ECLI:NL:RBAMS:2026:1237

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
11970008 \ EA VERZ 25-1341
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:678 lid 1 BWArt. 7:677 lid 4 BWArt. 7:673 lid 1 BWArt. 7:681 lid 1 onderdeel a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet vernietigd wegens ontbreken dringende reden; toekenning schade- en billijke vergoeding

De werknemer trad op 29 november 2024 in dienst bij Cruisinc Tourism B.V. als cabin stewardess. Op 15 september 2025 werd zij op staande voet ontslagen wegens het niet weggooien van een vuile handdoek, een gedraging die volgens de werkgever een dringende reden vormde. De werknemer betwistte de geldigheid van het ontslag en vorderde een billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat de gegeven reden geen dringende reden vormde. Het ontslag was bovendien niet onverwijld meegedeeld en de werkgever kon niet aantonen dat de reden voor het ontslag aan de werknemer was medegedeeld. Het door de werkgever geschetste beeld van disfunctioneren kwalificeerde ook niet als dringende reden.

De arbeidsovereenkomst eindigde op 15 september 2025, waarna de kantonrechter de werkgever veroordeelde tot betaling van een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 4.335,06, een transitievergoeding van € 770,02 en een billijke vergoeding van € 11.561,60. De billijke vergoeding werd vastgesteld op basis van het relatief korte dienstverband, de dossieropbouw en de gevolgen van het onterecht ontslag.

Daarnaast werden de proceskosten van € 1.039,00 aan de zijde van de werknemer toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11970008 \ EA VERZ 25-1341
Beschikking van 5 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. P.M.A.F. Peutz,
tegen
CRUISINC TOURISM B.V.,
gevestigd te Arnhem,
verwerende partij,
hierna te noemen: Cruisinc,
gemachtigde: mr. T.L. Wiersma.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 18 november 2025, met producties
- het verweerschrift, met producties.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 15 januari 2026. [verzoeker] was aanwezig, met haar partner en vergezeld door de gemachtigde. Namens Cruisinc was aanwezig [naam] , met de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren 11 augustus 1985, is op 29 november 2024 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Cruisinc. De functie van [verzoeker] is cabin stewardess met een loon van € 2.675,96 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag.
2.2.
[verzoeker] werkt en woont op een cruiseschip, waarop tussen de 1.000 en 1.500 asielzoekers en vluchtelingen gehuisvest zijn. [verzoeker] verricht schoonmaakwerkzaamheden op het schip.
2.3.
Op 6 september 2025 heeft Cruisinc aan [verzoeker] een ‘counselling letter’ gegeven:
2.4.
Op 15 september 2025 is [verzoeker] door haar leidinggevende aangesproken omdat zij in strijd met de voorschriften een vuile handdoek niet weggooide. Zij is daarbij op staande voet ontslagen. Daarbij kreeg zij het volgende document overhandigd:
2.5.
Tegelijk met het ontslag is aan [verzoeker] meegedeeld dat zij het schip binnen 48 uur moest verlaten. Bij het verlaten van het schip op 16 september 2025 heeft [verzoeker] een document ontvangen:
2.6.
[verzoeker] heeft een klacht ingediend bij Cruisinc wegens het gegeven ontslag. Hierop heeft Cruisinc op 17 september 2025 onder meer het volgende geantwoord:
2.7.
Op 21 oktober 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] aangegeven dat zij berust in het ontslag.

