ECLI:NL:RBAMS:2026:1400

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11744117 / CV EXPL 25-8180
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Risicoaansprakelijkheid voor onrechtmatig beslag en schadevergoeding

In deze zaak staat het onrechtmatig gelegde beslag door gedaagden centraal. Gedaagden hebben erkend dat het beslag onrechtmatig was omdat hun vordering in rechte is afgewezen. Hierdoor rust op hen een risicoaansprakelijkheid voor de daardoor ontstane schade.

De schade bestaat uit kosten die verband houden met het langer in stand houden van de B.V. in liquidatie en de moedervennootschap. De kantonrechter acht de abonnements- en verzekeringskosten van €1.822,38 en bankkosten van €404,85 volledig toewijsbaar. De kosten voor administratieve dienstverlening van €13.382,60 worden slechts deels toegewezen, geschat op €5.000, omdat deze slechts gedeeltelijk aan het langer voortbestaan van de vennootschappen kunnen worden toegerekend.

Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank veroordeelt gedaagden tot betaling van €5.000 aan eiser en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €5.000 wegens onrechtmatig beslag, met compensatie van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11744117 \ CV EXPL 25-8180
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 10 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser] BV IN LIQUIDATIE,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. E.J. Rasker,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. J. Pieters,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
niet verschenen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden]
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. R.H.C. Jongeneel, kantonrechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw als griffier.
Aanwezig zijn:
- [naam] ,
- mr. Rasker,
- [gedaagde 1] ,
- mr. Pieters.
De kantonrechter gaat over tot de mondelinge behandeling.
De volgende stukken zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd:
- de akte houdende overlegging stukken met korte toelichting van [eiser] , met producties 6 tot en met 9,
- de akte uitlating tevens overlegging nadere producties van [gedaagden] , met producties 11 tot en met 12.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen of hun advocaten zakelijk weergegeven hebben gezegd. Die aantekeningen zijn in het dossier gevoegd. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Het gaat in deze zaak om het door [gedaagden] gelegd beslag waarvan zij hebben erkend dat dit onrechtmatig is geweest, omdat hun vordering in rechte is afgewezen. Op hen rust een risicoaansprakelijkheid voor de daardoor ontstane schade. Deze schade bestaat in dit geval uit de kosten van het langer in stand houden van de B.V. in liquidatie en de moedervennootschap.
1.2.
De kantonrechter acht de gestelde abonnements- en verzekeringskosten van € 1.822,38 en de bankkosten van € 404,85 toewijsbaar. De kosten voor administratieve dienstverlening van € 13.382,60 zijn slechts deels toewijsbaar, omdat deze slechts deels kunnen worden toegerekend aan het langer in stand houden van de B.V. en de moedervennootschap. Het totaal wordt geschat op een bedrag van € 5.000,-.
1.3.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5.000,00,
2.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
2.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
2.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de rechter.