Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:9930

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
11400744 \ CV EXPL 24-14467
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens oneerlijke BOVAG-voorwaarden bij te late inlevering huurauto

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de BOVAG-voorwaarden, waaronder bepalingen over te late inlevering van een huurauto, de consument binden. De eiser stelde dat deze voorwaarden in samenspraak met maatschappelijke organisaties tot stand zijn gekomen en daarom niet onredelijk bezwarend zijn.

De kantonrechter oordeelde dat het feit dat de voorwaarden in overleg met maatschappelijke organisaties zijn opgesteld, niet betekent dat de bedingen eerlijk zijn. De consument heeft immers geen invloed gehad op de inhoud en de betrokken organisaties kunnen andere belangen hebben gehad bij hun instemming.

Daarnaast voldeed het beding over buitengerechtelijke kosten niet aan de door de Hoge Raad gestelde eisen, met name over de termijn van veertien dagen na ontvangst van de aanmaning. Dit beding was te kort en daardoor oneerlijk.

Omdat de bedingen oneerlijk zijn, binden zij de consument niet en kan niet worden teruggevallen op de wet. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot aan de zijde van gedaagde.

Uitkomst: De vorderingen worden afgewezen omdat de BOVAG-voorwaarden oneerlijk zijn en de consument niet gebonden is aan de bedingen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11400744 \ CV EXPL 24-14467
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 juli 2025
- de akte van [eiser] .
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld een antwoordakte te nemen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 15 juli 2025 is [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de geconstateerde oneerlijkheid van de bedingen in de artikelen 6 lid 5 en 8 lid 7 van de algemene voorwaarden en de gevolgen daarvan.
2.2.
In haar akte stelt [eiser] dat de gehanteerde voorwaarden Bovag-voorwaarden betreft die tot stand zijn gekomen in samenspraak met maatschappelijke organisaties, om de rechtspositie van alle partijen te garanderen. Dit maakt dat bedingen in die voorwaarden niet als onredelijk bezwarend kunnen worden gekwalificeerd.
2.3.
Ten aanzien van artikel 8 lid Pro 7, het beding over buitengerechtelijke kosten, stelt [eiser] dat het juist de bedoeling is geweest de wet te volgen met het beding. Volgens [eiser] wordt de wijze van verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten zoals verduidelijkt door de Hoge Raad gevolgd.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat de enkele omstandigheid dat de algemene voorwaarden tot stand zijn gekomen in samenspraak met maatschappelijke organisaties, de bedingen niet eerlijk maakt. Het neemt namelijk niet weg dat de voorwaarden van tevoren zijn opgesteld en de consument hierdoor geen invloed op de inhoud ervan heeft kunnen hebben. Bovendien kunnen de betrokken organisaties ook op grond van andere overwegingen besluiten om in te stemmen met een beding.
2.5.
Anders dan [eiser] meent, voldoet artikel 8 lid 7 niet Pro aan de eisen die de Hoge Raad heeft gesteld aan een aanmaning. Zoals al in het tussenvonnis is overwogen, heeft de Hoge Raad bepaald dat de termijn van veertien dagen moet worden gelezen als
veertien dagen ingaande de dag na ontvangst van de aanmaning. De termijn van veertien dagen begint dus te lopen op
de dag na ontvangst. De formulering die is opgenomen in artikel 8 lid Pro 7, ‘binnen veertien dagen na ontvangst van deze betalingsherinnering’, houdt in dat de termijn op
de dag van ontvangstgaat lopen en is dan ook een te korte termijn.
2.6.
Omdat [eiser] niets heeft aangevoerd om het oordeel anders te maken, blijft de kantonrechter bij zijn oordeel dat de bedingen oneerlijk zijn. De bedingen binden de consument dan ook niet. Omdat Drive On dit oneerlijke beding in haar algemene voorwaarden heeft staan, kan niet worden teruggevallen op de wet. [1] Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
2.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] op nihil worden begroot.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025 in het bijzijn van de griffier, mr..D.C. Vink.
57327

Voetnoten

1.Zie de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger).