Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
21 januari 2026.
mr. N. Levinsohn, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.J. van Oosten, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
21 januari 2026 – kort gezegd – van beschuldigd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
seksueel misbruik óf seksuele activiteiten. Artikel 22 van Pro het Verdrag beoogt het kind te beschermen tegen schadelijke invloeden op de persoonlijke en seksuele ontwikkeling. [5] Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat, ter uitvoering van het Verdrag er in artikel 248d (oud) Sr voor gekozen is het ruime begrip ‘seksuele handelingen’ op te nemen, dat mede ontuchtige handelingen kan omvatten. Die ruime uitleg is ingegeven juist vanuit de beschermingsgedachte van deze bepaling en het onderliggende Verdrag. [6]
- het proces-verbaal ter terechtzitting van 21 januari 2026, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal binnentreden woning met nummer 2023224599-2, p. 02 002 t/m 02 003;
- een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2023224599-3, p. 02 005 t/m 02 006;
- een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2023224599-4, p. 02 010;
- een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2023222530-8, p. niet doorgenummerd;
- een proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal met documentcode 18649354, met bijlagen, p. 04 001 t/m 04 009;
- een proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal met documentcode 18646075, met bijlagen, p. 04 010 t/m 04 023.
5.Bewezenverklaring
- in de nabijheid en in het zicht van die [slachtoffer] achter een stellage, en
- met zijn, verdachtes lichaam in de richting van die [slachtoffer] te gaan staan en
- vervolgens zijn, verdachtes broek naar beneden te trekken en zijn, verdachtes, penis uit zijn, verdachtes broek te voorschijn te halen en te tonen aan die [slachtoffer] .
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
enigszins verminderde mateaan verdachte kunnen worden toegerekend.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een gevangenisstrafvoor de duur van
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen.
359 (driehonderdnegenenvijftig) dagen, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
een proeftijd van 10 (tien) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
een taakstrafvan
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.