ECLI:NL:RBAMS:2026:1349

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
11742230 \ CV EXPL 25-8151
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:83 sub c BWArt. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onderhoud en hosting webshop na ontbinding bouwovereenkomst

De zaak betreft een geschil tussen [eiseres], die een webshop bouwde en beheerde, en Italindo International B.V., een horecagroothandel. [eiseres] vordert betaling van openstaande facturen voor de bouw, onderhoud en hosting van de webshop. Italindo betwist de bouwfacturen wegens gebrekkige levering en vordert terugbetaling en schadevergoeding.

De rechtbank stelt vast dat de webshop niet voldeed aan essentiële verwachtingen, zoals het ontbreken van een factuurbevestiging na bestelling, en verklaart de bouwovereenkomst ontbonden. Hierdoor hoeft Italindo de bouwfacturen niet te betalen, maar ook niet terug te vorderen wat al is betaald, omdat de webshop wel van waarde is geweest.

De facturen voor onderhoud en hosting zijn wel verschuldigd, omdat deze werkzaamheden zijn verricht en mondeling overeengekomen. De schadevergoeding wegens omzetverlies wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onderbouwing door Italindo.

De rechtbank veroordeelt Italindo tot betaling van de openstaande onderhouds- en hostingfacturen, incassokosten en proceskosten, en wijst de overige vorderingen af.

Uitkomst: Italindo moet de facturen voor onderhoud en hosting betalen, maar niet voor de bouw; schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11742230 \ CV EXPL 25-8151
Vonnis van 9 januari 2026
in de zaak van
de vennootschap onder firma
[eiseres],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eiseres in de vorderingen (conventie),
gedaagde in de tegenvordering (reconventie),
gemachtigde: mr. A. Bartlema van Van der Meer Incasso & Gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ITALINDO INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde in de vorderingen (conventie),
eiseres in de tegenvordering (reconventie),
procederend bij [naam 1] ,
Partijen worden hierna [eiseres] en Italindo genoemd.

1.Waar gaat de zaak over?

1.1.
[eiseres] heeft in opdracht van Italindo, een horecagroothandel, een webshop voor haar gemaakt. [eiseres] heeft facturen verzonden voor i) de bouw van de webshop en ii) onderhoud en hosting van de webshop. Italindo heeft een deel van die facturen niet betaald. [eiseres] wil dat Italindo de openstaande facturen alsnog betaalt. Italindo vindt dat [eiseres] geen goede webshop heeft geleverd. Daarom vindt zij dat zij de openstaande facturen niet meer hoeft te betalen en wil zij de bedragen die zij al betaald heeft terug. Bovendien wil Italindo dat [eiseres] de schade vergoedt die zij heeft geleden door de niet goed werkende webshop.
1.2.
De kantonrechter oordeelt dat Italindo de openstaande facturen moet betalen voor zover die zien op onderhoud en hosting van de webshop. [eiseres] heeft dat namelijk afgesproken met Italindo en zij heeft die werkzaamheden ook uitgevoerd. De openstaande facturen die zien op de bouw van de webshop hoeft Italindo niet te betalen. De webshop voldeed namelijk niet aan wat Italindo daarvan op basis van de afspraken mocht verwachten en wordt ontbonden. Wat Italindo al heeft betaald, hoeft [eiseres] niet terug te betalen omdat de webshop wel gewerkt heeft en daarmee van waarde is geweest voor Italindo. [eiseres] hoeft geen schadevergoeding aan Italindo te betalen, omdat Italindo die vordering onvoldoende heeft onderbouwd.
2. De stukken
In het dossier zitten:
  • de dagvaarding van 2 juni 2025, met producties 1-19,
  • het proces-verbaal van het mondelinge antwoord van 17 juni 2025, met daarin de eis in reconventie van Italindo, met producties,
  • het tussenvonnis van 1 juli 2025 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
  • de conclusie van antwoord in reconventie, met daarin ook een eisvermeerdering in conventie, waarbij naast aanvullende producties 20-24, ook producties 1-19 nogmaals zijn ingediend,
  • de aanvullende productie 25 van [eiseres] ,
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 26 september 2025 en de daarop namens [eiseres] voorgedragen spreekaantekeningen.