3.Het geschil

Het verzoek
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen en om Cruisinc te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding.
3.2.
Volgens [verzoeker] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Een dringende reden ontbreekt. De redenen die Cruisinc aanvoert, komen neer op disfunctioneren maar dat levert geen dringende reden op voor ontslag op staande voet. Omdat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven, is sprake van een niet rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] berust in het ontslag, maar maakt aanspraak op de hiervoor genoemde vergoedingen.
Het verweer
3.3.
Cruisinc voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Cruisinc voert ‑ samengevat ‑ aan dat gedurende het dienstverband structurele problemen waren rondom het functioneren en het gedrag van [verzoeker] . Na een incident op een ander schip in Rotterdam is [verzoeker] overgeplaatst naar het schip in Amsterdam, maar ook daar bleven haar prestaties onder de maat en zijn er meerdere overtredingen van interne beleidsregels vastgesteld. Op een schip met een dergelijke hoeveelheid mensen met verschillende achtergronden is het strikt opvolgen van beleidsregels erg belangrijk om het risico op incidenten te voorkomen. Daar komt bij dat [verzoeker] een negatieve houding tegenover leidinggevenden vertoonde en dat zij geïrriteerd reageerde en haar stem verhief wanneer zij werd aangesproken op haar functioneren. De ernst en de herhaling van de gedragingen, wat resulteerde in een derde officiële waarschuwing, vormen gezamenlijk een dringende reden.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend, en of Cruisinc moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding.
Beoordeling ontslag op staande voet
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
4.3.
Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is, dat wil zeggen zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Ook moet er onverwijld worden opgezegd en moet de dringende reden onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. Onverwijld betekent dat dit direct of zo snel mogelijk moet gebeuren. Het gaat er daarbij om dat het voor de werknemer onmiddellijk duidelijk moet zijn welke eigenschappen of gedragingen voor de werkgever aanleiding zijn geweest voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De werkgever moet de dringende reden bewijzen.
4.4.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Cruisinc verklaard dat het ontslag op staande voet alleen mondeling is meegedeeld aan [verzoeker] . Onweersproken is gebleven dat de reden die [verzoeker] is meegedeeld, is dat zij in strijd met de regels een vuile handdoek niet weggooide. Voor de beoordeling van de vraag of een dringende reden aanwezig is, is deze aan [verzoeker] meegedeelde reden maatgevend. Het geschil wordt afgebakend door het toen besproken verwijt. Deze reden mag wel nader toegelicht worden, maar nieuwe redenen mogen niet aangevoerd worden.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat de gegeven reden, het in strijd met de regels niet weggooien van een vuile handdoek, een zodanige daad, eigenschap of gedraging van [verzoeker] is, dat van Cruisinc redelijkerwijs niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [1] Daarbij is van belang dat een ontslag op staande voet een uiterste middel is en terughoudend moet worden toegepast. Cruisinc wijst nog op de door haar overgelegde documenten waaruit blijkt dat [verzoeker] eerder is aangesproken op haar functioneren. Nog afgezien van het feit dat niet is gebleken dat dit als reden voor het ontslag is meegedeeld aan [verzoeker] , kwalificeert het door Cruisinc geschetste beeld van een disfunctionerende werknemer ook niet als dringende reden. Daar komt bij dat Cruisinc ruim een week voor het ontslag aan [verzoeker] een ‘counseling letter’ heeft gegeven, waarin [verzoeker] nog een maand de tijd kreeg haar presteren te verbeteren. In dat document staat dat bij gebrek aan verbetering een waarschuwing volgt, maar wordt niet gesproken over een mogelijk ontslag. In het bij haar vertrek aan [verzoeker] overhandigd en door haar ondertekende ‘departure pro-forma’ formulier is als reden voor de beëindiging genoemd ‘
Good faith termination due to unsatisfactory performance’ in combinatie met ‘
Employee received 3rd and final warning’. En er mag dan wel een
derdewaarschuwing gegeven zijn, maar dat enkele feit maakt nog niet dat daarmee ook direct sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet, nog los van het feit dat het geven van een
waarschuwing– zijnde een mededeling die iemand attendeert op
mogelijkegevolgen – zich slecht verhoudt met het direct daaraan verbinden van die gevolgen (te weten de beëindiging van het dienstverband).
4.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de dringende reden die door Cruisinc ten grondslag is gelegd aan de opzegging van 15 september 2025 het ontslag op staande voet niet kan dragen.
Schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging
4.7.
[verzoeker] heeft berust in het gegeven ontslag, zodat de arbeidsovereenkomst op 15 september 2025 is geëindigd. Omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt [2] zal de gevorderde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging worden toegewezen. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, van 16 september tot en met 31 oktober 2025, te weten € 4.335,06. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 15 september 2025.
Transitievergoeding
4.8.
Het verzoek om Cruisinc te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] . Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. [3] Cruisinc wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, die € 770,02 bedraagt. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 16 oktober 2025.
Billijke vergoeding
4.9.
Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. [4] Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. [5]
4.10.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [6] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.11.
De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 11.561,60. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen. Er is sprake van een relatief kort dienstverband. Uit de door Cruisinc overgelegde stukken, waaronder ‘personal statement forms’, ‘counselling letters’ en drie ‘formal warnings’ binnen 10 maanden na de aanvang van het dienstverband, blijkt van een dossieropbouw met betrekking tot het functioneren van [verzoeker] . Alle genoemde stukken zijn door [verzoeker] ondertekend. Het was dan ook duidelijk voor [verzoeker] dat zij niet voldeed aan de verwachtingen die Cruisinc had van haar. Daarbij lagen de verwijten niet alleen erin dat zij niet snel genoeg werkte en haar negatieve houding tegenover leidinggevenden, maar ook dat zij de protocollen niet volgde. Cruisinc heeft daarbij voldoende onderbouwd dat het volgen van protocollen op een dergelijke werklocatie extra zwaar weegt, om de veiligheid op het schip te waarborgen en om te kunnen voldoen aan de strenge eisen op het gebied van hygiëne. Het is aannemelijk, zoals Cruisinc aangevoerd heeft, dat het risico van incidenten is hoog op een schip waar zoveel mensen van verschillende nationaliteiten en verschillende achtergronden 24/7 verblijven en dat dit risico met voor iedereen geldende protocollen verminderd kan worden. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat als Cruisinc, bij het uitblijven van verbetering binnen een maand na de derde – als laatste bedoelde – officiële waarschuwing, was overgegaan tot een ontbindingsprocedure, dit geleid had tot het einde van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] . Met een dergelijke procedure zou echter wel meer tijd gemoeid zijn, waardoor [verzoeker] langer het inkomen waarop zij bij Cruisinc recht had, had ontvangen. Weliswaar heeft [verzoeker] met ingang van 21 oktober 2025 een andere baan gevonden, maar tijdens de zitting is gebleken dat daarbij sprake is van een overeenkomst voor bepaalde tijd en voorts dat haar inkomen op dit moment lager ligt dan haar inkomen bij Cruisinc. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter een billijke vergoeding toekennen van vier maandsalarissen, wat neerkomt op een bedrag van € 11.561,60 bruto.
4.12.
Cruisinc zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 11.561,60 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
Proceskosten
4.13.
De proceskosten komen voor rekening van Cruisinc, omdat Cruisinc overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van Cruisinc. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.039,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Cruisinc om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 11.561,60 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt Cruisinc om aan [verzoeker] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 4.335,06 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt Cruisinc om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 770,02 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 16 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt Cruisinc in de proceskosten van € 1.039,00, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [7] ,
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Ploeger en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.
57327

Voetnoten

1.Artikel 7:678 lid 1 BW Pro.
2.Artikel 7:677 lid 4 BW Pro.
3.Artikel 7:673 lid 1 BW Pro.
4.Artikel 7:681 lid Pro 1, onderdeel a, BW.
6.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (
7.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.