ECLI:NL:RBAMS:2026:1357

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
11438404 \ CV EXPL 24-15538
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:82 BWArt. 6:96 lid 1 BWArt. 6:96 lid 2 onder a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding wegens onvoldoende herstel na renovatiewerkzaamheden boven appartement

Eisers zijn eigenaren van een appartement onder appartementen die door gedaagde werden gerenoveerd. Tijdens de werkzaamheden ontstonden scheuren en vochtschade in het appartement van eisers. Gedaagde had toegezegd alle schade te herstellen, maar heeft dit onvoldoende gedaan.

Eisers vorderden vergoeding van herstelkosten en eigen uren besteed aan herstel. De rechtbank oordeelde dat gedaagde aansprakelijk is omdat zij de schade niet volledig heeft hersteld, ondanks meerdere toezeggingen en gelegenheid tot herstel. De schadevergoeding wordt toegekend voor de herstelkosten die nog gemaakt moeten worden, inclusief verfkosten en vervanging van een rookmelder.

De vergoeding voor eigen uren wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf het moment van verzuim en buitengerechtelijke incassokosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €4.014,78 schadevergoeding, incassokosten en wettelijke rente wegens onvoldoende herstel van schade na renovatie.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11438404 \ CV EXPL 24-15538
Vonnis van 9 januari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
beiden wonende in [woonplaats] ,
eisers,
hierna te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] en samen (in enkelvoud) [eiser] ,
gemachtigde: mr. B.E.J. Loeffen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De zaak en de beslissing van de kantonrechter in het kort

1.1.
[gedaagde] heeft renovatiewerkzaamheden laten uitvoeren boven het appartement van [eiser] wil schadevergoeding van [gedaagde] voor onder meer de scheuren en de vochtschade die ontstaan zouden zijn door deze werkzaamheden. [gedaagde] vindt dat zij geen schadevergoeding hoeft te betalen, omdat de scheuren naar tevredenheid zijn hersteld en zij niet verantwoordelijk is voor de vochtschade. Voor zover [gedaagde] wel een schadevergoeding moet betalen, is het bedrag dat [eiser] eist te hoog.
1.2.
De kantonrechter beslist dat [gedaagde] de schade van [eiser] moet vergoeden. Partijen hebben namelijk afgesproken dat [gedaagde] de schade zou herstellen maar [gedaagde] heeft dit onvoldoende gedaan, terwijl zij daartoe wel de gelegenheid heeft gehad. [gedaagde] moet betalen voor de herstelkosten die [eiser] nog moet maken, maar niet voor de eigen uren die [eiser] aan het herstel heeft besteed.

2.De procedure

2.1.
In het dossier zitten:
- de dagvaarding van 27 november 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 27 februari 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte eiswijziging van [eiser] , met producties,
- het tijdens de mondelinge behandeling van 24 oktober 2025 overhandigde stuk van [gedaagde] ,
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 24 oktober 2025.

3.De achtergrond van de zaak

3.1.
[eiser 1] en [eiser 2] zijn eigenaren van een appartement op de 2e etage van een pand in [woonplaats] (hierna: het appartement).
3.2.
[gedaagde] is een bedrijf dat zich bezighoudt met handel in woningen en projectontwikkeling. [bestuurder gedaagde] enig bestuurder en aandeelhouder van [gedaagde] (hierna: [bestuurder gedaagde] ).
3.3.
Eind 2021 heeft [gedaagde] twee appartementen gekocht op de 3e en 4e etage, boven het appartement van [eiser] Vanaf april 2022 heeft [gedaagde] de appartementen laten renoveren door [aannemer] . De bedoeling was om de twee appartementen te splitsen in vier appartementen en vervolgens te verkopen.
3.4.
Tijdens de werkzaamheden is er regelmatig contact geweest tussen [eiser] en [gedaagde] , onder meer over de voortgang van het werk en de schade die was ontstaan in het appartement van [eiser] Het contact ging voornamelijk via WhatsApp en e-mail tussen enerzijds [eiser 2] en anderzijds [bestuurder gedaagde] en zijn zoon [naam] .
3.5.
Uiteindelijk zijn de appartementen van [gedaagde] gesplitst en verkocht aan derden.

