ECLI:NL:RBAMS:2026:1358

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
C/13/770232 / HA ZA 25-1113
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:119 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aansprakelijkheid gemeente en groenbedrijf voor schade sloep door omgevallen boom na storm

Op 5 juli 2023 veroorzaakte de zomerstorm Poly dat een grote boom omviel op een sloep van eiser, die daardoor schade opliep en uiteindelijk zonk. Eiser stelde de gemeente Amsterdam, eigenaar van de boom, en Donker Groen, het bedrijf dat de boom verwijderde, aansprakelijk voor de schade.

De rechtbank onderzocht of de gemeente en Donker Groen onrechtmatig hadden gehandeld op grond van artikel 6:162 BW Pro. De gemeente had de boom jaarlijks geïnspecteerd en onderhouden volgens een onderhoudsplan en kon het omwaaien door de uitzonderlijke storm niet voorkomen. Ook had zij Donker Groen ingeschakeld vanwege de omvang van de opruimwerkzaamheden, waarbij toezicht op de werkzaamheden niet van haar kon worden verwacht.

Donker Groen handelde volgens de rechtbank niet onzorgvuldig. De boom werd in stukken gezaagd om snel te kunnen handelen, en het bedrijf kon het zinken van de sloep niet voorzien. Het inzetten van een kraan was ter plaatse niet mogelijk. De rechtbank concludeerde dat er sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en dat de vorderingen van eiser daarom integraal werden afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en oordeelt dat de gemeente en Donker Groen niet onrechtmatig hebben gehandeld.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/770232 / HA ZA 25-1113
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in [plaats] ,
eiser,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.J.W. Raas,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
1.
GEMEENTE AMSTERDAM,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
2.
DONKER GROEP B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: Donker Groen,
advocaat: mr. C.A. Nagel.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 mei 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord van Donker Groen, met een productie,
- het tussenvonnis van 13 augustus 2025, waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord van de gemeente, met producties,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 24 oktober 2025, die zich in het dossier bevinden.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is samen met [naam] eigenaar van de sloep ‘ [naam sloep] ’. De sloep heeft een ligplaats aan [adres] in [plaats] .
2.2.
Op 5 juli 2023 werd Nederland getroffen door de zomerstorm ‘Poly’. Tijdens deze storm is in de ochtend op [adres] een grote boom omgewaaid ter hoogte van de ligplaats van de sloep. De sloep lag met de linkerkant (bakboord) aan de kade. De boom lag daarna met de kruin in [adres] en met het wortelstelsel nog op de kade. De stam van de boom leunde op de stalen reling langs de kade en op de voorkant van de sloep. Daarbij rustte ook een zijtak van de boom op de rechterzijde van de sloep.
2.3.
[eiser] en [naam] kregen dezelfde ochtend bericht over de omgewaaide boom op hun sloep, waarna [eiser] contact heeft gezocht met de gemeente. Daarop heeft de gemeente, eigenaar en beheerder van de boom, aan Donker Groen opdracht gegeven om de boom te verwijderen.
2.4.
Rond één uur ’s middags is Donker Groen begonnen met het verwijderen van de boom. De sloep dreef op dat moment nog in het water. Medewerkers van Donker Groen hebben eerst vanaf een andere boot enkele takken van de boom afgezaagd en die met een touw naar de overkant van de gracht gesleept. Daar stond een mobiele kraan om de takken uit het water te tillen.
2.5.
Daarna werd vanuit de sloep zelf een derde tak afgezaagd, de tak die rustte op de rechtervoorkant van de sloep. Nadat deze tak was afgezaagd kwam de sloep snel omhoog. Daarop heeft [naam] de medewerkers van Donker Groen verzocht om te stoppen met hun werkzaamheden. Ongeveer een kwartier nadat de derde tak werd afgezaagd, is de sloep gezonken.
2.6.
Vijf dagen later is de boom alsnog verwijderd door een eigen bomenploeg van de gemeente en heeft [eiser] de gezonken sloep laten bergen en afvoeren.
2.7.
[eiser] had een verzekering voor de sloep afgesloten, maar de schade aan de sloep werd niet door zijn polis gedekt.
2.8.
Op 23 juli 2023 heeft Vijzelaar Expertise B.V. (hierna: Vijzelaar) in opdracht van de rechtsbijstandsverzekeraar van [eiser] de schade aan de sloep geïnspecteerd en op 9 augustus 2023 een rapport uitgebracht. In het rapport staat:
“Schadeoorzaak
Er is schade ontstaan als gevolg van het op het vaartuig vallen van de boom. Na het incident bleef het vaartuig echter wel drijven. Er zat naar verklaring van verzekerde een scheur in de romp (stuurboord voorzijde). Deze scheur liep echter niet door tot de (verhoogde waterlijn).
De firma Donkergroen heeft een tak uit de kruin van de boom gezaagd terwijl de stam nog op het vaartuig lag. Door het wegvallen van het drijvende vermogen van deze tak is meer gewicht van de boomstam met de overgebleven takken op de stuurboord voorzijde van het vaartuig gekomen. Hiernaast is het overgebleven deel van de afgezaagde tak op de boomstam tegen de romp aan geduwd. Hierdoor zijn verdere scheuren ontstaan in de romp tot onder de verhoogde waterlijn, waardoor oppervlaktewater naar binnen is gestroomd. Het vaartuig is kort hierna gezonken.
Conclusie
Indien de firma Donkergroen een (mobiele) kraan had laten komen, had het gewicht van de boom(stam) van het vaartuig worden gehaald voordat men begon met zagen. Hierdoor had het zinken van het vaartuig hoogstwaarschijnlijk kunnen worden voorkomen. Of deze kraan ook daadwerkelijk op de kade van [adres] geplaats kon worden en of deze op tijd ter plaatse geweest zou zijn, is voor ons niet met zekerheid te bepalen.”
2.9.
Tussen juli 2023 en september 2024 heeft [eiser] zowel de gemeente als Donker Groen aansprakelijk gesteld en is er contact geweest tussen (de verzekeraars van) partijen. VGA Verzekeringen (hierna: VGA), de CAR-verzekeraar van de gemeente, heeft expertisebureau McLarens B.V. (hierna: McLarens) opdracht gegeven om nader onderzoek te doen naar de schade en de oorzaak daarvan. McLarens heeft van dat onderzoek op 17 december 2024 een rapport opgemaakt.
2.10.
Naar aanleiding van het onderzoek van McLarens heeft VGA op 4 februari 2025 de aansprakelijkheid van de gemeente en Donker Groen afgewezen.

