ECLI:NL:RBAMS:2026:1323

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
25/3931
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:68 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking AIO-aanvulling wegens niet verstrekken gevraagde informatie

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de intrekking van zijn aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB had de AIO-aanvulling ingetrokken omdat eiser niet alle gevraagde informatie, waaronder bankafschriften en bewijsstukken over verblijf en inkomsten van zijn buitenlandse echtgenote, had verstrekt.

De rechtbank heeft het proces behandeld, waarbij eiser stelde dat hij alle informatie had verstrekt en niet alle poststukken had ontvangen. De rechtbank stelde vast dat de SVB zonder de gevraagde informatie niet kon vaststellen of eiser recht had op de AIO-aanvulling. Eiser kon niet aantonen dat hij de gevraagde stukken daadwerkelijk had overgelegd.

De rechtbank oordeelde dat de SVB in redelijkheid heeft gehandeld door de AIO-aanvulling in te trekken en verwierp het beroep van eiser. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S.D. Arnold op 10 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3931

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. B.B.A. Willering),
en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB

(gemachtigden: mr. O.F.M. Vonk en mr. P. van der Forum).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de intrekking van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) van eiser. Eiser is het niet eens met de intrekking van zijn AIO-aanvulling. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de intrekking.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB de AIO-aanvulling van eiser mocht intrekken
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 23 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft de SVB de AIO-aanvulling van eiser ingetrokken met ingang van 2 september 2023. Met het bestreden besluit van 14 mei 2025 op het bezwaar van eiser is SVB bij de intrekking van de AIO-aanvulling van eiser gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 oktober 2025 en het onderzoek ter zitting gesloten. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op grond van artikel 8:68 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heropend. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van de zaak zich leent voor de buurtrechter.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 januari 2026 op zitting behandeld bij de buurtrechtbank in Venserpolder. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de SVB.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Aan eiser is in het verleden een AIO-aanvulling toegekend door de SVB.
3.1.
Op 6 maart 2024 heeft de SVB aan eiser gevraagd om uiterlijk op 8 april 2024 bankafschriften over te leggen over de periode juni 2023 tot en met maart 2024 waarop de betalingen van eisers pensioen uit Australië zijn vermeld. Op 23 april 2024 heeft de SVB aan eiser laten weten dat de SVB de gevraagde informatie uit de brief van 6 maart 2024 niet heeft ontvangen. De SVB heeft eiser de gelegenheid geboden om de gevraagde informatie uiterlijk op 13 mei 2024 op te sturen.
3.2.
De SVB heeft eiser vervolgens met verschillende andere brieven om informatie gevraagd om te bezien of eiser nog het juiste bedrag aan AIO-aanvulling ontvangt. Zo heeft de SVB eiser op 23 mei 2024, naar aanleiding van zijn melding op 6 mei 2024 dat hij op 28 maart 2024 in Oeganda is getrouwd, verzocht om onder meer informatie over de periode van verblijf in het buitenland. Ook heeft de SVB eiser verzocht om kopieën van zijn tickets op te sturen en gevraagd informatie te geven over de vraag of de vrouw met wie hij in het buitenland is getrouwd sinds dit huwelijk inkomsten heeft en zo ja, om hier bewijsstukken van op te sturen en, als zij geen inkomsten heeft aan te geven hoe zij in haar levensonderhoud voorziet. Ook heeft de SVB met deze brief eiser opnieuw verzocht om bankafschriften over de periode van juni 2023 tot en met maart 2024 waarop betaling van eisers Australische pensioen zijn vermeld. Ook op 14 augustus 2024 heeft de SVB eiser verzocht om informatie, waaronder de eerdergenoemde bankafschriften.
3.3.
Met het besluit van 5 september 2024 heeft de SVB eisers AIO-aanvulling met ingang van 2 september 2024 opgeschort, omdat eiser de gevraagde informatie niet heeft verstrekt. Eiser is in de gelegenheid gesteld om alsnog de gevraagde informatie vóór 19 september 2024 te verstrekken.
3.4.
Omdat eiser niet voor 19 september 2024 de gevraagde informatie heeft ontvangen, heeft de SVB het primaire besluit genomen en de AIO-aanvulling ingetrokken. Met het bestreden besluit heeft de SVB dat besluit gehandhaafd. Volgens de SVB heeft eiser ook in bezwaar niet alle gevraagde informatie overgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

4. Eiser voert aan dat hij niet alle poststukken heeft ontvangen en dat hij alle gevraagde informatie heeft verstrekt aan de SVB.
5. De rechtbank stelt vast dat de SVB heeft bepaald dat de AIO-aanvulling van eiser wordt ingetrokken, omdat eiser niet alle door de SVB gevraagde informatie heeft overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de SVB zonder deze informatie niet in staat is om het recht van eiser op een AIO-aanvulling vast te stellen. Eiser heeft niet met stukken kunnen onderbouwen dat hij de gevraagde informatie daadwerkelijk aan de SVB heeft verstrekt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de SVB in deze omstandigheden in redelijkheid kunnen besluiten om de AIO-aanvulling van eiser met ingang van 2 september 2024 in te trekken.
6. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat hij de poststukken van de SVB niet heeft ontvangen. Op zitting is duidelijk geworden dat eiser ervan op de hoogte was dat hij informatie moest verstrekken aan de SVB, maar dat hij simpelweg niet de gevraagde informatie heeft verstrekt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.