Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
5.3 Uit de Nota van Toelichting [3] volgt dat het Tijdelijk besluit voortkomt uit een politiek-bestuurlijke wens om een gebaar te maken naar een groep ouderen van Surinaamse herkomst met een groot en langlopend gevoel van onrechtvaardigheid. Het kabinet heeft dit willen vormgeven met een eenmalig bedrag als gebaar van erkenning. Dit gebaar ziet op de unieke samenloop van omstandigheden van deze groep. Het gaat daarbij om de verwachtingen die zijn ontstaan rondom het onafhankelijkheidsproces van Suriname en de komst van deze groep naar Nederland met het oog op de Toescheidingsovereenkomst. Betrokkenen hebben welbewust de keuze gemaakt om naar Nederland te komen, omdat zij zich Nederlander voelden en Nederlander wilden blijven. Daarmee onderscheidt die groep zich van diegenen die bij de onafhankelijkheid in Suriname bleven en van de situatie in de voormalige Nederlandse Antillen. Ook hieruit leidt de rechtbank af dat met Nederland alleen het Europese deel van Nederland wordt bedoeld.
Beslissing
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026.