Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak staat het onrechtmatig gelegde beslag door gedaagden centraal. Gedaagden hebben erkend dat het beslag onrechtmatig was omdat hun vordering in rechte is afgewezen. Hierdoor rust op hen een risicoaansprakelijkheid voor de daardoor ontstane schade.
De schade bestaat uit kosten die verband houden met het langer in stand houden van de B.V. in liquidatie en de moedervennootschap. De kantonrechter acht de abonnements- en verzekeringskosten van €1.822,38 en bankkosten van €404,85 volledig toewijsbaar. De kosten voor administratieve dienstverlening van €13.382,60 worden slechts deels toegewezen, geschat op €5.000, omdat deze slechts gedeeltelijk aan het langer voortbestaan van de vennootschappen kunnen worden toegerekend.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank veroordeelt gedaagden tot betaling van €5.000 aan eiser en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €5.000 wegens onrechtmatig beslag, met compensatie van proceskosten.