3.De achtergronden van het geschil

3.1.
[eiseres] houdt zich onder meer bezig met het bouwen van websites. Italindo is een horecagroothandel die horecabenodigdheden aanbiedt. [naam 2] en [naam 3] (hierna: [vertegenwoordigers] ) zijn bevoegd Italindo te vertegenwoordigen.
3.2.
Op 19 september 2019 heeft [eiseres] een offerte van € 13.189,00 incl. btw (€ 10.900 excl. btw) uitgebracht aan Italindo voor de bouw van een webshop. Italindo heeft die offerte geaccepteerd, met uitzondering van de post Website onderhoud van € 600 per maand (excl. btw).
3.3.
[eiseres] heeft voor de bouw van de webshop in totaal drie facturen aan Italindo verzonden voor een totaalbedrag van € 12.684,83. Italindo heeft daarop in totaal € 10.448,83 betaald.
3.4.
In november 2020 is de webshop live gegaan. Daarna heeft Italindo op meerdere momenten aan [eiseres] laten weten dat zij niet tevreden was met de webshop. Op 31 maart 2021 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen partijen.
3.5.
Op 13 mei 2021 heeft Italindo een e-mail aan [eiseres] gestuurd waarin staat:
“(…) Omdat jullie niet leveren wat er besteld is, ook niet nadat wij meerdere malen tijdens gesprekken aangegeven hebben wat er gebeuren moet, komen wij tot de conclusie dat de overeenkomst helaas ontbonden moet worden. (…) Ik bied jullie nu de mogelijkheid een het door ons betaalde bedrag van € 10.448,83 terug te storten (…)”
3.6.
Daarna hebben partijen tot en met 2023 geprobeerd om tot een oplossing te komen, waarbij de webshop steeds live en in gebruik is geweest. Daarbij heeft [eiseres] een aantal problemen met de webshop opgelost en Italindo gewezen op de mogelijkheid om problemen zelf op te lossen. Ook heeft [eiseres] gemeld dat bepaalde functionaliteiten extra konden worden ingekocht en dat zij geen supporturen meer had om de gevraagde aanpassingen te verrichten, zodat Italindo daarvoor extra uren zou moeten bijkopen.
3.7.
In een e-mail van 6 maart 2024 heeft Italindo [eiseres] nogmaals verzocht om het bedrag van € 10.448,83 terug te betalen. [eiseres] heeft dat niet gedaan.
3.8.
Naast de facturen voor de bouw van de webshop heeft [eiseres] de volgende facturen gestuurd aan Italindo, met als onderwerp ‘onderhoud & hosting’. In 2021, 2022 en 2023 heeft [eiseres] € 1.500 excl. btw (€ 1.815,00 incl. btw) in rekening gebracht, bestaand uit € 900 voor hosting en € 600 voor 6 supporturen. De overige bedragen zien op domeinregistratie in 2022 en een plug-in. [eiseres] heeft Italindo meerdere betalingsherinneringen gestuurd voor deze facturen. Italindo heeft de facturen niet betaald.
Factuurnummer
Datum
Bedrag
[factuurnummer 1]
18 januari 2021
€ 1.815,00
[factuurnummer 2]
4 januari 2022
€ 1.815,00
[factuurnummer 3]
4 februari 2022
€ 36,30
[factuurnummer 4]
19 mei 2022
€ 102,85
[factuurnummer 5]
30 januari 2023
€ 1.917,85
[factuurnummer 6]
6 juni 2024
€ 1.191,85
Totaal
€ 6.878,85

4.De vorderingen over en weer

De vordering van [eiseres] (in conventie)
4.1.
[eiseres] vordert na eisvermeerdering samengevat dat de kantonrechter Italindo veroordeelt tot betaling van:
  • € 6.878,85, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot de dag der algehele voldoening,
  • € 2.236,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 juli 2020 tot de dag der algehele voldoening,
  • € 718,94 aan buitengerechtelijke incassokosten,
  • de proceskosten.
Voor de bouw van de webshop gaat het om een totaalbedrag van € 2.236,00 aan onbetaalde facturen. Daarnaast hebben partijen mondeling afgesproken dat [eiseres] ook het onderhoud en de hosting van de webshop zou doen, waarvoor nog € 6.878,85 aan facturen openstaat.
De tegenvordering van Italindo (in reconventie)
4.2.
Italindo vordert op haar beurt dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt tot:
  • terugbetaling van € 10.448,83,
  • betaling van € 25.984,10 aan schadevergoeding.
4.3.
Italindo wil dat [eiseres] het bedrag terugbetaalt dat zij al aan [eiseres] heeft betaald, omdat [eiseres] geen goede webshop heeft geleverd. Ook wil Italindo dat [eiseres] de schade vergoedt die zij heeft geleden doordat de webshop lange tijd niet goed heeft gewerkt.

5.Beoordeling

5.1.
Omdat de vorderingen van [eiseres] en Italindo sterk samenhangen worden ze hierna gezamenlijk behandeld.
De kantonrechter is bevoegd
5.2.
[eiseres] voert aan dat Italindo niet-ontvankelijk is in haar vordering omdat die vordering hoger is dan de wettelijke competentiegrens van de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt dat zij bevoegd is. De kantonrechter is bevoegd om geldvorderingen tot € 25.000 te behandelen, zoals de vordering van [eiseres] . [1] De kantonrechter is daarnaast ook bevoegd om een tegenvordering te behandelen die hoger is dan dit bedrag, als die tegenvordering samenhangt met de vordering(en) en die samenhang zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. [2] De kantonrechter oordeelt dat hiervan in deze zaak sprake is, omdat de vorderingen van [eiseres] en Italindo beide gebaseerd zijn op de afspraken tussen partijen met betrekking tot de webshop.
Webshop: beroep van Italindo op ontbinding slaagt
5.3.
Partijen zijn het erover eens dat zij de afspraken hebben gemaakt over de bouw van de webshop zoals die in de offerte (min de laatste post) staan, dat [eiseres] conform die afspraken heeft gefactureerd en dat Italindo een deel van die facturen onbetaald heeft gelaten. Dit betekent dat Italindo in beginsel het openstaande bedrag van € 2.236,00 aan [eiseres] moet betalen. Maar omdat het beroep van Italindo op ontbinding van de overeenkomst slaagt, hoeft zij de openstaande bedragen niet meer te betalen.
5.4.
Italindo vindt dat [eiseres] geen goede webshop heeft gemaakt en ondanks verzoeken daartoe van Italindo de fouten op de webshop niet goed heeft hersteld. Zij vindt daarom dat zij de facturen van [eiseres] niet hoeft te betalen en de al betaalde bedragen terug moet krijgen.
5.5.
[eiseres] vindt dat zij wel een goede webshop heeft geleverd, desgevraagd problemen heeft opgelost en dat sommige problemen voor rekening van Italindo zelf komen.
5.6.
De kantonrechter moet aan de hand van de feitelijke stellingen van partijen de juridische gronden aanvullen. Op zichzelf is het leveren van een ondeugdelijke webshop geen geldige juridische reden om de afgesproken prijs daarvoor niet te hoeven betalen. De kantonrechter vult de feitelijke stellingen van Italindo juridisch zo aan dat zij zich op ontbinding van de overeenkomst beroept, zowel als verweer tegen de vorderingen van [eiseres] , als voor haar eigen vordering tot terugbetaling van al betaalde bedragen. De kantonrechter ziet daarvoor aanwijzingen in het door Italindo beoogde rechtsgevolg; het niet hoeven betalen van de openstaande bedragen én het terugbetaald krijgen van de al betaalde bedragen. Ook in de mailwisseling tussen Italindo en [eiseres] spreekt Italindo over ontbinding.
5.7.
Voor een geslaagd beroep op (gerechtelijke) ontbinding is nodig dat [eiseres] haar verplichtingen ten opzichte van Italindo niet (goed) is nagekomen (‘tekortkoming’) en zij in verzuim is. [3] Omdat Italindo zich op de ontbinding en de gevolgen daarvan beroept, moet zij feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat aan deze voorwaarden is voldaan.
[eiseres] is tekortgeschoten in de bouw van de webshop
5.8.
Om te kunnen beoordelen of [eiseres] haar afspraken met Italindo (goed) is nagekomen, moet eerst worden vastgesteld wat die afspraken waren en wat Italindo op basis daarvan mocht verwachten van de webshop. Op basis van de offerte, het dossier en de toelichtingen van partijen op de zitting stelt de kantonrechter vast dat [eiseres] voor Italindo een professionele webshop zou maken voor zakelijke klanten, waarbij een aantal specifieke wensen van Italindo voor die webshop zijn besproken. Onder die wensen viel een koppeling wat betreft prijs- en voorraadinformatie tussen de webshop en het assortiment van de leveranciers waarbij Italindo inkocht.
5.9.
Italindo mocht op basis van deze afspraken in elk geval verwachten dat zij een webshop zou krijgen die voldeed aan de basale vereisten voor een functionele zakelijke webshop in de branche van Italindo. Daaronder valt dat klanten goed kunnen navigeren door de webshop aan de hand van werkende filters en categorieën en dat klanten als ze bestellen een bevestiging met een factuur krijgen van hun bestelling. Dat daarover niet apart is gesproken, maakt niet uit; deze elementen moeten, zonder afwijkende mededelingen door [eiseres] , geacht worden inbegrepen te zijn in de bouw van een webshop voor zakelijke klanten.