3.De vordering van [eiser]

3.1.
vordert samengevat dat de rechtbank:
voor recht verklaart dat de gemeente aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade aan de sloep als gevolg van het vallen van de boom tijdens de storm Poly op 5 juli 2023,
voor recht verklaart dat Donker Groen aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade aan de sloep als gevolg van het vallen van de boom tijdens de storm Poly op 5 juli 2023,
de gemeente en Donker Groen hoofdelijk [1] veroordeelt tot betaling van € 46.134,- aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente,
4. de gemeente en Donker Groen hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 1.236,34 aan buitengerechtelijke incassokosten,
5. de gemeente en Donker Groen hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[eiser] vordert dat de rechtbank het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart. [2]

4.De beoordeling

4.1.
[eiser] stelt dat zowel de gemeente als Donker Groen aansprakelijk is voor de schade aan de sloep. De rechtbank zet eerst het juridisch kader uiteen en beoordeelt daarna de aansprakelijkheid van de gemeente en de aansprakelijkheid van Donker Groen. De rechtbank komt tot de slotsom dat de gemeente en Donker Groen niet onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser] .
Juridisch kader onrechtmatige daad
4.2.
[eiser] stelt dat de gemeente en Donker Groen onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld en op grond van artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) aansprakelijk zijn voor de door hem geleden en nog te lijden schade. Uit artikel 6:162 BW Pro volgt dat degene die toerekenbaar onrechtmatig jegens een ander handelt, de schade moet vergoeden die de ander daardoor lijdt. Een handeling kan onrechtmatig zijn als die in strijd is met de wet, inbreuk maakt op iemands rechten of in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Naast (i) onrechtmatig handelen door de gemeente/Donker Groen gelden voor aansprakelijkheid ook de volgende vereisten: (ii) het onrechtmatig handelen moet toe te rekenen zijn aan de gemeente/Donker Groen, (iii) [eiser] moet aannemelijk maken dat hij schade heeft geleden en (iv) die schade moet het gevolg zijn van het onrechtmatig handelen van de gemeente/Donker Groen. Omdat [eiser] zich op de aansprakelijkheid van de gemeente en Donker Groen beroept, moet hij feiten en omstandigheden naar voren brengen waaruit blijkt dat aan deze vereisten is voldaan, zowel ten opzichte van de gemeente als ten opzichte van Donker Groen.
De gemeente heeft niet onrechtmatig gehandeld
4.3.
[eiser] stelt dat de gemeente niet heeft voldaan aan haar (verhoogde) zorgplicht voor de omgevallen boom. Zij had meer maatregelen moeten nemen wat betreft de inspectie en het onderhoud van de boom. Daarnaast kan de gemeente worden verweten dat zij Donker Groen heeft ingeschakeld als bergingsbedrijf, omdat de medewerkers onvoldoende oog hebben gehad voor het voorkomen van schade aan de boot. De gemeente heeft tot slot onvoldoende regie, controle en toezicht gehouden op de werkzaamheden van Donker Groen.
4.4.
De gemeente voert aan dat zij wel aan haar zorgplicht heeft voldaan. De boom werd jaarlijks geïnspecteerd en er heeft voldoende snoeionderhoud plaatsgevonden. De boom vertoonde geen gebreken, waardoor de gemeente niet heeft kunnen voorzien dat de boom zou omwaaien en geen extra voorzorgsmaatregelen heeft hoeven nemen. Verder heeft Donker Groen ervaring en expertise met het verwijderen van omgevallen bomen en kan niet van de gemeente worden gevergd dat zij toezicht houdt op alle werkzaamheden die na een storm plaatsvinden.
4.5.
De rechtbank stelt voorop dat het een feit is dat bomen kunnen omwaaien bij (zeer) zware stormen. Op de gemeente rust als eigenaar en beheerder van de boom een zorgplicht om het risico op omwaaien te beperken. Die zorgplicht kan meebrengen dat de boom met regelmaat wordt geïnspecteerd en onderhouden. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat de gemeente niet aan haar zorgplicht heeft voldaan.
4.6.
