Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De essentie van het product (de potentie en de strategische ligging)
eventuele”, “
lijkt”, “
kans”, “
perspectief”, “
in de toekomst”, “
eventuele toekomstige bestemmingswijziging” en “
niet geheel onwaarschijnlijk”. Bovendien meent zij dat er een gerede kans was en nog steeds is, dat een bestemmingswijziging zou kunnen plaatsvinden.
Het is niet geheel onwaarschijnlijk dat dit stuk grond in de toekomst een bestemmingsverandering zal ondergaan.”
“nog steeds binnen 250 meter van de bestaande bebouwde kom ligt; wat vanuit beleggingsperspectief ogenschijnlijk nog potentie biedt, als ruimtelijke ontwikkeling nabij zou plaatsvinden (denk aan het uit de woningbouw bekende concept van ‘straatje erbij’)”en dat niet per definitie vast staat dat bij beleggingspercelen
“gebiedsdoelen of ruimtelijke ontwikkelingen ook daadwerkelijk worden verhinderd”. Met andere woorden: uit het rapport blijkt niet dat bij verkavelde percelen, meer specifiek de percelen van [eiser] , het volledig onwaarschijnlijk is dat een bestemmingswijziging zou kunnen plaatsvinden. Het had op weg van [eiser] gelegen om duidelijk(er) te maken waarom voor zijn percelen de geschetste kans op bestemmingswijziging onjuist was. Het krantenartikel uit 2024 over [plaats 1] waar [eiser] naar verwijst is daartoe ook onvoldoende, omdat dit niet ziet op wat er ten tijde van de koop bekend was.
Een te behalen rendement
“Stel u leefde in 1950 en u was grondeigenaar (…) De prijs van uw grond ziet u exponentieel groeien”en
“Mocht de bestemmingswijziging uitblijven dan zal de waarde van de grond logischerwijs ten minste nog een inflatie volgen”.
De veiligheid van de investering
“eventuele toekomstige bestemmingswijziging”en
“grondprijzen kunnen fluctueren”, niet voldoende om aan te kunnen merken als een concrete waarschuwing voor het risico op waardevermindering, maar in dit geval had dit risico gelet op de geboden informatie als geheel wel voor [eiser] duidelijk moeten zijn. Door de combinatie van de voorzichtige teksten in de brochures en het voorbehoud dat in de brochures en in de koopovereenkomsten is gemaakt over een toekomstige bestemmingswijziging (zie hiervoor ook 5.11 tot en met 5.13) had iedere bedachtzame aspirant-koper kunnen begrijpen dat de kans bestond dat geen bestemmingswijziging zou gaan plaatsvinden en er dus ook het risico bestond dat de percelen niet de waarde van bouwgrond zouden krijgen.