5.10.
Italindo heeft voldoende onderbouwd dat de webshop niet aan haar gerechtvaardigde verwachtingen voldeed. [eiseres] heeft bevestigd dat klanten geen bevestiging met factuur kregen na een bestelling en dat die functionaliteit apart moest worden bijbesteld. Italindo mocht verwachten dat dit onderdeel uitmaakte van de offerte, dus zonder daarvoor extra te hoeven betalen. Die functionaliteit vormt immers een wezenlijk onderdeel van een webshop voor zakelijke klanten. Het ontbreken daarvan een tekortkoming in de nakoming van [eiseres] .
5.11.
Voor de overige problemen met de webshop heeft Italindo, gezien de betwisting van [eiseres] , onvoldoende onderbouwd dat die voor rekening van Italindo horen te komen. Ten tijde van de offerte is de wens van Italindo voor een koppeling van prijs- en voorraadinformatie tussen de webshop en de leveranciers waarbij Italindo inkocht expliciet besproken. Italindo mocht er dus vanuit gaan dat [eiseres] zich daarvoor zou inspannen. Hetzelfde geldt voor de juiste productinformatie en categorieën. Die inspanningen heeft [eiseres] ook geleverd. [eiseres] heeft toegelicht dat de webshop over de daarvoor benodigde functionaliteiten beschikte. Italindo heeft dat onvoldoende weersproken. Dat een en ander bij het in gebruik nemen van de webshop niet in één keer goed gaat is begrijpelijk, dat heeft [eiseres] geprobeerd te herstellen en levert geen tekortkoming op. [eiseres] heeft voldoende toegelicht dat zij voor het koppelen van de prijs- en voorraadinformatie afhankelijk is van de (systemen van) de leveranciers en voor het vullen van de webshop afhankelijk is van de gegevens die door Italindo worden aangeleverd. [eiseres] kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor verkeerd aangeleverde informatie. Italindo heeft onvoldoende weersproken dat de afspraak was dat de webshop eenmalig gevuld zou worden met producten om live te gaan. Volgens [eiseres] kon Italindo daarna zelf handmatig aanpassingen doen. Italindo mocht niet verwachten dat [eiseres] de webshop blijvend up-to-date zou houden en daarin wijzigingen naar wens zou doorvoeren, zonder daarvoor extra kosten in rekening te brengen.
5.12.
Italindo heeft verder nog gewezen op problemen met het berekenen van btw in de webshop. Nadat [eiseres] dit probleem heeft verholpen, dook het later weer op. Het probleem is dus de eerste keer niet goed verholpen, maar is daarna door [eiseres] opnieuw verholpen. Anders dan Italindo heeft aangevoerd, heeft [eiseres] hiervoor geen extra kosten in rekening gebracht, maar de hieraan bestede uren op de supporturen van het ‘onderhoud en hosting’ contract (zie hierna) geschreven. Ook dit levert geen tekortkoming in de nakoming op.
5.13.
De conclusie is dat de webshop op het punt van bevestiging en factuur van aankoop aan zakelijke klanten niet voldeed aan wat Italindo daarvan mocht verwachten. [eiseres] is op dat punt dus tekort geschoten in de nakoming.
5.14.
[eiseres] is op dit punt ook in verzuim. Italindo heeft bij [eiseres] gemeld dat deze functionaliteit ontbrak. Uit de reactie van [eiseres] dat dit apart bijgekocht moest worden, mocht Italindo afleiden dat [eiseres] dit onderdeel van de overeenkomst niet zou gaan nakomen en dus tekort zou schieten. [4] Daarmee is aan de vereisten voor gerechtelijke ontbinding voldaan. De overeenkomst voor het bouwen van de webshop wordt daarom ontbonden.
Gevolgen van de ontbinding: partijen zijn over en weer niets verschuldigd aan elkaar
5.15.
De ontbinding heeft tot gevolg dat partijen worden bevrijd van hun verplichtingen tegenover elkaar die uit de overeenkomst tot de bouw van de webshop voortvloeiden. Voor zover de verbintenissen al zijn nagekomen, ontstaan voor partijen over en weer verbintenissen tot ongedaanmaking van de al door hen ontvangen prestaties. Als de prestatie naar haar aard niet ongedaan gemaakt kan worden (zoals het bouwen van een webshop), ontstaat er een verbintenis tot waardevergoeding voor die prestatie. Als de prestatie niet aan de overeenkomst beantwoordt – zoals hier het geval is – wordt deze vergoeding beperkt tot de waarde die de prestatie ten tijde van de ontvangst werkelijk voor de ontvanger heeft gehad. [5]