4.Standpunten van partijen

4.1.
[eiser] vordert na eiswijziging – samengevat – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:
primair
€ 5.719,78,
subsidiair:
€ 4.014,78,
in alle gevallen:
  • de wettelijke rente over voorgaande bedragen vanaf 1 september 2023, althans de datum van de dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening;
  • € 841,68 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2023, dan wel de dag van de dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening,
  • de proceskosten.
[eiser] verzoekt de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.2.
Volgens [eiser] heeft [gedaagde] tijdens de renovatiewerkzaamheden schade veroorzaakt aan het appartement. Tijdens de (sloop)werkzaamheden zijn onder meer lekkages en scheuren in de muren en het plafond ontstaan. Hoewel [gedaagde] heeft toegezegd de schade te zullen herstellen, heeft zij dat niet volledig en niet naar tevredenheid van [eiser] gedaan. Daarom wil [eiser] schadevergoeding voor de herstelwerkzaamheden die hij zelf heeft uitgevoerd en voor de herstelkosten die hij nog moet maken.
4.3.
[gedaagde] is het daar niet mee eens. In algemene zin stelt zij dat voor zover [eiser] schade heeft geleden, hij zich moet wenden tot de aannemer en niet tot [gedaagde] . Daarnaast heeft [gedaagde] de lekkages niet veroorzaakt. Dat het dak lekt is een verantwoordelijkheid van de VvE en daarom moeten de gevolgen daarvan voor rekening komen van de VvE. Ook zijn de herstelwerkzaamheden naar tevredenheid uitgevoerd en zijn de herstelkosten die [eiser] vordert te hoog. Daarom verzoekt [gedaagde] de kantonrechter om de vorderingen van [eiser] af te wijzen en hem te veroordelen in de proceskosten.