De gemeente heeft toegelicht en onderbouwd dat het onderhoudsplan voor deze boom grotendeels is uitgevoerd. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd waarom de gemeente de boom vaker had moeten inspecteren of onderhouden. [eiser] heeft niet toegelicht waarom de omstandigheden dat het hier gaat om een iep van 103 jaar in het centrum van [plaats] hadden moeten leiden tot meer onderhoud en inspectie dan nu is verricht op basis van het onderhoudsplan. De gemeente heeft toegelicht dat bij de uitgevoerde inspecties van de boom geen gebreken zijn gevonden die aanleiding gaven voor extra inspecties. De stelling van [eiser] dat uit het feit dat de boom is omgewaaid blijkt dat de gemeente haar zorgplicht heeft geschonden, wordt niet gevolgd. De zorgplicht van de gemeente als eigenaar van de boom strekt niet zover dat het omwaaien van de boom in alle mogelijke situaties moet worden voorkomen. De gemeente heeft aangevoerd dat storm Poly behoorde tot een van de zwaarste zomerstormen in ruim vijftig jaar. [eiser] heeft dit niet tegengesproken. Het is dan ook aannemelijk dat de boom is omgevallen als gevolg van uitzonderlijke en zware weeromstandigheden.
4.7.
[eiser] heeft ook onvoldoende onderbouwd dat de gemeente toezicht had moeten houden op de werkzaamheden van Donker Groen of haar niet had moeten inschakelen. Op de zitting heeft de gemeente toegelicht dat zij eigen boomploegen in dienst heeft, maar dat na de storm extra aannemers – zoals Donker Groen – nodig waren om de honderden gevallen bomen op te ruimen. Van de gemeente kan, zeker onder die omstandigheden, niet verwacht worden dat zij actief toezicht houdt op professionele aannemers, ook niet als het om risicovolle werkzaamheden gaat. De gemeente heeft juist Donker Groen ingeschakeld zodat zij zelf de werkzaamheden niet uit hoefde te voeren. Voor de stelling dat de gemeente onzorgvuldig is geweest door Donker Groen in te schakelen die volgens [eiser] niet terzake kundig was, heeft [eiser] alleen aangevoerd dat van die onkundigheid tijdens dit voorval is gebleken. Als Donker Groen in deze specifieke situatie al ondeskundig zou hebben gehandeld – de rechtbank is daarvan niet gebleken zie ook verderop – zegt dat op zichzelf niets over of de gemeente bij het inschakelen van Donker Groen onzorgvuldig heeft gehandeld. [eiser] heeft geen redenen gegeven waarom de gemeente Donker Groen niet had moeten inschakelen. De gemeente heeft bovendien toegelicht dat Donker Groen expertise en ervaring heeft met het verwijderen van bomen, ook als die op boten liggen.
4.8.
Uit het voorgaande volgt dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat de gemeente een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden en daarmee ook onvoldoende heeft onderbouwd dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van [eiser] . Daarmee is niet voldaan aan de vereisten zoals hiervoor onder 4.2 opgenomen.
Donker Groen heeft ook niet onrechtmatig gehandeld
4.9.
[eiser] stelt dat Donker Groen onzorgvuldig heeft gehandeld. Ten eerste had Donker Groen de boom niet zelf moeten verwijderen met het beschikbare materieel, omdat
de sloep alleen veilig kon worden gesteld door de boom met een (grote) kraan te verwijderen. Ten tweede heeft Donker Groen bij het afzagen van de takken onvoldoende rekening gehouden met het gewicht van de boom en de kwetsbaarheid van de sloep. Zij had voorzorgsmaatregelen moeten nemen om verdere beschadiging en het zinken van de sloep te voorkomen. Voor zover de rechtbank oordeelt dat Donker Groen zorgvuldig heeft gehandeld, stelt [eiser] dat Donker Groen alsnog aansprakelijk is voor de schade aan de sloep, onder verwijzing naar het Afzinkkelder-arrest.
4.10.
Volgens Donker Groen is van onzorgvuldig handelen geen sprake. Zij heeft er terecht voor gekozen om de boom zelf te verwijderen met de beschikbare mankracht en het beschikbare materieel. Er was sprake van een urgente situatie en alleen door snel te handelen was het geheel zinken van de sloep mogelijk te voorkomen. Er is besloten om de boom in stukken te zagen, in de hoop dat het gewicht op de voorkant van de sloep zou afnemen zodat de sloep weer horizontaal zou komen te liggen. Donker Groen kon de gewichtsverdeling van de boom niet beoordelen en kon niet voorzien dat de kruin van de derde tak voor zoveel drijfvermogen zorgde dat bij het afzagen ervan meer gewicht van de boom op de sloep zou komen te rusten. Donker Groen heeft gedaan wat zij kon en weet – ook achteraf – niet wat zij anders had moeten en kunnen doen om het zinken van de sloep te voorkomen.