5.16.
In dit geval leidt het wegvallen van de verplichtingen ertoe dat Italindo de achterstallige betalingen op grond van de overeenkomst niet meer hoeft te betalen. Omdat het bouwen van de webshop niet ongedaan gemaakt kan worden, moet de waarde daarvan vergoed worden. [eiseres] vindt dat zij recht heeft op het totale gefactureerde bedrag voor de bouw van de webshop. [eiseres] moet daarom feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat de werkelijke waarde van de webshop voor Italindo meer is dan het tot nu toe door Italindo betaalde bedrag van € 10.448,83. Italindo vindt dat zij voor de webshop niets zou moeten betalen en daarom het al betaalde bedrag terug moet krijgen. Italindo moet daarom feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat de webshop van geen enkele waarde voor haar is geweest.
5.17.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat beide partijen hun standpunten onvoldoende hebben onderbouwd. Daarom worden de over en weer in dit kader gevorderde bedragen afgewezen. Dat de webshop van geen enkele waarde is geweest, is niet komen vast te staan. De webshop is jaren live en in gebruik geweest. Italindo is via de webshop transacties aangegaan met haar klanten. Daarom hoeft [eiseres] niet € 10.448,83 aan Italindo terug te betalen. Dat deel van de tegenvordering van Italindo wordt dus afgewezen. Dat de webshop van meer waarde voor Italindo zou zijn geweest dan het al betaalde bedrag heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd. Zoals hiervoor al is geoordeeld, wordt de stelling dat de webshop zonder gebreken was niet gevolgd. De vordering van [eiseres] voor de openstaande facturen van de webshop wordt dus afgewezen.
Webshop: [eiseres] hoeft geen schadevergoeding te betalen
5.18.
Italindo wil naast terugbetaling van de facturen ook een schadevergoeding. Italindo heeft door de gebrekkige webshop volgens haar in totaal € 25.984,10 minder winst gemaakt. Dat bedrag is bepaald door de boekhouder van Italindo die de omzet van 1 januari 2025 tot en met 1 juni 2025 heeft vergeleken met de vier jaar dat Italindo werkte met de webshop van [eiseres] , aldus Italindo.
5.19.
[eiseres] vindt dat zij geen schadevergoeding verschuldigd is. De webshop is steeds online en beschikbaar geweest. Dat de webshop niet tot de gewenste omzet heeft geleid kan [eiseres] niet worden verweten. [eiseres] was niet verantwoordelijk voor de marketingactiviteiten van Italindo. Bovendien rustte op [eiseres] slechts een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Tot slot vindt [eiseres] dat Italindo haar omzetschade onvoldoende heeft onderbouwd met stukken.
5.20.
De kantonrechter stelt voorop dat als een partij de gemaakte afspraken niet goed nakomt zij de schade moet vergoeden die de ander daardoor lijdt. [6] Daarvoor moet de partij die zich hierop beroept, in dit geval Italindo, onderbouwen dat die schade is geleden, dat die schade is veroorzaakt door de tekortkoming van de ander en hoe hoog die schade is. De kantonrechter oordeelt dat Italindo dit niet voldoende heeft gedaan.
5.21.
De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming op het punt van bevestiging en factuur. Een eventuele schadevergoeding kan dus alleen zien op schade die door díe tekortkoming is geleden. De berekening van Italindo geeft daarvoor geen aanknopingspunten. Dat het volledige verschil aan omzet tussen het afgelopen half jaar en de vier jaar daaraan voorafgaand hiervan de schade is, is niet aannemelijk. [eiseres] heeft er terecht op gewezen dat [eiseres] geen marketingwerkzaamheden voor Italindo heeft verricht en Italindo daar inmiddels wel op heeft ingezet. Daarnaast is ook de berekening van de gemiste winst onvoldoende onderbouwd, gezien de betwisting door [eiseres] . De gevorderde schadevergoeding wordt dus afgewezen.
