Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) voor een functie als medewerker klantenservice in de financiële sector. De aanvraag werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op basis van het screeningsprofiel 95 Financiële dienstverlening. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege het risico op verlies van de arbeidsovereenkomst bij het niet overleggen van een VOG. Bij de beoordeling van het beroep toetst de rechter terughoudendheid gezien de beoordelingsruimte van verweerder. De afwijzing is gebaseerd op het objectieve criterium, waarbij justitiële gegevens wijzen op relevante verdenkingen en veroordelingen voor onder meer identiteitsfraude en drugshandel, die een risico vormen voor de functie.
Ook het subjectieve criterium, waarbij het persoonlijk belang van eiser wordt afgewogen tegen het maatschappelijk belang, leidt niet tot toewijzing. Hoewel eiser een positieve gedragsverandering toont en reclassering de VOG ondersteunt, weegt het recente strafrechtelijk verleden en het risico voor de samenleving zwaarder. De voorzieningenrechter wijst het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening af, en veroordeelt eiser tot betaling van griffierecht zonder proceskostenvergoeding.