ECLI:NL:RBAMS:2026:1014
Rechtbank Amsterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor studievertraging na onterecht negatief bindend studieadvies
Eiser ontving in 2018 onterecht een negatief bindend studieadvies (bsa) van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Na een gegrond verklaard beroep ontving hij in 2019 alsnog een positief bsa en schreef zich opnieuw in, maar betaalde het collegegeld niet. UvA weigerde daarop de inschrijving voor de studiejaren 2019-2020 en 2020-2021.
Eiser vorderde een materiële schadevergoeding van €42.275,- en een immateriële vergoeding van €5.000,- wegens studievertraging. De rechtbank oordeelde dat er geen causaal verband bestaat tussen het onterecht afgegeven bsa en de studievertraging, die werd veroorzaakt door het niet betalen van collegegeld. De weigering tot inschrijving was rechtmatig bevestigd door het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs.
De rechtbank stelde vast dat UvA geen zorgplicht had geschonden en dat de weigering tot inschrijving niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van €5.601,-. De vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.