Onderhoud en Hosting: Italindo moet facturen betalen
5.22.
[eiseres] wil naast de facturen voor de bouw van de webshop ook betaling van de facturen die zien op ‘onderhoud en hosting’. Op de zitting heeft [eiseres] toegelicht dat de facturen gebaseerd zijn op mondelinge afspraken met [vertegenwoordigers] .
5.23.
Italindo heeft op de zitting erkend dat in haar opdracht kosten zijn gemaakt voor een plug-in. Verder zegt zij niet op de hoogte te zijn van mondelinge afspraken over onderhoud en hosting van de webshop. De hosting van de webshop is volgens haar bij een andere partij ondergebracht.
5.24.
De kantonrechter gaat daar niet in mee. [eiseres] heeft toegelicht dat alleen de domeinnaam bij een andere partij is ondergebracht, maar [eiseres] de hosting van de webshop zou blijven doen en dat ook heeft gedaan. Daar heeft Italindo onvoldoende tegen ingebracht. Uit het dossier blijkt dat Italindo in 2021 heeft gevraagd welke werkzaamheden onder ‘onderhoud en hosting’ vielen en in 2023 heeft geklaagd over de hoogte van de facturen. Dat Italindo heeft geprotesteerd tegen het door [eiseres] uitvoeren van de onderhoud en hosting blijkt niet. Ook niet dat zij eerder dan in 2023 heeft geprotesteerd tegen de hoogte van de factuur of de gefactureerde werkzaamheden. Ook in 2021 en in 2022 ontving zij facturen voor onderhoud en hosting, waarop een post hosting staat en een post supporturen. De kantonrechter oordeelt op grond van het voorgaande dat [eiseres] voldoende heeft onderbouwd dat naast de offerte mondeling is afgesproken dat [eiseres] tegen betaling van € 1.500 onderhoud en hosting van de webshop zou leveren, waaronder 6 supporturen per jaar. Dat [eiseres] intern supporturen voor de webshop heeft geschreven op de hostingafspraken met Italindo, maakt dan niet uit: kennelijk is afgesproken dat die 6 supporturen per jaar standaard worden afgenomen. Dat [eiseres] meer in rekening heeft gebracht dan is afgesproken, blijkt niet uit het dossier. Ook de andere facturen van onderhoud en hosting heeft Italindo onvoldoende gemotiveerd weersproken. Dit betekent dat Italindo de openstaande facturen van totaal € 6.878,85 aan [eiseres] moet betalen. Daarover moet zij de wettelijke handelsrente betalen, zoals [eiseres] heeft gevorderd.
Italindo moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
5.25.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 718,94 is conform genoemde regelgeving en wordt toegewezen.
Proceskosten
De vordering van [eiseres] (conventie)
5.26.
Italindo is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiseres] betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × tarief € 339,00)
- nakosten
135,00
Totaal
1.478,35
De tegenvordering van Italindo (reconventie)
5.27.
Italindo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiseres] betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
543,00
(2 punten × factor 0,5 × tarief € 543,00)
Totaal
543,00

6.De beslissing

De kantonrechter
De vordering van [eiseres]
6.1.
veroordeelt Italindo om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 6.878,85, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over
vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen, telkens tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Italindo om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 718,94 aan buitengerechtelijke incassokosten
6.3.
veroordeelt Italindo in de proceskosten van [eiseres] van € 1.478,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Italindo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
De tegenvordering van Italindo
6.6.
wijst de vorderingen van Italindo af,
6.7.
veroordeelt Italindo in de proceskosten van [eiseres] van € 543,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Italindo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.G.H. Tonnaer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Artikel 93 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2.Artikel 97 lid 1 Rv Pro.
3.Artikelen 6:265 en 6:267 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
4.Artikel 6:83 sub c BW Pro.
5.Artikelen 6:271 en 6:272 BW.
6.Artikel 6:74 BW Pro.