Coll: EB