5.Het oordeel van de kantonrechter

5.1.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] met [eiser] heeft afgesproken dat zij het appartement zou terugbrengen in de staat zoals het was vóór de renovatiewerkzaamheden. Daarbij heeft [gedaagde] geen voorbehouden gemaakt of betwist verantwoordelijk te zijn voor de schade. Daaruit volgt dat [gedaagde] de scheuren en vochtschade in het appartement van [eiser] moet herstellen en kan de vraag wie die schade heeft veroorzaakt buiten beschouwing blijven. [eiser] heeft voldoende aangetoond dat [gedaagde] die afspraak niet (voldoende) is nagekomen. Daarom moet zij een deel van de schade vergoeden die [eiser] heeft geleden. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
Juridisch kader
5.2.
Partijen zijn het er over eens dat [gedaagde] heeft afgesproken om schade te herstellen in het appartement van [eiser] Om te beoordelen of [gedaagde] haar afspraken is nagekomen, moet de kantonrechter eerst vaststellen wát partijen precies over het herstelwerk hebben afgesproken. De kantonrechter beoordeelt de afspraken tussen partijen aan de hand van wat partijen daarover hebben opgeschreven, hoe zij zich over en weer naar elkaar gedragen hebben en wat zij daaruit mochten opmaken. Ook hoe partijen zich na het maken van de afspraken hebben gedragen speelt daarbij een rol.
5.3.
Als een partij de gemaakte afspraken niet goed nakomt, kan zij aansprakelijk zijn voor schade die de ander daardoor lijdt. Daarvoor moet zij wel eerst de gelegenheid krijgen om alsnog goed na te komen. Doet zij dat vervolgens niet, dan is zij ‘in verzuim’ en vanaf dat moment aansprakelijk. [1]
5.4.
Hierna gaat de kantonrechter in op de vragen (i) wat partijen hebben afgesproken over het herstel van de schade in het appartement (ii) of [gedaagde] die afspraken is nagekomen (iii) of [gedaagde] in verzuim is (iv) hoe hoog de schade van [eiser] is en (v) of [eiser] recht heeft op wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
(i) [gedaagde] heeft afgesproken alle schade te herstellen in het appartement van [eiser]
5.5.
Uit de berichten die [eiser 2] tijdens de renovatie met [naam] heeft uitgewisseld blijkt dat zij [gedaagde] op meerdere momenten op de hoogte heeft gesteld van scheuren en vochtschade in het appartement. Zo heeft [eiser 2] op 19 januari 2022 via WhatsApp aan [naam] gemeld dat er een lekkage is geweest in de woonkamer en dat er water door het lichtpunt in het plafond is gekomen. Daarop heeft [naam] op 1 februari 2022 via Whatsapp het volgende bericht gestuurd aan [eiser 2] :
“But I want to make sure that you don’t have to worry. I’ll promise you that everything will be restored as it was!
In your apartment.”
5.6.
[naam] is een dag na bovenstaand bericht langs geweest bij [eiser] Weer een dag later, op 3 februari 2022, heeft [naam] via WhatsApp het volgende bericht gestuurd aan [eiser 2] :
“Just a formal message about out meeting yesterday regarding the cracks in some parts of the ceiling in your apartment.
Me, [naam] and the contractor will make sure that after the renovation and most of the noise, alle the cracks (pictures were taken on 2th of February) will be restored on the ceiling. Also if any other cracks in the meantime will appear.”
5.7.
Uit de bovenstaande twee berichten van [naam] blijkt dat [gedaagde] het appartement van [eiser] zou terugbrengen in de staat zoals het was vóór de renovatiewerkzaamheden. [gedaagde] is niet teruggekomen op deze afspraak en heeft verdere schademeldingen van [eiser] zonder protest ontvangen. Zo heeft [eiser 2] op 25 oktober 2022 per e-mail een update gegeven aan [bestuurder gedaagde] en [naam] over de scheuren in het appartement en daarbij foto’s gevoegd. Zij schrijft onder meer dat sinds de renovatie is hervat de scheuren die al aanwezig waren sinds het begin van de werkzaamheden zichtbaarder en dieper zijn geworden. Daarop heeft [naam] op 25 oktober 2022 geantwoord:
“We add your pictures to our documentation.”
5.8.
Ook in 2023 – toen [eiser] vochtvlekken en schade aan de Nest-rookmelder meldde – heeft [gedaagde] daartegen niet geprotesteerd en juist toegezegd dat het in orde gemaakt zou worden. Zo heeft [eiser 2] op 23 februari 2023 per WhatsApp het volgende aan [naam] geschreven:
“So a couple of days ago the brown water came down in the corridor through the nest system and theory the wall cracks but I was in contact with [aannemer] and they know about it. We’ll see if Nest is working once we mount it again (…)”
5.9.
Dezelfde dag heeft [naam] hierop geantwoord:
“[de aannemer] knows it everything will be fine and arranged”
5.10.
Op 3 april 2023 heeft [eiser 2] per e-mail aan [naam] gemeld dat de Nest-rookmelder kapot is gegaan en dat er gele vlekken op de muur zijn ontstaan door een lekkage:
“(…) Sharing the pictures of some new cracks we spotted (living room) and the updated state of old cracks (some have become more evident and deeper). Just a reminder that the Nest (C02 detector) system in the corridor stopped working after a huge amount of yellow water came through it from the above apartment. The water also came through the cracks on the wall and there are yellow stains present on the wall. [aannemer] is aware of that and promised to come to check maybe a month or so but still haven’t done it.”
5.11.
Daarop heeft [naam] dezelfde dag als volgt gereageerd:
“(…) I have received your message and noted everything. We will make sure that every crack will be solved.”
5.12.
Uit het voorgaande blijkt dat [eiser] [gedaagde] op de hoogte heeft gesteld van de scheuren, vochtschade en de kapotte rookmelder. Uit de reacties van [naam] mocht [eiser] redelijkerwijs opmaken dat [gedaagde] al die schade zou herstellen. In haar bericht van 1 februari 2022 heeft [gedaagde] namelijk aan [eiser] toegezegd dat zij zijn appartement zou terugbrengen in de staat zoals het was voor de renovatiewerkzaamheden (‘everything will be restored as it was’, zie onder 5.5). Uit latere berichten blijkt niet dat [gedaagde] daarop is teruggekomen, in tegendeel: [gedaagde] is juist toezeggingen blijven doen. [gedaagde] voert nog aan dat zij alleen uit coulance zou hebben toegezegd de schade te herstellen. Zelfs als dat zo is, neemt dat niet weg dat zij zich aan haar afspraken moet houden.
5.13.
[gedaagde] voert aan dat de vochtplekken en de kapotte rookmelder niet veroorzaakt zijn door de werkzaamheden van [gedaagde] . Of dit zo is kan in het midden blijven, omdat zij en [eiser] nu eenmaal hebben afgesproken dat [gedaagde] de schade in het appartement zou herstellen, waaronder ook de vochtplekken en de kapotte Nest-rookmelder vallen. Daarbij heeft [gedaagde] geen voorbehoud gemaakt dat zij een en ander alleen zou herstellen als het door haar veroorzaakt zou zijn of in twijfel getrokken dat zij die schade veroorzaakt zou hebben.
(ii) [gedaagde] heeft de schade onvoldoende hersteld
5.14.
Uit wat hiervoor is besproken blijkt dat partijen afgesproken hebben dat [gedaagde] de schade aan het appartement van [eiser] zou herstellen. Onder die schade vallen in ieder geval de scheuren, vochtplekken en kapotte Nest-rookmelder. De volgende vraag is of [gedaagde] die afspraak tot herstel van de schade is nagekomen.
5.15.
Op 1 september 2023 heeft [eiser] via zijn gemachtigde een brief gestuurd aan [gedaagde] waarin hij haar dringend verzoekt de scheuren en vochtschade te herstellen. Vervolgens heeft [gedaagde] op 14 september 2023 een schilder herstelwerk laten uitvoeren aan het appartement van [eiser] Volgens [gedaagde] is het herstelwerk naar tevredenheid uitgevoerd. [eiser] meent dat [gedaagde] het toegezegde herstelwerk niet goed genoeg en niet volledig uitgevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] dat voldoende heeft onderbouwd en legt hierna uit waarom.
5.16.
In tegenstelling tot wat [gedaagde] aanvoert, is het herstelwerk niet naar tevredenheid van [eiser] uitgevoerd. Dat blijkt ten eerste uit het audiobericht dat [eiser 2] op 15 september 2023, een dag na de herstelwerkzaamheden, heeft gestuurd aan [naam] . In dit audiobericht zegt zij samengevat dat degene die langs is gekomen alleen de plekken heeft geschilderd waar de scheuren zijn gestukt [de kantonrechter begrijpt: geplamuurd]. Daardoor zijn er vlekken op het plafond, boven de TV en in de slaapkamer ontstaan. Ook geeft zij in het audiobericht aan dat de Nest-rookmelder niet meer werkt. [gedaagde] voert aan dat [naam] het audiobericht niet heeft kunnen openen, maar dat vindt de kantonrechter niet aannemelijk. Uit de WhatsAppgesprekken blijkt namelijk dat [naam] op het audiobericht reageerde met “I will call you asap.”
5.17.