Juridisch kader schending zorgvuldigheidsnorm bij werkzaamheden
4.11.
Dat een gedraging (zoals hier de werkzaamheden) tot schade leidt, betekent nog niet dat die gedraging onzorgvuldig is. Soms is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. [3] De rechtbank moet in dit kader beoordelen of Donker Groen minder zorgvuldig is geweest dan op het moment van de werkzaamheden van haar kon worden verlangd. Als achteraf blijkt dat een en ander had kunnen worden voorkomen, is dat dus niet voldoende. Bij de beoordeling of Donker Groen onvoldoende zorgvuldig is geweest, kunnen alle feiten en omstandigheden van het geval van belang zijn. Meer in het bijzonder kan meespelen (i) hoe waarschijnlijk het is dat de zaak van een ander wordt beschadigd, (ii) hoe bezwaarlijk het is om voorzorgsmaatregelen te nemen en (iii) de te verwachten ernst van (de gevolgen van) de beschadiging. [4] Omdat [eiser] zich hierop beroept, moet hij onderbouwen dat Donker Groen niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van haar kon worden verlangd. [5] Van een bevrijdend verweer van Donker Groen is, anders dan [eiser] heeft aangevoerd, geen sprake. De rechtbank oordeelt dat [eiser] zijn stellingen op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd, gezien de betwisting van Donker Groen.
4.12.
Over de voorzienbaarheid van het zinken van de boot (i) tijdens het afzagen van de drijvende takken / kruin heeft Donker Groen gezegd dat zij niet heeft kunnen voorzien dat het afzagen van de derde tak een zodanig effect zou hebben op het drijfvermogen en de gewichtsverdeling van de boom, dat de sloep zou zinken. Het plan om gewicht van de boom af te halen verliep namelijk in eerste instantie zonder problemen en er waren geen indicaties dat iets niet goed ging. Er waren al twee grote takken probleemloos afgezaagd voordat – in lijn met het plan om het gewicht op de sloep te verlichten – de derde tak werd afgezaagd. Donker Groen kon de gewichtsverdeling van de boom moeilijk inschatten omdat zij geen zicht had onder water en kon niet zien of de wortels nog houvast boden. Zij kon daarom niet weten dat de derde tak voor zoveel drijfvermogen zorgde. [eiser] heeft onvoldoende tegen deze betwisting van Donker Groen ingebracht. Ook uit de expertiserapporten is niet af te leiden dat de ontstane situatie voorzienbaar was voor Donker Groen.
4.13.
Over het nemen van voorzorgsmaatregelen (ii) en de mogelijkheid van een minder risicovolle werkwijze heeft Donker Groen toegelicht waarom zij ter plaatse bepaalde keuzes heeft gemaakt en waarom zij die keuzes op dat moment ook heeft kunnen maken. Dat volgens de expert Vijzelaar de schade mogelijk voorkomen of beperkt had kunnen worden als het gewicht van de boom was opgevangen met een kraan of sjorbanden, in plaats van eerst de drijvende kruin af te zagen, en als de derde tak buiten de boot was afgezaagd of daarbij een kraanschip was gebruikt, zegt op zichzelf niets over of Donker Groen
destijdsonzorgvuldig is geweest door een andere handelswijze te kiezen.
4.14.
Donker Groen heeft gezegd dat er snel gehandeld moest worden, dat zij daarom zelf is gaan handelen op dat moment en dat als zij voor een calamiteitenaanpak had gekozen het dagen zou duren voordat de boom zou worden verwijderd. Bovendien kon de boom niet op dag van de storm door een kraan of een kraanschip uit het water worden gehaald. Donker Groen heeft aangevoerd dat er geen ruimte was voor de mobiele kraan die zich aan de overkant van de gracht bevond, en dat deze kraan te licht was om de boom in zijn geheel op te tillen. Verder heeft Donker Groen betwist dat het mogelijk is om een grotere ‘telekraan’ op [adres] te