Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
“gebeld met de melding dat er een verdachte handeling met zijn bankkaart was gebeurd. Hij kreeg dat een andere medewerker de bankkaarten van [slachtoffer] en zijn echtgenote, zijn telefoon alsook de pincode van de bankkaart zou komen ophalen.”. Voorts is vermeld dat er een bedrag van 3.500 euro van de rekening van het slachtoffer verdwenen was, dat er met de bankkaarten van het slachtoffer en zijn echtgenote op een cashpunt in [plaatsnaam] een geldafhaling is gebeurd alsmede betalingen in een casino in Antwerpen. De opgeëiste persoon heeft zich, met iemand anders. met één van de gestolen bankkaarten van het slachtoffer op 10 mei 2025 om 22.19 uur ingeschreven in een casino in Antwerpen. In het A-formulier, dat gelezen wordt in samenhang met het EAB, staat de opgeëiste persoon vermeld als dader.
4.Strafbaarheid
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
6.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden
3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsartikelen
9.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Veurne, België, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.