Dat de schade niet voldoende hersteld is blijkt ten tweede uit de foto’s die [eiser] heeft overgelegd van na het herstel door [gedaagde] . Op de zitting heeft [eiser] deze foto’s ook digitaal laten zien aan de kantonrechter en aan [gedaagde] . Op de foto’s zijn vlekken en kleurverschil in het schilderwerk te zien op een muur en het plafond. Dat vormt een onderbouwing van de stelling van [eiser] dat de hele muur en het hele plafond overgeschilderd hadden moeten worden, in plaats van alleen de plek van de scheuren.
5.18.
Tot slot heeft [eiser] ook aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] heeft nagelaten de schade in alle kamers van het appartement volledig te herstellen. Dat blijkt uit een e-mail van 16 oktober 2023 van [eiser] aan [gedaagde] , waarin staat dat de schilder heeft nagelaten alle kamers in het huis volledig te herstellen. Dit standpunt vindt ook steun in de foto’s van niet herstelde schade die [eiser] heeft overgelegd. Op die foto’s zijn onder meer scheuren tussen de muur en het plafond te zien. Dat is verder ook niet betwist door [gedaagde] .
5.19.
Het bovenstaande leidt tot de tussenconclusie dat [gedaagde] het appartement niet goed en niet volledig heeft hersteld, en haar afspraak dus niet is nagekomen.
(iii) [gedaagde] is in verzuim geraakt op 30 oktober 2023
5.20.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] in verzuim is geraakt op 30 oktober 2023. Op 16 oktober 2023 heeft [eiser] [gedaagde] namelijk nog een laatste mogelijkheid gegeven om vóór 30 oktober 2023 over te gaan tot volledig herstel van de schade en vergoeding van de rookmelder, maar dit heeft [gedaagde] nagelaten.
(iv) De schade van [eiser] die [gedaagde] moet vergoeden is € 4.014,78
5.21.
Nu vaststaat dat [gedaagde] de schade van [eiser] moet vergoeden, komt de kantonrechter toe aan de beoordeling van de hoogte van die schade. [eiser] moet onderbouwen dat hij schade heeft geleden, dat die schade is veroorzaakt door de tekortkoming van [gedaagde] en hoe hoog die schade is.
5.22.
[eiser] onderbouwt de hoogte van de primair gevorderde schadevergoeding van € 5.718,78. met de volgende vier posten:
  • € 1.704 aan zelf uitgevoerd verfwerk;
  • € 151,78 aan daarvoor gebruikte verf;
  • € 3.751 voor het herstelwerk dat nog gedaan moet worden;
  • € 112 voor een nieuwe Nest-rookmelder.
5.23.
In de subsidiair gevorderde schadevergoeding van € 4.014,78 ontbreekt de vergoeding voor zelf uitgevoerd verfwerk.
5.24.
Hierna beoordeelt de kantonrechter per post of deze voor vergoeding in aanmerking komt.
Zelf uitgevoerd verfwerk
5.25.
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen vergoeding voor de tijd die zij hebben besteed aan het verven van hun appartement om de schade te herstellen. In dat verband voeren zij aan dat zij beiden drie dagen van gemiddeld acht uur per dag hebben besteed aan verfwerk en dat zij voor hun werk gemiddeld een uurtarief van € 35,50 hanteren. Dat komt neer op 48 x € 35,50 = € 1.704. Daartegenover voert [gedaagde] aan dat [eiser] geen eigen uren in rekening kan brengen, omdat de onderbouwing van de daadwerkelijke schade en kosten ontbreekt en zij niet hebben aangetoond dat de werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
5.26.
De kantonrechter stelt voorop dat in sommige gevallen tijdsbesteding door zelf uitgevoerde herstelwerkzaamheden voor vergoeding in aanmerking kan komen. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als iemand door het uitvoeren van die werkzaamheden inkomsten is misgelopen (artikel 6:96 lid 1 BW Pro) of als er redelijke kosten gemaakt zijn om schade te beperken (artikel 6:96 lid 2 onder Pro a BW). Voor beide gevallen geldt dat aan de bestede tijd een concrete, op geld waardeerbare vermogenswaarde gekoppeld moet worden.
5.27.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser] – gezien de betwisting van [gedaagde] – onvoldoende heeft onderbouwd dat hij door het zelf uitvoeren van het verfwerk schade heeft geleden. Zo hebben [eiser 1] en [eiser 2] niet onderbouwd dat zij het schilderwerk hebben uitgevoerd in de tijd die zij anders hadden kunnen werken, of dat zij daarvoor bijvoorbeeld vakantiedagen hebben opgenomen. Een enkele verwijzing naar het uurtarief dat zij gemiddeld voor hun werk hanteren is daarnaast onvoldoende, aangezien dat niet verder onderbouwd is met bijvoorbeeld facturen of loonstroken. Bij deze stand van zaken komt de door [eiser] gestelde schadepost niet voor vergoeding in aanmerking en wordt het primaire gevorderde bedrag afgewezen.