krijgen. De gemeente heeft die onmogelijkheid bevestigd, door aan te voeren dat deze kraan te groot, te zwaar en niet wendbaar genoeg is. Donker Groen heeft daarnaast onweersproken aangevoerd dat ook een grotere ‘bandenkraan’ de boom niet in zijn geheel uit het water had kunnen halen, zodat ook bij de inzet van die kraan de boom in stukken zou zijn gezaagd. Ook de inzet van een kraanschip was volgens Donker Groen niet mogelijk, omdat die nooit op de Amsterdamse gracht had kunnen komen. Donker Groen had dus niet de reële mogelijkheid om het gewicht van de boom op te vangen met een kraan. Dat de boom zes dagen later alsnog is weggehaald met een kraan, zoals [eiser] heeft aangevoerd, maakt dit niet anders. De gemeente heeft namelijk toegelicht dat de boom toen ook in stukken is gezaagd. [eiser] heeft daar niets tegen ingebracht.
4.15.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de werkzaamheden risicovol waren en de potentiële ernst van de schade groot was ((iii) het verloren gaan van de sloep). Maar Donker Groen heeft geen onverantwoorde risico’s genomen met haar werkwijze. [eiser] heeft dus onvoldoende onderbouwd dat Donker Groen onzorgvuldig is geweest.
4.16.
Anders dan [eiser] aanvoert, volgt uit het Afzinkkelder-arrest niet dat Donker Groen ondanks de conclusie hiervoor toch aansprakelijk is voor de schade van [eiser] . In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat ook degene die zorgvuldig heeft gehandeld bij werkzaamheden die een aanmerkelijk risico op schade meebrengen onder omstandigheden toch op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan zijn voor schade die derden door die werkzaamheden hebben geleden. [6] Daarbij vond de Hoge Raad het onder meer van belang dat de bouwwerkzaamheden uitsluitend in het belang van de opdrachtgever waren verricht en geen voordeel opleverden voor de benadeelden in die specifieke zaak. De vergelijking met deze zaak gaat alleen al op dit punt niet op, omdat de werkzaamheden juist op verzoek van en (grotendeels) in het belang van [eiser] werden uitgevoerd.
4.17.
De conclusie is dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig handelen van Donker Groen. Daarmee is niet aan de hiervoor onder 4.2 genoemde vereisten voor aansprakelijkheid voldaan en daarom worden de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Slotsom en proceskosten
4.18.
De slotsom is dat de gemeente en Donker Groen niet onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser] en dus niet aansprakelijk zijn voor de schade aan de sloep. Er is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarbij het uitgangspunt geldt dat ieder zijn eigen schade draagt. De vorderingen van [eiser] worden daarom integraal afgewezen.
4.19.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de gemeente en Donker Groen betalen.
De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.428,00
(2 punten × € 1.214,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.601,00
De proceskosten van Donker Groen worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.428,00
(2 punten × € 1.214,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.601,00
4.20.
De door Donker Groen gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van € 5.601,00 aan de gemeente, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van € 5.601,00 aan Donker Groen, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten van Donker Groen als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. J.G.H. Tonnaer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

Voetnoten

1.Hoofdelijk betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
2.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat het vonnis ook moet worden uitgevoerd als daartegen hoger beroep wordt ingesteld en zolang op dat hoger beroep niet anders is beslist.
3.Zie bijv. Hoge Raad 12 mei 2000. ECLI:HR:2000:AA5784.
4.Zie bijv. Hoge Raad 7 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6934.
5.Artikel 150 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
6.Hoge Raad 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:17.