Nog uit te voeren verf- en herstelwerk
5.28.
Het nog uit te voeren herstelwerk onderbouwt [eiser] onder meer met een offerte van Paint Wave van € 6.300. Nadat [eiser] het hiervoor genoemde verfwerk had uitgevoerd, heeft hij een nieuwe offerte van Paint Waive overgelegd van € 3.751. [gedaagde] voert aan dat de offertes veel te hoog zijn en dat [eiser] voor die prijs zijn hele appartement kan laten schilderen.
5.29.
[eiser] heeft voldoende duidelijk gemaakt dat in meerdere kamers in het appartement vlekken en scheuren zijn ontstaan op muren en het plafond. Ook heeft [eiser] voldoende onderbouwd dat om deze schade goed te herstellen grote gedeeltes van het appartement overgeschilderd moeten worden om nieuwe vlekken en kleurverschillen te voorkomen. [gedaagde] voert nog aan dat Paint Wave in de nieuwe offerte een hogere prijs per vierkante meter rekent dan in de eerste offerte, maar heeft niet toegelicht welke gevolgen dit voor de gevorderde schade zou moeten hebben en waarom. Die constatering op zichzelf is onvoldoende om de offerte in twijfel te trekken, omdat [gedaagde] terecht heeft aangevoerd dat een hogere prijs per vierkante meter het gevolg kan zijn van inflatie of vaste kosten die ongeacht het aantal vierkante meters gemaakt moeten worden. De kantonrechter begroot de schade die [eiser] heeft geleden door het niet herstellen door [eiser] op de kosten die zij voor het herstel daarvan moet maken. Of die kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, doet daarbij niet terzake. De schade is door [eiser] al geleden op het moment dat [gedaagde] haar herstelverplichting niet nakwam. Het gevorderde bedrag van € 3.751 wordt daarom toegewezen.
Nest-rookmelder en verfkosten
5.30.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de door [eiser] gestelde schadeposten van € 151,78 aan verfkosten en € 112,00 voor een vervangende Nest-rookmelder. Deze bedragen worden dan ook toegewezen.
Slotsom schade
5.31.
Uit het voorgaande blijkt dat [eiser] zijn subsidiair gevorderde schadevergoeding van € 4.014,78 voldoende heeft onderbouwd. De schade is bovendien het gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] : als [gedaagde] haar afspraken was nagekomen en het appartement voldoende hersteld had, had [eiser] deze schade niet gehad. Daarom wordt een bedrag van in totaal € 4.014,78 aan schadevergoeding toegewezen.
(v) [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen en buitengerechtelijke incassokosten vergoeden
5.32.
[eiser] vordert de wettelijke rente primair vanaf 1 september 2023 en subsidiair vanaf de datum van de dagvaarding. Zoals hiervoor in 5.20 is geoordeeld, was [gedaagde] in verzuim met haar herstelverplichting vanaf 30 oktober 2023. Daarom wordt de wettelijke rente vanaf deze datum toegewezen.
5.33.
[eiser] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Omdat een lagere hoofdsom wordt toegewezen dan gevorderd, wordt ook een lager bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen; conform de staffel in het Besluit wordt € 526,48 toegewezen. De wettelijke rente over deze kosten worden vanaf datum dagvaarding toegewezen, omdat op 1 september 2023 (de ingangsdatum die [eiser] heeft gevorderd) [gedaagde] met het betalen ervan nog niet in verzuim was.
Proceskosten
5.34.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiser] betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding: € 140,92
- griffierecht: € 248,00
- salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten x tarief € 339,00)
- nakosten € 135,00
- totaal: € 1.201,92
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.35.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat het vonnis ook moet worden uitgevoerd als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld en zolang daarop niet anders is beslist.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van € 4.014,78, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 30 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 526,48 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 27 november 2024 tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.201,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.G.H. Tonnaer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Artikel 6:74 lid 2 BW Pro in samenhang met artikel 6:82 lid 1 BW Pro.